Domme dingen op oude dag

Dom is Enzo C. geweest. Heel dom. De Italiaan is eigenlijk blij dat hij is gepakt, met zijn hennepplanten. Een gokker is hij. Opnieuw verloren.

Enzo C. is wat je noemt een keurige meneer. Een Italiaan uit Almere. Ruim boven de vijftig, in pak, type zakenman. En dat is hij ook, op zijn manier. In januari is in een pand dat op zijn naam staat een behoorlijk professionele hennepplantage aangetroffen met 874 planten. Zijn antwoord op de beschuldiging is zoals het een heer betaamt. Hij heft zijn handen ten hemel en zegt sorry. Hij heeft een fout gemaakt.

De rechter kan zijn verbazing niet verbergen. U bent, zegt hij, niet het standaardtype verdachte voor een zaak als deze. Meneer is een dagje ouder, heeft geen strafblad. Waarom op de oude dag domme dingen doen? Dom, heel dom, zegt Enzo C. Hij is een hartpatiënt met een uitkering. En hij was tien, vijftien jaar gokverslaafd. Geen excuus, haast hij zich te zeggen. Gewoon heel dom. Hij is, zegt hij, blij dat hij is gepakt en dat het gedoe nu is afgelopen.

Helemaal afgelopen is het nog niet. Enzo C. mag zich voordoen als een domme Italiaan die een keer een foutje heeft gemaakt, maar dat klopt niet helemaal met de zeer professionele kwekerij die hij had opgetuigd. Zelfs de politie-agenten die er binnenvielen waren er van onder de indruk. Het is bijna niet voor te stellen, zegt de rechter, dat u die plantage helemaal alleen heeft ingericht. En er zijn ook een paar spoortjes bewijs dat het niet bij die ene oogst is gebleven. Het pand was al sinds 2006 in bezit van Enzo C.

Enzo glundert nog net niet. Hij heeft het helemaal alleen gedaan. Sinds 2006 heeft hij zich verdiept in de materie. Want hij wilde het wel goed doen. Boekjes gekocht over hennep kweken, via via hoorde hij hoe hij de technische aspecten moest aanpakken. En toen hij de know how had, is hij begonnen. Drie maanden geleden. Hij wou een of twee keer oogsten en cashen. Meer niet.

Maar een plantage opzetten, zegt de rechter, is redelijk moeilijk. Al die afvoerleidingen, de lampenconstructie, het manipuleren van de elektriciteitsmeter, heeft hij dat echt helemaal zelf gedaan?

De sfeer van kenners onder elkaar en de zweem van bewonderende waardering in de stem van de rechter, doen Enzo toehappen. Ja, die elektriciteitsmeter bewerken, dát was het moeilijkste. Dus hoe deed u dat dan? Gewoon met een tang in die installatie? Nee, nee, zegt Enzo, met een schroevedraaier. En daar is het mis gegaan. Enzo kijkt beteuterd. Het energiebedrijf kwam er al gauw achter dat er in het pand meer stroom werd verbruikt dan voor een normale huishouding nodig is. Plotsklaps is de rechter niet meer aardig, maar streng: „Met een meter knoeien is niet alleen moeilijk, maar ook onveilig en gevaarlijk. Heeft u dáár wel eens aan gedacht. Dat de hele boel kan affikken.”

De advocaat van Enzo krijgt het woord. Cliënt is een gokker, zegt hij. „Hij heeft opnieuw gegokt en verloren.” Cliënt heeft alle risico’s willen uitsluiten, zich daarom uitgebreid ingelezen in de materie, nauwgezet alle voorbereidingen getroffen. En juist de professionaliteit van de plantage, zegt de advocaat, is een duidelijk teken van amateurisme. De rechter hoeft alleen zijn wenkbrauwen maar op te trekken om een toelichting te krijgen. De onzekerheid van een amateur, zegt de advocaat, zorgt ervoor dat hij zijn zaken tot in de puntjes regelen.

De rechter besluit te geloven dat Enzo C. alleen opereerde en dat de eerste oogst ook echt de enige was. Wanneer een plantage bedrijfsmatig wordt geëxploiteerd, zijn de straffen hoger. Maar zo streng wil hij voor Enzo niet zijn. Maar het was wél een flinke plantage. En de regels zijn nu eenmaal zo dat iedereen die tussen de twee en de duizend planten bezit een flinke werkstraf krijgt.

Voor Enzo komt dat neer op tweehonderd uur werkstraf. Hij wikt en weegt hardop. Hij moet toegeven, zegt hij, dat het Nederlandse beleid aan alle kanten „hinkelt”. „Wel kopen, niet kweken.” En Enzo is al wat ouder, zijn conditie is, vanwege zijn hart, niet al te best. Maar een beetje kalm werk moet te doen zijn voor hem. Hij besluit „in het midden te gaan zitten”: tweehonderd uur werkstraf, waarvan vijftig voorwaardelijk.