Alle woorden samen

Woorden uit verschillende talen zullen wel apart van elkaar bewaard worden. Nee, ontdekte Ton Dijkstra. Er is maar één mentaal lexicon. Berthold van Maris

Als iemand meertalig is, dan liggen ‘in zijn hoofd’ de woorden van die talen door elkaar heen. Er is maar één lexicon, waar meerdere talen in kunnen zitten.

Dat is de afgelopen jaren experimenteel aangetoond door taalwetenschapper Ton Dijkstra, die nu voor dit mooie onderzoek beloond wordt met een hoogleraarschap psycholinguïstiek en meertaligheid aan de Radboud Universiteit. Onlangs (vrijdag 9 mei) hield hij zijn oratie en daarin gaat het uiteraard over woorden en meertaligheid.

Als iemand Nederlands èn Engels spreekt en hij ziet een woord, dan zoekt hij in zijn brein naar de betreffende vorm en de bijbehorende betekenis. Die zoektocht gaat – uiteraard – heel snel en daarbij worden eerst alle erop lijkende woorden in beide talen kort geactiveerd. Leest iemand in een Engelse tekst het woord ‘room’, dan activeert hij bijvoorbeeld ook even het Nederlandse woordje ‘room’. Pas daarna vindt de selectie van het juiste woord plaats.

De experimenten waar Dijkstra dit mee aantoont, zijn eenvoudig. Een proefpersoon krijgt een woord te zien en moet zo snel mogelijk, met een druk op een knop, aangeven of dat woord wel of niet bestaat. De reactietijd (ongeveer een halve seconde) verschilt. Dat verschil, daar gaat het om.

cognaten

Sommige soorten woorden worden sneller of juist langzamer verwerkt dan andere woorden. Cognaten bijvoorbeeld: dat zijn aan elkaar verwante woorden die in beide talen voorkomen, zoals ons ‘tomaat’ en het Engelse ‘tomato’. “Cognaten worden sneller verwerkt”, legt Dijkstra uit door de telefoon. “En het gaat nóg sneller als het woord in drie of meer talen voorkomt, en de proefpersoon die talen ook allemaal kent. Dat bewijst dat al die talen voortdurend geactiveerd worden. Want hoe zou je anders het verschil in reactietijd moeten verklaren?”

Ook bij ‘valse vrienden’ – woorden als ‘room’ en ‘slim’, die in het Engels iets heel anders betekenen dan in het Nederlands – vond Dijkstra afwijkende reactietijden. “Een laagfrequent Engels woord ondervindt bijvoorbeeld storing van een hoogfrequente Nederlandse tegenhanger.” Een voorbeeld hiervan is ‘ramp’, een heel gewoon Nederlands woord, dat in het Engels een weinig gebruikt woord is voor ‘helling’.

Ander experiment. “Stel je voor: je ziet ‘work’. Dan gaat het zo: in eerste instantie activeer je alle woorden die erop lijken: word, cork... We noemen dat neighbours, buren. Nu is het intrigerende: je activeert niet alleen de Engelse buren, maar ook de Nederlandse: vork, wolk... Dat het zo werkt, kun je experimenteel aantonen. Je telt van ieder woord hoeveel Engelse buren er zijn en hoeveel Nederlandse. Je kunt dat in je experiment manipuleren: je kunt woorden kiezen die heel weinig buren in het Nederlands hebben en heel veel in het Engels, en andersom. Dan zie je dat de reactietijd bepaald wordt door het aantal buren in de eigen taal èn in de andere taal. Hoe meer buren, hoe meer storing: de verwerkingstijd wordt langer. Dat duidt erop dat er maar één lexicon is, en niet meerdere. Want als het een taalselectief proces zou zijn, met voor elke taal een apart lexicon, dan zouden bij de herkenning van ‘work’ alleen de Engelse buren van invloed mogen zijn. En niet de Nederlandse.”

toontaal

Nu zijn het Nederlands en het Engels talen die erg op elkaar lijken. Wat gebeurt er als mensen twee talen spreken die heel ver van elkaar af staan? Dijkstra: “Mijn collega heeft het experiment met de cognaten ook in Engeland gedaan, met mensen die Engels en Chinees spreken. De uitkomsten waren heel vergelijkbaar. Terwijl het Chinees toch een ander schrift heeft en ook nog eens een toontaal is.”

Tot 1990 dachten de meeste wetenschappers dat de woordenschatten van de verschillende talen die we spreken, als aparte bestanden in ons brein liggen opgeslagen. “Want zo voelen de meeste mensen dat intuïtief. Dat mensen dat denken is logisch”, vindt Dijkstra. “Want uiteindelijk komt er maar één woord je bewustzijn binnen. Al die andere woorden zijn dan kennelijk al uitgeschakeld. Het selectieproces is automatisch en voltrekt zich vóór je je er bewust van wordt. Het is voor-bewust of, zo je wilt, onder-bewust.”

Dijkstra hoeft als hoogleraar niet stil te zitten, want de ontdekking dat er maar één lexicon is, waar alle talen in kunnen, roept een nieuwe vraag op: “Hoe weet ik dat het woord ‘bike’ Engels is en het woord ‘fiets’ Nederlands?”