‘Europa geen natuurramp’

Europese partners kijken met argwaan naar Nederland. Gesprek met staatssecretaris Timmermans. „We zijn minder voorspelbaar.”

Voor Frans Timmermans (Maastricht 1961) was het ‘nee’ drie jaar geleden bij het referendum over het Europees Verdrag „een enorm pak slaag”. Hij had als Kamerlid voor de PvdA meegewerkt aan het grondwettelijk verdrag, hij had het verdedigd en hij had de slag verloren. Timmermans ging fietsen, in de Oostelijke Mijnstreek. Honderd kilometer per dag, minimaal. Het duurde maanden voordat hij zijn draai weer had gevonden. „Ik had in mijn ogen enorm gefaald in de politiek, ik vroeg me af wat ik nog in de politiek had te zoeken. Mensen die ik hoog acht, stemden tegen omdat ze het gevoel hadden belazerd te worden. Dat heeft me enorm geraakt.” Nadat de nederlaag „verteerd” was krabbelde hij weer op. Hij werd staatssecretaris voor Europese Zaken en bond opnieuw de strijd aan met de eurosceptische Nederlanders.

U noemt zichzelf staatssecretaris van chagrijn. Moet Nederland nog steeds niets hebben van Europa?

„Ik denk dat het chagrijn latent aanwezig is en ook gemakkelijk weer op te roepen. Europa is nu niet actueel. Mensen zijn bezig met andere zaken, met integratie. De luiken zijn voor een deel dicht in Nederland. Europa komt alleen om de hoek kijken als de schuldige voor zaken die niet goed gaan.”

U heeft Nederland geschetst als een land dat „getekend door fatalisme en pessimisme zichzelf heeft veroordeeld tot marginaliteit en achteruitgang...”.

„Heb ik dat geschreven?”

Op 9 november 2007, de jaardag van de val van de muur.

„Ik denk dat we onderschatten wat de consequenties van de val van de muur voor onszelf zijn. Na de val van de muur kwamen hele oude Nederlandse reflexen weer op, neutraliteitsreflexen. In de trant van: je moet je niet encanailleren met dat vieze machtsspel op het Europese continent. Dat gevoel is eeuwenoud in Nederland.”

Die reflex regeert nog steeds?

„Als ik kijk naar de Nederlandse politiek – van Marijnissen tot Bolkestein – bespeur ik dat sentiment heel vaak. Geen vieze handen maken, je vooral niet bemoeien met wat daar gebeurt. De gedachte: door je achter de dijken te verschuilen kun je je eigen positie verstevigen. Bij de SP is het motto: luiken dicht, storm laten overwaaien. Bij Bolkestein is het een hele traditionele, Amsterdams-mercantiele houding. Laat ons handel drijven met de rest van de wereld en laat ons vooral niet betrokken raken bij die Europese politiek.”

Europese ambassadeurs in Den Haag verbazen zich erover hoe ver weg het continent hier gevoelsmatig is.

„Ronald Plassterk zegt: er loopt een grens dwars door Nederland. Ik ben veel continentaler dan hij. Ik kom van beneden de rivieren, hij niet. De Randstedelijke, Amsterdamse elite heeft altijd de neiging om Angelsaksisch te denken. Dat valt samen met die mercantiele traditie. Buiten de Randstad is men continentaler.”

Toch had Nederland jarenlang het imago zeer Europees te zijn.

„Ik heb dat altijd betwist. Het imago hangt samen met een vervlogen tijdperk in de politiek waarin je het nationale belang niet uitsprak. Ik heb er een beeldende, maar niet zo keurige vergelijking voor. Mijn grootouders spraken nooit over seks, maar we zijn er toch allemaal gekomen. Zo was het met het nationaal belang ook. In die moralistisch beladen periode had je het daar niet over. Je sprak over idealen, maar ondertussen….De inbreng van Nederland in de Europese integratie ging altijd uit van nationaal belang. Er is wel een andere breuk met het verleden: we zijn meer gesloten.”

Waarin uit zich dat?

„Ik ben hier vijfentwintig jaar geleden begonnen als ambtenaar. Wij waren traditioneel onvoorstelbaar gevoelig voor de manier waarop anderen denken, zich opstellen. De smaak daarvoor zijn we een beetje kwijtgeraakt. De houding werd: die ander moet zich maar aan óns aanpassen, we zijn zoals we zijn!”

Critici zeggen: Nederland heeft geen Europese strategie, de politieke leiders – Bos, Balkenende, Rutte – houden hun mond over Europa.

„Dat is waar. Maar ik zie langzaam meer engagement. Bij Balkenende en ook bij Bos. Ik wil laten zien dat Europa een deel is van de Nederlandse samenleving en Nederland deel is van Europa. Europa heeft invloed op ons leven en wij hebben invloed op Europa. We moeten Europa niet langer als een natuurramp zien.”

