GE maakt het zichzelf onnodig lastig

Na er meer dan een eeuw mee actief geweest te zijn is General Electric van plan zijn divisie voor huishoudelijke apparaten te verkopen. Ook al heeft de divisie een hele geschiedenis achter zich, de activiteiten vertonen geen groei meer. En om die reden worden ze nu de deur uit gedaan. Het is gewoon een nieuwe poging van het conglomeraat om zichzelf op te kalefateren en bij beleggers een betere koers-winstverhouding te bedingen.

General Electric is een verwoede verzamelaar van bedrijven. Een lage koers-winstverhouding betekent dat het bedrijf niet langer bij machte is voor een prikje kleine, laag gewaardeerde ondernemingen over te nemen om beleggers er vervolgens toe te verleiden ook voor dit nieuwe bezit de hogere koers-winstverhouding van het conglomeraat te hanteren.

Topman Jeffrey Immelt heeft getracht dit probleem op te lossen door activiteiten met een lage groei zoals de fabricage van plastics af te stoten en het vrijkomende geld te besteden aan voor beleggers aantrekkelijker activiteiten als beelddiagnostiek, groene energie en waterzuivering.

Omdat GE een conglomeraat is, is dit wat beleggers normaal gesproken van het concern verwachten: het selecteren van attractieve bezittingen. Hoewel het onwaarschijnlijk is dat de divisie voor koelkasten, vaatwassers en airconditioners een hoog bedrag zal opbrengen als gevolg van de problemen op de huizenmarkt, lijkt een prijs van één maal de omzet, ofwel 7 miljard dollar, binnen bereik.

Aziatische bedrijven als Haier of LG zijn vermoedelijk geïnteresseerd. Europese concurrenten zullen misschien belangstelling tonen dankzij de zwakke dollar. En als het een paar jaar duurt voordat er van een opleving van de Amerikaanse huizenmarkt sprake zal zijn, is dit misschien wel een goede tijd om te verkopen.

Maar zelfs als GE een goede prijs binnenhaalt, laat de verkoop het concern met twee problemen zitten. Het moet zien te bedenken wat het met het geld wil doen. En nog belangrijker is dat beleggers weten dat meer dan een derde van de winst van GE afkomstig is van zijn financieringsdivisie en GE Money. Financiële bedrijven zijn momenteel niet bepaald in trek en realiseren dus lagere koers-winstverhoudingen. Het concern heeft dan ook het grootste deel van de blaam voor zijn teleurstellende eerste kwartaal afgewenteld op deze twee divisies.

Het afsplitsen of verkopen van GE Money – dat niet kan bogen op synergieën met de andere divisies, ook al profiteert de divisie wel van de hoge kredietstatus van het concern , zou wel eens een betere manier kunnen zijn om het conglomeraat aantrekkelijker te maken in de ogen van beleggers.

Robert Cyran