Zo’n balaanname had hij nooit van dichtbij gezien

Auke Kok: 1988. Wij hielden van Oranje. Thomas Rap, 304 blz. € 18,50

Het komt niet zo vaak voor – en bijna nooit in Nederland – dat een sportboek uitstijgt boven zijn genre, dat wordt gekenmerkt door een door nostalgie gestuurde heldenverering en verliefdheid op details. Twee jaar geleden gebeurde dat met 1974. Wij waren de besten, Auke Koks boek over het wereldkampioenschap voetbal dat Nederland een zilveren medaille en een Mannschaft- trauma opleverde. Steunend op uitgebreide research en veel interviews laveerde Kok tussen sociologie, sportgeschiedenis en journalistiek, voortgestuwd door de vraag waarom Nederland niet won – en waarom dat zo erg was.

Bij de opvolger, 1988. Wij hielden van Oranje ontbreekt zo’n kwestie. Immers, in 1988 won Nederland wél. Van West-Duitsland en uiteindelijk van iedereen. Kok lijkt zich het gevaar van een boek zonder bite zeer bewust geweest te zijn. Zeker in het begin van 1988 lijkt hij met de moed der wanhoop op zoek naar een mogelijkheid om het succesverhaal te relativeren. Hij schrijft afstandelijk over alom bewierookte helden als Gullit en Van Basten, hij wijst op de slechte verhouding tussen de trainer (Rinus Michels) en de vertegenwoordigers van de KNVB, hij laat zien dat de keuze om Marco van Basten aanvankelijk wisselspeler te maken, zo onredelijk niet was, hij benadrukt hoeveel geluk het Nederlands elftal had en hij toont de buitensporige hysterie voor, tijdens en vooral ook na de halve finale Nederland-West-Duitsland. De anti- Duitse oprispingen van twintig jaar geleden plaatst hij mooi in de tijdgeest. Precies, trouwens, zoals Koks nadruk op de redelijkheid en wellevendheid van de Duitsers nu bon ton is. Kok laat verschillende theorieën over generatievorming, oorlogsverwerking en maatschappelijke verandering op de materie los, maar die blijven zweven bij gebrek aan een kwestie die alles bijeen kan binden.

Zo is 1988. Wij hielden van Oranje geen boek geworden om een onverschillige tot inkeer te brengen. Wel is het een voorbeeldige reconstructie, ideaal voor liefhebbers die het een en ander opnieuw willen meemaken. Kok heeft serieus nagedacht over het waarom van de overwinning: hij komt uit bij Michels ideeën over het belang van het team en de wijze waarop aanvoerder Ruud Gullit zich een groepsmens betoonde.

Goed laat hij zien hoe Michels alle mogelijke middelen aangreep om zijn team een vijand te bezorgen (officials, Duitsers).Bovendien is het boek met zorg gecomponeerd en goed geschreven, waarbij Kok de lyriek niet schuwt, zij het dat hij die bewaart voor de beschrijving van werkelijk belangrijke momenten. Bijvoorbeeld wanneer hij hét doelpunt van het toernooi beschrijft, de 1-0 van Marco van Basten tegen Engeland: ‘Onder de twintig aan elkaar gestikte vijfhoeken van namaakleer, bedrukt met cirkels, gingen emoties schuil, teleurstelling en verlangen, hoop en wanhoop’. De bal wordt door de matig spelende Gullit naar Van Basten gespeeld. ‘Met zijn effectvolle trap verloste hij zich van de taak te moeten bedenken hoe het verder moest met die aanval’.

Daar maakt Kok dat spelmoment in één moeite door het symbool van de cruciale verandering in de ploeg: aanvoerder Gullit wordt dienstbaar aan de nieuwe ster Van Basten. De onvergetelijke schoonheid van de wijze waarop deze laatste de bal onder controle bracht wordt dan beschreven uit het perspectief van de Engelse verdediger ‘die een aanname als deze schijnbaar niet eerder van dichtbij had meegemaakt’. Het duurt nog ruim een halve pagina voordat de bal in het doel ligt.

Het is het moment waarop je je toch gewonnen geeft aan 1988. Deels door de scène zelf, deels door de herinneringen aan een lange sprint door een woonkamer die erdoor wordt opgeroepen.