De stelling van Willem Bekkers: de ergste advocaat is een serviele urenschrijver

Deze week bepleitte de landelijk Deken van de Orde van advocaten voor verbeterd toezicht op de advocatuur. Wat is het verschil tussen een advocaat en een lakei? Hoe stel je je te weer tegen een cliënt met kapsones en geld? Willem Bekkers legt aan Folkert Jensma uit hoe de ideale advocaat eruit ziet.

Heeft u macht?

„Ik ben boegbeeld. Iedere advocaat wil dat hun voorzitter zegt wat die advocaat vindt. Ik ben kwetsbaar. Ik neem het op voor de rol van de advocatuur in de rechtsstaat. Maar ik wil ook wat bereiken. Ik wil niet dat de advocatuur een conservatieve, gesloten beroepsgroep wordt. Daarvoor verandert de samenleving te snel.”

Zijn er zwakke plekken in de advocatuur?

„Die zijn er in ieder beroep.”

De voorzitter van de Koninklijke Notariële Broederschap wil notarissen op staande voet kunnen schorsen. Het notariaat wil geen dekmantel zijn voor fraude. Hoe zit dat in de advocatuur?

„Ik vind dat geen enkel vertrouwensberoep een dekmantel mag zijn voor crimineel gedrag. Dat moet uitgesloten zijn. Maar een notaris is een soort openbaar ambtenaar, die beide partijen moet voorlichten. De advocaat is een behartiger van partijbelangen, en wordt gecontroleerd door de tegenpartij, eventueel door de rechter. Een verstandig advocaat let op waar hij mee bezig is. Alleen een verdenking kan al dodelijk zijn. Er zijn nogal wat kantoren waar advocaten niet meer op eigen houtje een nieuwe zaak kunnen aannemen. Er is intern enorme controle: wie is dat, waarom doe je dat, wat wil je bereiken. Daarom blijft het tot nu toe bij incidenten. Maar zeker weten doe ik het niet. In alle beroepen gebeuren kwalijke zaken.”

Vindt u dat advocaten te snel te ver gaan?-

„Een advocaat moet grenzen opzoeken van wat wettelijk mogelijk is. Maar hij moet wel weten waar die grens ligt. Een advocaat die de grenzen niet op zoekt, die is eigenlijk verwijtbaar bezig.

U vindt dat het toezicht op de advocatuur ‘actiever’ moet.

„De president van de rechtbank, de hoofdofficier en de plaatselijk deken moeten dat samen doen. Als een president hoort dat een advocaat structureel onderpresteert dan moet dat worden gezegd. De deken moet daar verstandig mee omgaan. Maar de president moet ook willen vertellen wat hij hoort. Dat is nu lang niet altijd het geval. En de deken moet tegen de president kunnen zeggen dat rechter X of Y zich onhebbelijk gedraagt op de zittingen. Of slechte vonnissen maakt. Dat moet bespreekbaar zijn. Rechterlijke macht en advocatuur zijn samen verantwoordelijk voor een goede rechtspleging.”

Is zo’n samenspraak voldoende?

„Nee, want als een deken er niks mee doet dan is die samenwerking binnen een maand ten einde. Een deken moet bij de les zijn. Hij moet niet de andere kant opkijken. Soms krijgt hij een aantal signalen tegelijk. En dan moet hij doorzoeken en optreden om erger te voorkomen.”

Maar voorkomt een deken dan ook fraude of witwassen?

„Als je dat vermoeden hebt kom je in actie en dan volgt spijkerhard een feitenonderzoek. In een aantal gevallen zou de deken steekproefsgewijs moeten controleren. Een advocaat schorsen met een spoedmaatregel kan al. Dat is laatst nog gebeurd, in Amsterdam. Je moet niet zitten en wachten op klachten, hoewel dat soms wel gebeurt. Een deken die een aantal jaren ‘zit’ en nooit formeel een klacht indient. Dat begrijp ik niet goed. Het kan toch niet dat je niet één keer ambtshalve in actie komt tegen een advocaat?”

