Consument is machtsfactor zonder normen geworden

In zijn artikel over de landbouwproblematiek (Opinie & Debat, 10 mei) wijst Jan Douwe van der Ploeg drie factoren aan voor de voedselcrisis: verdwijnen van boerenlandbouw; primaat van de wereldhandel; en de invloed van de voedselimperia. Van der Ploeg gaat daarmee voorbij aan de belangrijkste transitie van de afgelopen 30 jaar in de westerse landen, namelijk dat door democratisering en emancipatie van de mensen, het systeem niet meer aangewezen kan worden als de overheersende oorzaak - en oplossing- van het kwade. In de landbouw speelt al decennia het probleem van de (kleine) consument die niet bereid is om een eerlijke prijs voor voedsel te betalen. De consument is een machtsfactor geworden met prijzenoorlogen als resultaat. De effecten daarvan worden op de producent afgewenteld. En niet alleen als consument hebben mensen macht gekregen, ook als speculant en producent. In Friesland stemden de boeren onlangs in met een spraakmakende schaalvergroting van hun zuivelcoöperatie. Van de kleine beleggers in Ahold-aandelen kwamen geen negatieve geluiden over onverantwoordelijke overnames door Ahold.

Normen zijn vaak ondergeschikt geworden aan geld. Meer macht gaat blijkbaar niet gepaard met meer verantwoordelijkheden. Iedere macht zal zichzelf moeten blijven aanspreken door het opleggen van normen. Bijvoorbeeld over de onethische aspecten van goedkoop voedsel kopen, van goedkope kleding en goedkoop vliegen. Deze normen zijn nu voor de meeste mensen - zelfs bij hen die het makkelijk kunnen betalen - helemaal niet belangrijk. Alleen het systeem verantwoordelijk stellen is in tegenstrijd met de sociale realiteit.