Diyarbakir radicaliseert onder Turkse druk

Het Turkse leger juicht omdat het zoveel PKK-aanhangers uitschakelt. Maar er komt „nooit een oplossing als de PKK daar niet bij betrokken is”, zegt voorzitter Atalay van de Koerdische DTP-partij.

Tot voor kort hielden vertegenwoordigers van de Koerdische DTP-partij urenlange betogen over mensenrechten en hoe belangrijk het is dat Turkije lid wordt van de Europese Unie, omdat Koerden zo hun rechten zullen krijgen. De DTP (Democratische Gemeenschap Partij) gelooft in vrede, zo zeiden zij steeds, en verschilt daarin van de Koerdische Arbeiderspartij (PKK) van Abdullah Öcalan.

Maar de nieuwe voorzitter van de DTP in Diyarbakir, de stad in Zuidoost-Turkije die veel Koerden hun ‘hoofdstad’ noemen, slaat een heel andere toon aan. „De DTP is een organisch deel van de PKK”, zegt hij. „Er komt nooit een oplossing als de PKK en Abdullah Öcalan daar niet bij betrokken zijn.”

De toon van Atalay, die door de DTP-aanhangers in Diyarbakir als voorzitter is gekozen, weerspiegelt de radicalisering die onder grote groepen Koerden in de stad plaatsheeft.

Al enige maanden is het Turkse leger bezig met operaties tegen aanhangers van de PKK in Noord-Irak. Volgens de militaire top zijn de aanvallen een succes en zijn er honderden ‘terroristen’ uitgeschakeld.

Maar alleen al een kort bezoek aan Diyarbakir laat zien hoezeer de atmosfeer in de stad, van waaruit dagelijks militaire vliegtuigen opstijgen om de PKK te bevechten, is veranderd. Zo gaf het demonstratieteam van de Turkse luchtmacht een vliegshow boven Diyarbakir. Maar veel inwoners van de stad genoten er nauwelijks van. „Het was pure intimidatie”, zegt een oudere man. „Continu vlogen er vliegtuigen boven de stad.”

DTP-voorzitter Atalay begrijpt heel goed waarom Diyarbakir zo fel op het offensief van het Turkse leger tegen de PKK reageert. „Veertig procent van de bevolking van de stad heeft familieleden in de bergen [bij de PKK, red.] of in de gevangenis”, zegt hij.

De Turkse operatie tegen de PKK is niet de enige factor die de radicalisering verklaart: sinds enige maanden zijn openbare aanklagers bezig met een groot offensief tegen de DTP. Atalay zelf is pas enige maanden in functie, maar er lopen al zeven zaken tegen hem. „Ik ben niet de enige”, zegt hij. „Als je Turkije als geheel bekijkt, is er geen een partijleider van de DTP die niet wordt aangepakt.”

De rechtszaken volgden op onthullingen in de Turkse pers dat een aantal parlementsleden van de DTP toch wel erg nauwe banden met de PKK leek te onderhouden. Zo publiceerden kranten foto’s van een parlementslid dat gevechtstraining leek te krijgen in een PKK-kamp in Noord-Irak.

Had de DTP niet beter moeten opletten bij de selectie van haar vertegenwoordigers in het parlement? Atalay zucht. „We hoeven ons niet te bewijzen of uit te leggen waar we mee bezig zijn”, zegt hij. „We hebben mensen gekozen die echt bij de partij horen.” Na de onthullingen kwam de DTP steeds meer alleen te staan – zo trok de Europese Unie haar handen van de partij af. „Europa denkt alleen nog aan handel”, zegt Atalay. „De Koerden hebben ze in een hoekje achtergelaten.”

Pièce de résistance van de rechtszaken tegen de DTP is de poging van de openbare aanklager om de partij te verbieden wegens banden met de PKK. „Daar word ik nu woedend van”, zegt een student in Diyarbakir die bepaald geen aanhanger van de DTP is. „Je hoorde niemand van de AK-partij [van premier Erdogan, red.] klagen toen de zaak tegen de DTP ging spelen. Maar nu een openbaar aanklager de AK-partij wil verbieden, klagen ze moord en brand.”

Het is een klacht die veel te horen is in Diyarbakir. Bij de parlementsverkiezingen in juli vorig jaar gaven veel Koerden in de stad hun stem aan de AK in de hoop dat deze partij het Koerdische probleem kon oplossen. Maar sinds de operatie in Noord-Irak begon, neemt de teleurstelling toe.

„Wij denken dat we het goed gaan doen bij de komende gemeenteraadsverkiezingen”, zegt Atalay. „Wij hebben een kernelectoraat van 40 procent dat altijd op ons zal stemmen en een groep van 20 procent die dat nooit zal doen omdat ze, bijvoorbeeld, streng gelovig zijn. Maar uit de peilingen die we laten houden blijkt dat de steun voor ons onder de overige 30, 40 procent sterk toeneemt.”

En zo lijkt er wel degelijk een politiek prijskaartje te hangen aan de militaire operatie in Noord-Irak. Enkele jaren geleden nog, toen een oplossing van de strijd mogelijk leek, maakten veel inwoners van Diyarbakir een onderscheid tussen het ‘toen’ van de oorlog en het ‘nu’ van de vrede. Maar dat onderscheid is er niet meer.

„Ach, een militaire operatie?”, zegt een man van middelbare leeftijd. „Er heeft hier al sinds dertig jaar een militaire operatie plaats.” „Je weet niet meer wat er morgen gaat gebeuren”, zegt een vrouw. „Een paar jaar geleden kon je plannen maken, nu is alles weer onzeker.”

In de regio werden de afgelopen maanden steeds meer jongeren opgepakt op verdenking van lidmaatschap van de PKK. Het is een teken dat de logica van het Turkse leger – elke gedode terrorist is er een minder – niet per definitie opgaat.

„De PKK heeft jongeren opgeroepen om naar de bergen te komen”, zegt DTP-voorzitter Atalay. Niemand in Diyarbakir betwijfelt dat een aantal jongeren op die oproep is ingegaan.