Er wordt door rechters vooral geklaagd over vreemdelingenadvocaten.

„Daar kunnen we inderdaad moeilijk grip op krijgen. Degenen die moet klagen is vaak al het land uitgezet. Het is een lastig speelveld. Kijk naar wat Straatsburg en de vreemdelingenrechters zeggen over onze Raad van State. Wat advocaten zeggen over de IND en de IND over advocaten. Er zijn advocaten die het daar niet goed doen. Misschien is het hele systeem niet goed.

„Advocaten hebben inderdaad kansloze zaken gedaan, om tijd te rekken. Maar ook vanuit betrokkenheid met een ingeburgerd gezin waarvan ze naar eer en geweten uitzetting onverantwoord vonden. Met het generale pardon hebben die advocaten dus toch gelijk gekregen.”

Een burger die een advocaat inhuurt heeft nu geen idee of die advocaat is geschorst of berispt. Dat kan toch niet?

„Nee, zeker niet. Er is brede steun bij de balie om daar openbaarheid in te ontwikkelen. Schorsing en schrapping moeten bekend worden gemaakt. Over een waarschuwing kun je van mening verschillen. Ik vind het heel merkwaardig dat een schorsing niet openbaar is. Dan is er namelijk echt iets aan de hand. De tuchtrechter mag een uitspraak al openbaar maken. Maar dat is vreemd genoeg ook al jaren niet meer voorgekomen. Openbaar maken zou trouwens ook averechts kunnen werken. Dat bepaalde burgers denken, o, dus dáár moet ik wezen.”

Je krijgt dus ook een register van kwaaie advocaten

„Zeker. Eén van mijn collega’s verzweeg liever dat hij deken was, want dan dachten zijn cliënten: die durft niks. Die mag niks.”

Maar u geeft de voorkeur aan openbaarheid.

„De balie heeft niets te verbergen. Dat vind ik belangrijk. Ik hoef daar geen seconde over na te denken.”

De tuchtrechtspraak wordt in uw jaarverslag voor de burger een ‘bezoeking’ genoemd. Dat moet veranderen?

„Ja, ik vind van wel. Een klacht zou binnen een half jaar geregeld moeten zijn. Dat kan nu soms twee jaar of langer duren.”

Moet de drempel omhoog om advocaat te worden?

„Ja, er moet anders naar het beroep worden gekeken. Nu kun je op de dag dat je afstudeert een request indienen bij de rechtbank om toegelaten te worden tot de balie. Vanaf dat moment ben je advocaat. Intern val je dan onder het toezicht van een patroon. Dat is alles. Waarom ben je dan geen leerling-advocaat? Of aspirant? Je ziet als burger hooguit aan het uiterlijk of iemand een dag of dertig jaar advocaat is. Om die titel te kunnen voeren moet je juist over veel bagage beschikken. Het kwaliteitsverschil bij aantredende juristen is veel te groot. De normen moeten op alle terreinen worden aangescherpt. Juridische deskundigheid, morele professionaliteit en behoorlijk dienstverlenerschap.”

Zakt er nu wel eens een advocaat tijdens de opleiding?

„Hoogst zelden.”

Wie controleert de advocaat nog meer behalve de deken?

„Dat klinkt misschien raar maar het belangrijkste is dat de burger verder emancipeert. Ik heb ooit tegen een klager gezegd: waarom heeft u dat toch geaccepteerd van uw advocaat? Die man zei toen: meneer, als ik mijn eigen advocaat niet meer kan vertrouwen, wie dan nog wel? Ik was heel verbaasd.

