Aanpak vogelgriep kan niet met één antiviraal medicijn

Eind april werden in Noord-Oost India 50.000 vogels gedood om een nieuwe uitbraak van vogelgriep te beperken. foto afp An Indian health worker wrings the necks of a duck during a cull after the 3rd outbreak of bird flu at the village of Chandrapur in Bishalgarh, some 30 kms from Agartala on April 27, 2008. Indian authorities ordered the slaughter of 50,000 birds after a new outbreak of bird flu was confirmed in a state bordering Bangladesh, officials said. The remote northeastern state of Tripura is the second state after West Bengal in the country's east to report an outbreak of avian influenza this year. AFP PHOTO/PARTHAJIT DATTA AFP

Overheden wereldwijd leggen grote voorraden antivirale middelen aan om aan een uitbraak van het vogelgriepvirus H5N1 het hoofd te kunnen bieden. Meestal gaat het daarbij om het middel oseltamivir, ook bekend onder de merknaam Tamiflu. Britse onderzoekers vinden dit niet verstandig, omdat veel varianten van H5N1 hier resistent voor blijken te zijn. De resistente vormen zijn meestal nog wel gevoelig voor een ander middel: zanamivir (Relenza). Daarom adviseren de onderzoekers om ook dit laatste middel in de noodvoorraden op te nemen. Bovendien vinden ze uitbreiding van het repertoire van middelen dringend nodig, voor het geval het virus ook resistentie tegen zanamivir ontwikkelt (Nature, 15 mei).

Het griepvirus is berucht om het gemak waarmee het muteert, waardoor steeds nieuwe varianten ontstaan. Die verschillen van elkaar door de eiwitten die aan hun buitenkant zitten: hemaglutinine (H) en neuraminidase (N). Vandaar dat de volledige naam van een griepvirus op een chemische formule lijkt. Zoals het subtype H5N1, waar men nu zo bang voor is. Vooralsnog komt dit virus vooral bij vogels in Azië voor. Nog deze week zijn in Zuid-Korea 15.000 stuks pluimvee vernietigd, nadat vastgesteld was dat sommige ervan waren besmet. Het gevaar schuilt echter in de mogelijkheid dat ook mensen geïnfecteerd worden. Als dit gebeurt met een zeer besmettelijke variant, is de kans groot dat het virus zich razendsnel over de hele wereld verspreidt. Omdat het om een voor mensen nieuw virus gaat, heeft niemand er weerstand tegen en kunnen miljoenen slachtoffers vallen. Zo’n pandemie is tot nog toe uitgebleven, ook al zijn er wel mensen besmet geraakt. Uit een overzicht van de Wereldgezondheidsorganisatie WHO van 30 april blijkt dat dit sinds 2003 zeker 382 mensen is overkomen, van wie de meesten in Indonesië en Vietnam leefden. Van hen zijn er 241 aan de ziekte bezweken.

De twee beschikbare antivirale middelen, oseltamivir en zanamivir, hebben gemeen dat ze als doelwit het viruseiwit neuramidase aanvallen. Dit zorgt ervoor dat nieuw gevormde virussen geïnfecteerde cellen kunnen verlaten om de infectie verder te verspreiden. Maar ook van dit eiwit zijn verschillende mutanten aangetroffen: het zijn nog wel N1-eiwitten, maar ze verschillen op details. De vraag is nu of die het virus resistent maken tegen de medicijnen. Met behulp van röntgenkristallografie bepaalden de onderzoekers van drie bij patiënten gevonden neuraminidase-mutanten de moleculaire opbouw en ruimtelijke structuur. Die bepalen in hoeverre de antivirale middelen neuraminidase kunnen binden, wat nodig is voor hun werking. Daarbij bleek dat de onderzochte mutanten resistent waren voor oseltamivir – de binding verloopt moeizaam of niet - maar nog steeds gevoelig voor zanamivir. Vandaar het advies om ook dit middel in voorraad te nemen. Huup Dassen