Na het ‘nee’ hield Nederland zich in Brussel heel stil.

„Het is een hele tijd stil geweest omdat Nederland vooral met zichzelf bezig was. Toen ik hier net was, een jaar geleden, kreeg ik van collega’s uit andere landen vaak hele bozige commentaren. Van de Spanjaarden, bijvoorbeeld. ‘Wanneer gaan jullie nou eens normaal doen? Ratificeer dat Verdrag nu maar’.”

Nederland staat, zo bleek uit vraaggesprekken, onder verscherpt toezicht….

„Ik ga er niet omheen draaien. Mijn gevoel is dat er nog argwaan heerst, soms welwillende argwaan, maar argwaan. Vaak merk ik zoiets van: kijken wat die Nederlanders gaan doen de komende jaren. Men is afwachtend. We zijn minder voorspelbaar.”

Is onvoorspelbaarheid een voordeel of een nadeel?

„Een zekere voorspelbaarheid is een enorme asset in Europa. Onvoorspelbaarheid wordt over het algemeen niet als een plus gezien. Er is ook de Bolkestein-school die zegt: je moet een klier zijn, dan krijg je meer voor elkaar. Ik vind dat betwistbaar. Net zo goed als het betwistbaar is dat je altijd het braafste jongetje van de klas moet zijn want dan zijn ze aardig voor je. Je moet van geval tot geval bepalen: hier ben ik meegaand, hier ga ik er stevig tegenaan.

Behoort Nederland nu tot de eurosceptische school in de Unie, zoals Groot-Brittannië?

„Het is een enorm misverstand te denken dat Nederland dynamisch is en de rest statisch. Alle landen veranderen. Denemarken is in vijf jaar een pro-Europees land geworden. Zweden is ook positiever. Spanje is veel Europeser. Engeland is de constante factor. We kunnen geen stereotypes meer op landen plakken. Het stereotype dat we het meest pro-Europese land waren is onjuist. Het stereotype dat we eurosceptisch zijn is ook onjuist.”

Fransen en Duitsers dichten Nederland een Calimerocomplex toe.

„Calimero kom je in de Nederlandse samenleving toch voortdurend tegen? Daar zijn politici niet immuun voor. We hebben snel het gevoel: we mogen betalen, maar we hebben niets te zeggen. We zijn zó gemakkelijk bereid onszelf weg te schuiven als nutteloze onderhandelaars, als mensen die altijd aan de achterste mem hangen! Het heeft alles te maken met de periode van onzekerheid waarin we nu verkeren.”

Kan Nederland scoren in Brussel?

„Ik dacht het wel. We hebben in de onderhandelingen over het nieuwe verdrag veel bereikt. De zes punten die we hebben ingebracht zijn ook binnen gehaald, alleen niet allemaal in volledige mate.

Mensen hadden in 2005 het idee: deze trein rijdt te snel, er zit geen machinist op de bok en we weten niet waar wij nog blijven. Het nieuwe verdrag moest daarom alleen veranderen wat veranderd moest worden om de EU met 27 lidstaten beter te laten functioneren. Zo is het ook gegaan. Daarmee hebben we recht gedaan aan de wil van de Nederlandse bevolking.”

Is de positie van Nederland verwaterd door de uitbreiding?

„Er zijn veel landen bijgekomen, maar de meeste zijn kleiner dan Nederland.”

Vroeger kon Nederland nog wel eens een vuist maken door in Beneluxverband te opereren. Dat lukt niet meer zo goed.

„De drie landen staan verder van elkaar af dan voorheen. Dat is een feit, daar moet je eerlijk mee omgaan. Maar áls je het met elkaar eens wordt, dan heb je meteen alle aandacht van de middelgrote en kleinere lidstaten. We zullen daar in de komende tijd veel werk van maken.”

Hoe houdt Nederland zich staande in Brussel?

„De eurobiotoop in Brussel, die wereld van gelijkgezinden, bestaat niet meer. Je hebt geen voorspelbare coalities meer. Je moet steeds nieuwe clubjes vormen. We onderhandelen in de hoofdsteden. De bilaterale betrekkingen hebben aan belang gewonnen. Daarin is onze positie relatief sterk omdat wij overal vertegenwoordigd zijn, in tegenstelling tot veel grotere EU landen. We boksen daarom in een hogere gewichtsklasse dan je op basis van onze omvang zou verwachten.

In de powerplay heersen andere regels. Onder de groten heerst de houding: je hebt zes groten en dan de rest. In het onderhandelingsspel doen we mee in de subtop, met landen als Spanje en Polen.”