Deeltijders kunnen onmogelijk evenveel carrière maken als fulltimers

Bij een ontbijt voor ‘ambitieuze moeders’ worden wensen geuit die niet te combineren zijn, ontdekt Maarten Huygen.

Zou een tijdschrift voor mannen ooit Lof kunnen heten? Dat lijkt me sterk. Zo’n titel is bedoeld om publieke complimentjes te geven aan een groep die tekort zou zijn gedaan, in dit geval ‘ambitieuze moeders’. Het blad Lof is het Nederlandse equivalent van het Amerikaanse maandblad met de meer nuchtere titel Working Mother.

Van een tekort was weinig te merken bij het feestelijke moederdagontbijt dat Lof donderdagmorgen had georganiseerd in het Amsterdamse Muziekgebouw ’t IJ. Integendeel. De moeders die daar aan zaten, goed opgeleid, in prachtige, soms royaal gedecolleteerde kleren, blaakten van gezondheid. Aangenaam gezelschap, goede conversatie. Naturel gezichten, geen kringen onder de ogen, geen overgeverfde stressrimpels, zoals je dat bij Amerikaanse working mothers wel ziet. Ze hadden alle tijd om de hele morgen deze bijeenkomst bij te wonen. De paar sponsor- en uitgeversmannen in grijze pakken staken houterig bij hen af. Deeltijdwerk, waar de Nederlandse vrouw internationaal in uitblinkt met gemiddeld het laagste aantal gewerkte uren per jaar, heeft grote voordelen. De mogelijkheid om werktijden te kiezen biedt persoonlijke vrijheid. Ik wed dat de Nederlandse deeltijdmoeder alle andere overtreft in stralende ontspanning.

Toch zat het niet goed. Moeders waren te weinig langszij gekomen met vaders. Ik merkte het al aan de grappen die cabaretière Karin Breurs maakte over mannen. Hoe ze op de wc knetterden en wat zoal. Ook de bezoekende minister, tevens huisvader, Plasterk (Onderwijs, Emancipatie, Cultuur, PvdA) kreeg het te verduren en hij werd er duidelijk verlegen van. Zenuwachtig wippend met de armen stijf hoorde hij haar opmerkingen aan. Breurs voelde zelfs aan zijn dikke grijze kuif om te verifiëren of het geen pruik was. Als dat door een man aan een vrouwelijke minister was gevraagd, zou er minder hilariteit zijn geweest. Plasterk is weliswaar man maar hij wilde ook meer gelijkheid, want daar zit hij als minister voor. De oplossing ligt volgens hem deels in handen van de vrouwen zelf. Die zouden minder in deeltijd moeten werken, zei hij. Hij erkende dat een glazen plafond een rol speelt als het gaat om het geringe aantal vrouwelijke hoogleraren, maar dat het soms ook een keuze was. „Er zijn vrouwen die zo weinig werken dat een carrière als hoogleraar er niet meer in zit”, zei hij. Eerder had Henriëtte Prast, hoogleraar financiële planning en lid van de WRR, laten zien dat een tijdelijke vermindering van werk geen schade hoeft op te leveren voor de loopbaan.

Maar vrouwen werken in het algemeen te weinig en dat kan niet meer, vond Plasterk, want er is een tekort aan personeel. En mannen moesten meer zorgen, ook al vindt Plasterk eigenlijk dat de overheid dat niet aan mensen kan opleggen. Ook voor mannen komt er meer onbetaald zorgverlof. De Kamer wil al streefpercentages voor de taakverdeling van de mensen thuis.

Maar bij de vrouwen aan de tafel waar ik zat, had ik weinig bereidheid bespeurd om meer te werken. Tijdens een kleine workshop mochten ze wensen opschrijven die aan de minister in een bloesemboompje zouden worden aangeboden. Op één alleenstaande moeder na die praktisch fulltime werkte en de zorg niet kon overlaten aan een man, pleitten ze allen voor het verder afbreken van vooroordelen tegen deeltijd. Die vooroordelen had Plasterk dus ook. Een aantal van hen werkte vier dagen maar wilde liever drie. Er moest minder worden gewerkt, ook door mannen, was de consensus. Het management moest het voorbeeld geven door minder uren te maken.

Maar wat voor economie krijgen we als de werkgevers hun mensen moeten aansporen om zich minder in te spannen? En als mensen die weinig werken evenveel kans op promotie krijgen als degenen die zich uitsloven? Veel deeltijdvrouwen hebben geen opgroeiende kinderen. Mogen die ook eerder naar huis of moet er dan eerst een zorgtoets worden afgelegd? Lijkt me typisch een plan voor de PvdA die het afdwingen van de heilstaat nooit heeft afgeleerd. Die partij wil zelfs quota van veertig procent vrouwen in de top.

Er zijn inderdaad mensen die zo efficiënt zijn dat ze in deeltijd meer werk verzetten dan de meeste fulltimers. Maar onder vrouwen komt dat niet meer voor dan onder mannen. De overheid kan niet tegelijkertijd vrouwen aansporen om langer te werken en werkgevers dwingen om door middel van quota deeltijders in topfuncties te benoemen. Weinig politici die het durven te zeggen.

Ik hoorde lof voor het Scandinavische model, waar gratis kinderopvang standaard is. Maar daar horen wel Scandinavische belastingtarieven bij die het werken in deeltijd onmogelijk maken omdat er dan te weinig wordt verdiend. Zelf opvoeden is dan praktisch onmogelijk. En die keuzevrijheid willen Nederlanders juist niet opgeven.

Hoe zou het deeltijd-utopia eruit zien? De hiërarchie wordt dan omgekeerd. Wie het minste werkt, stijgt het snelst. Ik stel me de nieuwe topmensen voor met miljoenenbonussen voor een werkweekje van 20 uur. De ijverigste werknemers werken nog minder en verkopen nee tegen de klanten. De vergunningsaanvraag duurt een jaar langer en de oogarts, nu al schaars wegens deeltijd, plant de eerste afspraak voor over een jaar. En de gratis deeltijdkinderopvang verlengt de wachtlijsten en sluit om vier uur ’s middags. Uiteindelijk doen de mensen alles weer zelf.

Het zal niet gebeuren. Uit allerlei onderzoeken blijkt, hoe conservatief Nederland is. Uit een rapport van het Sociaal en Cultureel Planbureau blijkt dat 70 procent van de Nederlanders vindt dat de moeder de beste persoon is om het kind op te voeden. Onder managers is geen animo voor quota, blijkt uit een andere peiling. En Nederlandse moeders zijn vaak te zorgzaam. Jolanda Holwerda, hoofdredactrice van Lof, schreef in een column dat ze al schuldgevoelens krijgt als ze soms geen energie meer heeft „om de tanden van de kinderen na te poetsen”. Napoetsen is lief en verdient lof, maar geen man die het zou doen. Meer verantwoordelijkheid thuis voor mannen is dan niet zo gek.

U kunt reageren op dit artikel via nrc.nl/huygen