De markt werkt, maar niet overal even goed

Liberalisering leidt niet automatisch tot lagere prijzen voor postzegels. De Tweede Kamer debatteert maandag over de gevolgen van marktwerking. Eerste deel in een serie.

Het heeft even geduurd, maar volgens een lokaal politicus rijden in Brabant nu „de mooiste en schoonste bussen ter wereld”. De koper van een huis betaalt lagere notarisprovisie dan vijf jaar geleden. En een patiënt met pijn aan brein of been kan snel worden onderzocht en de uitslag wordt nog dezelfde dag naar zijn arts opgestuurd.

Het kan ook goed gaan met invoering van marktwerking in de publieke sector. In Nederland en daarbuiten. De Duitse bondskanselier Merkel besloot vorige maand nog de nationale spoorwegen gedeeltelijk (24,9 procent) naar de beurs te brengen. De Franse president Sarkozy wil de zeehavens in Marseille, Le Havre en Bordeaux deels privatiseren. En het Nederlandse kabinet stelt de liberalisering van de postmarkt weliswaar uit, maar wil die wel doorzetten.

Het opnieuw ordenen van markten is „met valkuilen omgeven”, schreef minister Maria van der Hoeven (Economische Zaken, CDA) eerder dit jaar, toen ze haar evaluatie van het marktwerkingsbeleid naar de Kamer stuurde. Conclusie: de consument heeft meer keuzevrijheid gekregen, de doelmatigheid is gestegen en de toegankelijkheid van diensten is gelijk gebleven.

„Het marktmechanisme was in Nederland minder ontwikkeld dan in andere landen”, zegt chef-econoom Jarig van Sinderen van de Nederlandse Mededingingsautoriteit. Hij ziet dat als een neveneffect van het poldermodel. „Liever afspraken maken en de markt verdelen dan een concurrentiestrijd op leven en dood voeren.”

Maandag houdt de Tweede Kamer een hoorzitting over het onderzoek van Economische Zaken, waarin elf sectoren zijn bekeken – van telecom, luchtvaart en post tot streekvervoer, ziekenhuizen en kinderopvang. Specialisten, economen, huisartsen, energieproducenten en toezichthouders zullen in het parlement verslag doen van hun ervaringen met ‘de markt’.

Kamerleden waren gespitst op de evaluatie van de marktwerking waar ze een jaar geleden tijdens een pittig debat met de minister om hadden gevraagd. Lang was ‘de markt’ met euforie omgeven, maar ruim een kwart eeuw later is de betovering verdwenen. Afschaffing van staatsmonopolies leidt niet automatisch tot lagere prijzen voor postzegels. Efficiency betekent vaak slimmer werken met minder personeel. En het ‘eigenbelang’ van de slager en de bakker dat volgens de klassieke markteconoom Adam Smith ten goede kwam aan het algemeen belang, blijkt de consument soms ook te duperen.

De pendule van ‘meer markt, minder staat’ is doorgeslagen, menen critici zoals de vakcentrale FNV en de Socialistische Partij. Het onderzoek van Economische Zaken deugt niet, vindt FNV-voorzitter Agnes Jongerius. Het is te eenzijdig en de verslechterde arbeidsvoorwaarden in de thuiszorg en de post komen niet aan bod. „De markt maakt meer kapot dan je lief is”, zei Agnes Kant, Tweede Kamerlid voor de Socialistische Partij tijdens een recent debat met staatssecretaris Jet Bussemaker (Gezondheidszorg, PvdA) over de problemen in de thuiszorg.

In de haven van Marseille wordt al weken een regelrechte klassenstrijd gestreden, onder het motto: de haven is niet te verkopen. De Europese Commissie zit in de verdrukking en werkt aan een ‘sociaal programma’ om van haar neoliberale imago af te komen.

„Het debat over marktwerking zit vol misvattingen en is sterk gepolariseerd tussen marktmaffia versus anti-marktmaffia”, zegt de econoom Marcel Canoy, specialist op het gebied van marktwerking en privatisering. „Belangrijker is de vraag: wat is de beste manier om bepaalde markten te ordenen. Daarover zou het debat moeten gaan.”

