Een dure dood

Haar echtgenoot mocht in 1978, op zijn 53ste, met pensioen. Zij was pas 42. Toch konden ze, dankzij zijn riante uitkering van het ABP, levenslang gaan vakantievieren. Voor de lol verhuisden ze naar België, vertoefden een tijdje onder de Spaanse zon en vestigden zich ten slotte in Zuid-Frankrijk vlakbij de Middellandse Zee, met uitzicht op de Pyreneeën.

Nu sukkelt meneer in een Frans bejaardenhuis. Omdat zijn einde nadert, informeerde mevrouw voorzichtig naar haar inkomen na zijn dood. Dat werd een klap in haar gezicht. Van haar 70 procent nabestaandenpensioen gaat onverwachts de helft naar de eerste echtgenote van haar man. Het pensioeninkomen slinkt daardoor van 1.800 naar slechts 600 euro per maand. Haar AOW bood al weinig armslag. Die is, wegens haar lange buitenlandavontuur, maar de helft van normaal. Hoe komt ze straks nog rond?

Financieel gezien zouden we wat vaker moeten denken aan de dood. Steeds meer nabestaandenpensioenen van werknemers zijn verzekerend ‘op risicobasis’. De achterblijvers hebben dan slechts recht op een uitkering zolang je premie betaalt, en dus niet na pensionering of ontslag. Niet elke pensioenregeling biedt trouwens iets voor nabestaanden. Ook kan de uitkering veel te krap zijn om hypotheek, levensonderhoud, de crèche én de studiekosten van kinderen te betalen.

Een simpele remedie tegen dit leed is de (losse) overlijdensrisicoverzekering (ORV). Zo’n polis keert, tegen betaling van een (periodieke) premie, een bedrag uit na het overlijden van de verzekerde. Verwar die oplossing niet met de levensverzekering die zit vastgebakken aan je woekerpolis of spaarhypotheek. De dekking en hoge kosten daarvan zijn meestal onveranderbaar, terwijl oversluiten kan uitpakken als een financieel drama. Interessanter is de losse ORV. Die sluit je af op maat. Meestal kun je er snel en gratis weer vanaf.

Dat laatste kan interessant zijn, want er woedt een prijzenoorlog onder aanbieders van ORV’s. Volgens internetverzekeraar Independer kunnen anderhalf miljoen Nederlanders gemiddeld 7.200 euro op hun losse ORV besparen; regelmatig ligt zelfs 25.000 euro voordeel binnen handbereik.

Als (te) dure verzekeraars noemt Independer Legal & General, Winterthur, SNS Bank , Leidsche Verzekeringen en Reaal. Tussen de 79 en 87 procent van hun klanten die een ORV hebben afgesloten is elders beter uit. Relatief goedkope aanbieders volgens de Consumentenbond zijn NHP, Klaverblad, Delta Lloyd, Innofin Budget, Florius en Money You. Stel een 40-jarige niet-rokende man wil dat zijn 35-jarige vrouw na zijn dood twee ton krijgt. Volgens Independer betaalt hij daarvoor jaarlijks 288,57 euro bij NHP. Lees wel alle voorwaarden na.

Leuk aan een ORV is dat je er successierechten mee vermijden kan. Woon je samen of ben je op huwelijkse voorwaarden getrouwd, dan kun je een ORV afsluiten op elkaars leven, waarbij elke partner de premie van de ander betaalt.

Dit ‘kruislings opmaken’ maakt de uitkering bij beiden belastingvrij. Deze truc werkt ook bij kinderen. Dat heet een voogdijverzekering.

Een paar tips optimaliseren het profijt van een ORV. Zo kun je veel beter gelijkblijvende of stijgende premies betalen dan een bedrag ineens (koopsom). In het laatste geval is onzeker wat je bij tussentijds opzeggen terugkrijgt. Herzie de dekking van de ORV regelmatig, want wie vermogen opbouwt, kan uiteindelijk zonder polis.

Laat nabestaanden verder weten dat de ORV bestaat of zet het in je testament. Als niemand de uitkering opeist, kan het recht vijf jaar na het overlijden verjaren. Kun je een polis niet (meer) vinden, vraag dan het Verbond van Verzekeraars schriftelijk om naar de verzekering te speuren (Postbus 93450, 2509 AL Den Haag). Wie weet ligt er ergens een paar ton te wachten.