Duiker Wim zat aan de verkeerde seinlijn

In maart verdronk een brandweerman bij een zoekactie naar een auto.

De lijn waaraan hij vastzat had niet gebruikt mogen worden, zegt de inspectie.

Bij de duikteams van de brandweer is de zinkende seinlijn het populairst. Duikers voelen zich daar goed bij, want de stevige en zware kabel laat hen in het pikkedonker onder water weten dat ze nog steeds verbonden zijn met de veilige wal.

Vrijwillig brandweerman Wim Matthijssen (38) uit Terneuzen zat tijdens een zoekactie voor de politie in het kanaal van Gent naar Terneuzen vast aan zo’n lijn. Maar hij had een ander type moeten hebben volgens de instructies van onder meer de Arbeidsinspectie en de Nederlandse Vereniging voor Brandweerzorg en Rampenbestrijding. De drijvende lijn of, zoals de regels zeggen: een lijn „van vijftig meter met drijvend vermogen”.

Matthijssen overleed 12 maart ’s avonds in het ziekenhuis van Gent nadat hij die ochtend bij een duik in de problemen was geraakt. De officiële doodsoorzaak is nog niet openbaar, maar ingewijden spreken van verdrinking. Pogingen van collega’s om Matthijssen te reanimeren hadden geen effect.

Direct na het ongeval liet de Inspectie Openbare Orde en Veiligheid van het ministerie van Binnenlandse Zaken alle brandweerkorpsen met een duikteam weten dat ze de noodprocedures precies dienden na te komen. Het ongeluk met Matthijssen was identiek aan twee eerdere dodelijke ongevallen met brandweerduikers in Urk (2007) en Utrecht (2001), zo deelde de inspectie mee. In Utrecht verdronk een duiker in een sluis, in Urk bij een zoekactie. In alle gevallen kwam de zinkende seinlijn vast te zitten, waardoor de duiker in grote moeilijkheden kwam.

De zinkende seinlijn biedt slechts schijnzekerheid. De kabel – die vastzit aan het vest van de duiker en op de wal wordt vastgehouden door een collega om signalen te geven of bewegingen van de duiker te voelen – kan onder water juist een risico betekenen als hij in de knoop komt of verstrikt raakt in materiaal. Behalve deze lijn is er ook een spreekverbinding.

De Arbeidsinspectie heeft onlangs het onderzoek naar het Urkse ongeval afgehandeld. Daarbij kwamen negentien overtredingen aan het licht. Behalve het gebruik van de verkeerde seinlijn hadden die voornamelijk betrekking op de papieren procedure waarin tal van administratieve zaken worden voorgeschreven. Urk kreeg een boete van 7.500 euro opgelegd.

Brandweercommandant Klaas Ras van Urk bevestigt dat. Eerder besloot het OM al om geen individuele brandweerlieden, dan wel de leider van het duikteam of de burgemeester als hoofd van de brandweer, te vervolgen. Daar zag de inspectie geen reden toe, want de aanklacht ‘dood door schuld’ zou bijna niet te bewijzen zijn. De gemeente is nog wel in een juridisch gevecht gewikkeld met de nabestaanden van de duiker.

Ook het dodelijke ongeval in Utrecht leidde tot een veroordeling van de gemeente: 18.000 euro boete waarvan 6.000 voorwaardelijk. De rechtbank liet meewegen dat de brandweer na het ongeluk allerlei maatregelen had genomen om herhaling te voorkomen.

Het dodelijke ongeluk in het kanaal van Gent naar Terneuzen wordt nu door verschillende instanties onderzocht. Door de Onderzoeksraad voor de Veiligheid bijvoorbeeld. Door de Inspectie Openbare Orde en Veiligheid. Door het Openbaar Ministerie en door de gemeente zelf.

Justitie is inmiddels klaar, de bevindingen en conclusies liggen nu bij de direct betrokkenen. Een woordvoerder spreekt van „mogelijke verdachten”. Zij mogen reageren op het rapport. Justitie heeft vijf of zes verdachten in beeld die ‘dood door schuld’ kan worden verweten. Maar of het ook werkelijk zover komt, is niet zeker. Veel hangt af van de reactie die deze ‘verdachten’ geven. Begin juni neemt justitie een beslissing. Eerder al komt de gemeente met conclusies van haar eigen onderzoek.

In de dringende verwijzing van maart verwees de inspectie van Binnenlandse Zaken naar de regels voor de noodprocedure in de Leidraad Waterongevallen 2004. Die zegt dat brandweerduikers gekoppeld moeten zijn aan een drijvende seinlijn als ze onder water verdwijnen. Deze blijft boven de duiker hangen. Wie toch met een zware of zinkende lijn wil duiken, moet van tevoren een risicoanalyse maken en deze voorleggen aan de Arbeidsinspectie. De praktijk is harder dan de leer en dat gebeurt dus niet, ook niet in Terneuzen.

Het is zoveel rompslomp dat veel kleine korpsen stoppen met hun duikteam. Steenwijkerland (Giethoorn) liet al weten geen mogelijkheden meer te zien om dit specialisme in stand te houden en onlangs maakte Loenen aan de Vecht bekend zoiets graag over te laten aan de beroepsbrandweer. Maar dat betekent voor een slachtoffer wel langer wachten op hulp.

Van belang is ook de vraag waarom het duikteam van Terneuzen eigenlijk in actie kwam. De Roosendaalse politie had het vrijwilligerskorps te hulp geroepen bij de zoekactie naar een verdwenen vader, die een paar weken eerder zijn twee kinderen had vermoord.

De politie beschikte over aanwijzingen waar ongeveer moest worden gezocht naar de man en zijn auto. Aanvankelijk trachtte de politie met eigen duikers te zoeken, daarbij geholpen door Rijkswaterstaat. In de week voor de fatale duik waren hier ook brandweerduikers bij aanwezig, ook Wim Matthijssen. Bizar toeval is dat hij bij die actie door snel te handelen een politieduiker uit de problemen haalde.

Maar een zoekactie, daar plaatst secretaris Sander Koole van het Platform Waterongevallen van de brandweer grote vraagtekens bij. „Duikers van de brandweer moeten levensreddend optreden. Ze zijn er voor het redden van mens en dier.” Toch kan de politie een dergelijk verzoek doen. Dan moet er echter wel een plan van inzet en een plan van uitvoering worden gemaakt. Die ontbraken in ieder geval bij een van de duikoperaties in Terneuzen. Woordvoerder Daniel Rouw zegt daarover dat het brandweerteam bij de eerste duik slechts ‘standby’ was, reden waarom er toen geen plan is opgesteld. Hij zegt niet of bij de laatste fatale duik wel aan die eis is voldaan.

De Urkse commandant Ras aarzelt geen moment over wat zijn collega’s in Terneuzen hadden moeten doen: „Dit was helemaal geen klus voor de brandweer. Die auto lag al weken in het water. Daar had men een bergingsbedrijf voor moeten inschakelen.”