Canoy zit in de denktank van de voorzitter van de Europese Commissie, Manuel Barroso, is hoogleraar aan de Universiteit van Tilburg en is per 1 juni hoofdeconoom bij het Rotterdamse economische onderzoeksbureau ECORYS. Als er publieke belangen in het spel zijn kán er volgens Canoy niet eens sprake zijn van ongebreidelde marktwerking. Een combinatie van vrijheid en regulering is dan altijd gewenst. „Maar zo’n combinatie kun je handig of onhandig aanpakken.”

De vraag of eigendom privaat of publiek is georganiseerd, is volgens Canoy niet eens zo belangrijk. Het gaat om de ordening. „Neem water, dat kun je privaat of publiek organiseren en daarmee kun je goede of minder goede resultaten bereiken. In Engeland en Frankrijk is de watervoorziening geprivatiseerd en is het goed geregeld. In andere landen is de watervoorziening bij de staat in goede handen.”

Ook is de discussie over marktwerking omgeven met symboliek. Canoy noemt als voorbeeld de post. „Liberalisering ligt bij de vakbeweging en werknemers heel gevoelig. Er worden debatten gevoerd waarbij de emoties hoog oplopen. Maar het zakelijke verkeer, 95 procent van de markt in West-Europa, is al geliberaliseerd. De politieke discussie gaat alleen nog over brieven – over Kerst- en rouwkaarten”.

Als het echt misgaat moet je niet aarzelen bij te sturen of te stoppen, vindt Canoy. In Nieuw-Zeeland besloot de regering deze maand de spoorwegen na vijftien jaar privatisering weer te nationaliseren. Het materieel was dusdanig verslechterd omdat er niet geïnvesteerd werd en er ook niet efficiënter werd gewerkt. In Nederland zijn dergelijke uitwassen volgens de Tilburgse econoom niet aan de orde. Wel wordt bijgestuurd als toezichthouders aan de bel trekken.

„Het openen van markten alleen is niet voldoende”, stelt de Duitse econoom Lars-Hendrik Röller. Hij werkte jarenlang bij de Europese Commissie op het departement Mededinging van eurocommissaris Kroes. „Er moet na opening van de markt wel concurrentie plaatsvinden, anders dalen de prijzen niet”, zegt Röller. Hij wijst op de energiesector, waar landen als Frankrijk en Duitsland nieuwkomers liever buiten de deur houden. Nederlandse consumenten kunnen al sinds 2004 vrij wisselen van leverancier.

Röller is voorstander van een liberale economie. Toch ziet hij grenzen aan privatisering en liberalisering. „Natuurlijk moet de consument profiteren van privatisering. Maar de politiek kan er ook bewust voor kiezen dat oma die in een dorp woont met de bus moet kunnen blijven reizen.” Daarom moeten landen in Europa zelf kunnen beslissen hoe ze met hun publieke sector omgaan. „Brussel legt in dit verband niets op.”

Sommige sectoren, zoals de gezondheidszorg, kunnen volgens Röller en Canoy nooit een echt vrije markt worden. „Daar pleit ook niemand voor”, zegt Canoy. „Al doen over de zorg misverstanden de ronde. Bijvoorbeeld dat ondanks de ingevoerde marktwerking de kosten omhoog gaan. De kosten in de zorg zouden zonder meer stijgen door de groeiende groep ouderen.”

„Ondanks alle tegenwind is er veel bereikt op het gebied van marktwerking”, zegt Canoy. „Kijk naar telecom, luchtvaart, post. Nederland benadeelt zichzelf als het meelift op anti-marktsentiment.”

En wat levert de marktwerking op? De resultaten van modelberekening zijn „betekenisvol”, zeg Jarig van Sinderen van de NMa. Hij somt op: bijna 80.000 mensen meer aan de slag, een inflatie die bijna één procent lager is en een stijging van de consumptie met ruim 0,5 procent. Eén ding is volgens de econoom onbetwistbaar. „De consument krijgt betere dienstverlening tegen lagere prijzen.”

Liberalisering post: pagina 23

Lees het onderzoek van EZ op nrc.nl/economie