„De burger moet die advocaat laten uitleggen wat hij denkt te kunnen bereiken, wat de baten en kosten zijn. En als je niet overtuigd bent ga je naar een ander - die moet dat verhaal ook vertellen. En dat doe je halverwege de rit nog eens. Een kritische verstandhouding met elkaar hebben – daar gaat het om. Een verstandig advocaat zal dat stimuleren. Ik doe een dringend beroep op de burger om kritisch met zijn dienstverlener om te gaan.”

Van Delden (ex-voorzitter Raad voor de Rechtspraak) zei dat er behalve briljante advocaten ook ‘drieën’ rondliepen.

„Daar heeft hij niemand blij mee gemaakt. Kijk, de ergste advocaat is een brave, serviele urenschrijver. Naïef en dom, het type lakei waar een cliënt niks aan heeft. Een advocaat moet kritisch zijn voor z’n cliënt. Die moet snappen waar hij mee bezig is. Als een cliënt zegt: ik betaal, schrijft u maar op wat ik zeg, dan is dat geen advocatuurlijk werk. Een advocaat moet per definitie eigenzinnig en dwars zijn. Kunt u dat wel bewijzen? Waar staat dat? Wie zegt dat? Een advocaat moet onder vier ogen z'n cliënt stevig durven aanpakken.”

Bent u tevreden over de advocatuur?

„Ik ben zelfs trots. Vooraanstaande rechters die de balie kritisch volgen, zullen het mij nazeggen. De advocatuur is hier de laatste jaren sterk door ontwikkeld. Nederland is internationaal bijna altijd oververtegenwoordigd. Wij kunnen ons meten met Duitsland en het Verenigd Koninkrijk. De omvang van de kantoren, de specialisatie ervan – we verdienen een fiere plaats.

„Daarom is die mantel der liefde zo ergerniswekkend. De Balie vindt niets zo erg als advocaten die de beroepsgroep in diskrediet brengen door kwalijk of stompzinnig optreden.”

U legt de nadruk op ‘morele professionaliteit’. Waarom?

„Omdat fatsoen heel ingewikkeld is geworden. Een voorbeeld? Alweer een poos geleden deden er zich ‘fiscale echtscheidingen’ voor. Het is misschien onnozel. Maar het leidde in ons kantoor tot een debat. Wettelijk mag je alleen scheiden als het huwelijk ‘duurzaam is ontwricht’. Maar cliënten wilden scheiden om de fiscale voordelen. Mag je als advocaat dan aan een rechter zwart op wit meedelen dat zo’n huwelijk ‘duurzaam is ontwricht’? Terwijl je weet dat dat niet waar is? In de praktijk vond men dat uiteindelijk niet laakbaar. Terwijl een advocaat die zoiets stelt tegenover een rechter een doodzonde begaat. Of neem een curator die voor de crediteuren zoveel mogelijk geld zo snel mogelijk uit het faillissement moet halen. Moet die zich afvragen waar dat geld vandaan komt? Of zegt hij ‘dank je wel’ en kijkt hij de andere kant op?”

Is een advocaat niet toch te koop?

„Nee. Je snapt het vak niet als je geen dwarsligger bent. Je moet je rug recht houden als er iemand binnenstapt met een ongelooflijk grote portemonnee en heel veel kapsones. Een advocaat werkt niet in de prostitutie. Zijn houding is ‘meneer dat zullen we eerst nog wel even zien’.

„Ik ken advocaten die zijn gespecialiseerd in fraudezaken. Dan is het toch een godswonder dat je niet na twintig jaar zelf fraudeur bent geworden? Maar juist de specialisten die ik ken zijn zeer integer. Dat is cruciaal.”

„Van de 15.000 advocaten zijn er 7.000 beschikbaar voor gesubsidieerde rechtshulp. Een vreemdelingenadvocaat rijdt voor 9 cent per kilometer van Rotterdam naar Almelo om er een cliënt bij te staan! 9 cent! Ik ben trots op deze beroepsgroep. Maar je moet wel bij de les zijn. Assertief zijn, doorvragen en dan met een geloofwaardige zaak komen. Dat is de kunst.”