Een klein land

Wat is de invloed van Nederland nog in een EU van 27 leden?

De verhouding tussen Nederland en Europa is veranderd door de Nederlandse afwijzing van het grondwettelijk verdrag in 2005. De positie van Nederland veranderde ook doordat de Unie steeds groter is geworden. Van de zes oprichters tot 27 leden nu. Hoe behartigt Nederland zijn belangen in een uitgebreide Unie?

Buitenlandse waarnemers signaleren bij Nederland een obsessie met zijn geringe omvang, zegt een topambtenaar in Parijs. „De Nederlanders zijn gepreoccupeerd door formaat. Jullie moeten niet denken dat je niet meetelt.” Een Duitse diplomaat herkent die permanente vrees van de Nederlanders om te marginaliseren, ergens tussen tafellaken en servet. „Ja, dat Calimerocomplex bestaat zeker.”

De vertegenwoordigers van de grote lidstaten zeggen grootmoedig dat die Nederlandse vrees ongegrond is. De Fransman wijst op de kracht van de Nederlandse economie en de Nederlandse aanwezigheid in Afghanistan. De Duitser rekent voor dat Nederland, gemeten naar het aantal inwoners, nog altijd achtste is in de rangorde van 27 EU-staten behoort. De ambassadeur van een klein land vertolkt een ander sentiment: „ Wij hadden nooit de illusie dat we veel invloed zouden hebben. Nederland had dat wel. Nu doordringt dat het niet meer zo is, werkt dat ontnuchterend.”

Is de vrees van Nederland om in de grote Unie aan macht in te boeten nu gegrond of niet? Gijs de Vries, voormalig Europarlementariër (VVD), ‘mede-auteur’ van de verworpen grondwet en verbonden aan denktank Clingendael: „Het soortelijk gewicht van een land daalt bij elke uitbreiding. Dat is een wiskundige wetmatigheid. Maar de EU is geen wiskunde, de EU is politiek.”

Tegenover de verwatering, zegt De Vries, staat dat Nederland nu mede besluiten neemt over meer mensen. Bovendien heeft Nederland aan invloed gewonnen omdat er in de EU meer op het spel staat. Vroeger was het Nederlandse monetaire beleid bijvoorbeeld de facto uitbesteed aan de Bundesbank, sinds de invoering van de euro is Nederland volwaardig lid van de Europese Centrale Bank en heeft een stem in de besluitvorming.

De invloed van een land hangt uiteraard ook samen met het vermogen om coalities te vormen. De EU is immers „geen permanente love-in", zegt De Vries. Tegenwoordig heeft geen enkel land in de Unie natuurlijke bondgenoten, in dat oordeel zijn de diplomaten unaniem. Er zijn wel kongsi’s, zoals de ‘Club Med’, jargon voor Zuid-Europese landen. Maar dat zijn geen homogene bolwerken. „We doen zaken met landen waarmee we overeenstemming kunnen bereiken en dat verschilt per dossier”, zegt een topambtenaar in Parijs. „Traditionele belangengemeenschappen bestaan niet meer”, zegt een Duitse diplomaat. „Ook het automatisme dat Nederland en Duitsland dezelfde belangen hadden, een Interessenidentität, is verleden tijd.”

In Brussel is het tegenwoordig ieder voor zich. Bij elk onderwerp ontstaan nieuwe constellaties. In milieukwesties deed Nederland veel samen met Zweden, maar in het CO2-dossier koos Zweden de kant van de landen met auto-industrie, van Frankrijk en Duitsland.

Grote landen hebben het op de coalitiemarkt in Brussel eenvoudiger dan kleine. Toch wordt het leven ook voor de groten lastiger. „Vroeger dachten we: als het mis gaat, kunnen we tegen alles een veto uitspreken”, zegt de Fransman. „Dat is niet meer zo.” De EU kan steeds meer beslissingen bij meerderheid nemen, waar vroeger unanimiteit vereist was. „Ook wij lopen risico’s”, zegt de Duitser. In het najaar bouwde Duitsland een coalitie gericht tegen de begrotingsplannen van de Commissie. Nederland deed mee, Groot-Brittannië, Zweden en Spanje. Op den duur haakte de ene bondgenoot na de ander af, waardoor Duitsland eenzaam achterbleef.

Wie macht wil hebben moet het coalitiespel beheersen én moet weten wat hij wil. Wie geen doel heeft kan geen bondgenoten zoeken. Weet Nederland wel wat het wil? Sinds 2005 proberen ambtenaren sneller dossiers uit de Brusselse machinerie te lichten waarmee concrete Nederlandse belangen gemoeid zijn. „We proberen alerter te zijn”, zegt een ambtenaar in Den Haag. Voorstellen van de Commissie worden nu binnen zes weken beoordeeld, vroeger bleven Brusselse plannen wel eens vier maanden liggen. Ook worden dossiers met een politieke angel sneller doorgeschoven naar de ministerraad. „Voorheen werden we pas wakker als Europese besluiten omgezet moesten worden in Nederlandse wetten, nu proberen we onze belangen in een vroeg stadium te identificeren. De praktijk is nog weerbarstig, maar het bewustzijn groeit.”

De instructies die vervolgens vanuit Den Haag worden verstuurd aan de Nederlandse diplomaten in Brussel zijn strikter en gebiedender dan voorheen. „De berichten beginnen tegenwoordig met ‘U dient’…”, zegt een diplomaat lachend. „Wij zeggen dan: ‘U dient ons niet zo aan te spreken’.”

Het identificeren en behartigen van Nederlandse belangen is één verhaal, het mede vormgeven aan het toekomstige beleid van de Unie is een ander verhaal. Volgens Nederlandse zegslieden mag Nederland zich niet beperken tot reacties op voorstellen uit Brussel. „Nederland zat de laatste tijd vooral in de remwagon”, zegt een diplomaat. „We moeten naar de locomotief, we moeten een rol spelen bij het bepalen van de agenda.”

Wie de agenda wil bepalen, moet een Europese strategie hebben. Heeft Nederland die? Nee, zegt Gijs de Vries. „Nederland is volstrekt in verwarring. De politieke leiders hebben verzuimd aan te geven waar we met de EU naar toe willen. Nederland wekt de indruk niet meer te willen zijn dan een belangstellende buitenstaander. Den Haag straalt uit dat het niet weet wat het wil. De vraag wordt niet eens gesteld.”

De Vries is niet de enige die zich afvraagt waar Nederland heen wil. In Den Haag wijst een ambassadeur op de nabijheid van de zee. „Gevoelsmatig ligt de Randstad ver van Europa. Nederland ligt aan de rand, geografisch, maar ook mentaal.”

De ambassadeur sluit niet uit dat Nederland zich afwendt van het continent. „Het is één mogelijke ontwikkeling: Nederland nestelt zich in de afgescheidenheid van Noordwest-Europa.”

Anderen willen van een Nederlands isolement niets weten. „Nederland is kritischer geworden”, zegt een Duitse diplomaat, „maar iedereen is kritischer geworden.” De Nederlandse houding past in een kritischere toonzetting die in heel Europa te bespeuren valt. „Jullie belangen liggen in Europa, onze belangen liggen in Europa”, zegt de Franse topambtenaar. „We hebben geen keus.”

(MK)

Interview staatssecretaris Europese Zaken