Weinig vreugde in jaar van het eeuwfeest

In het jaar dat de club honderd jaar bestaat, degradeert Real Murcia uit de hoogste Spaanse voetbalklasse. Ooit speelde de Nederlandse topspits Bandi voor de club. Bandi?

Ooit speelde de Nederlandse topspits Bandi voor Real Murcia. Dat althans beweerde mijn Spaanse kapper Mariano bij onze eerste ontmoeting. Toen hij merkte dat die naam mij niks zei, legde hij zijn schaar verbijsterd neer. Bandi had notabene met Ajax de Europacup gewonnen!

Na enig gepuzzel was het mysterie opgelost: Spanjaarden maken van onze ‘v’ een ‘b’, en als die ‘i’ een ‘ij’ was, kwam je met de nodige fantasie uit op (Dick) van Dijk, de Ajacied die in 1971 tegen Panathinaikos scoorde en later naar het buitenland vertrok.

Terwijl een lachende Mariano zijn knipwerk voortzette, vertelde hij over Bandi, een van de weinige cracks die het paprikarode shirt van ‘zijn’ Real hadden gedragen. Van Dijk speelde er in het seizoen ’74-’75; hij scoorde weinig, maar maakte indruk met zijn doordachte acties.

Mijn kapper had op die dag in 1992 alle reden om terug te blikken. Real Murcia ploeterde op dat moment in de tweede divisie en was bijna failliet. Het water werd destijds zelfs enige tijd afgesloten in het stadion, zodat niemand er kon douchen. In de daaropvolgende jaren zou de malaise aanhouden, met als dieptepunt degradatie naar de vierde divisie, in 1995.

Eind jaren negentig kocht de Madrileen Jesús Samper de club. Murcia speelde intussen weer in de tweede divisie, maar zonder veel succes. Bovendien had het Condomina-stadion zijn beste tijd gehad. Kees Jansma bezocht er een wedstrijd en sprak in Voetbal International van „een fantastische bouwval, waarin in ons land geen enkele liefhebber zou worden toegelaten of zou willen worden toegelaten”.

Dat vond Samper blijkbaar ook. Hij liet een modern stadion ontwerpen, ten noorden van de stad, en regelde een nieuw bestemmingsplan, waardoor hij in dezelfde zone op goedkoop aangekochte grond een enorm winkelcentrum kon bouwen. De media suggereerden dat er smeergeld was betaald, maar dat kon de fans weinig schelen. Eindelijk was er iemand die de club uit het slop wilde halen.

Ruim voordat het bouwplan was uitgevoerd, promoveerde Real in 2003 naar de Primera División. Niet voor lang, want een jaar later degradeerde de club weer. „De promotie kwam te vroeg”, wist ook kapper Mariano. „Laat ze eerst dat stadion bouwen, daarna zien we wel verder.” Uiteindelijk werd het fraaie Estadio Nueva Condomina in oktober 2006 opgeleverd en in datzelfde seizoen promoveerde de club weer naar de hoogste divisie.

Ditmaal waren de supporters hoopvol gestemd. Binnen enkele dagen meldden zich 25.000 socios aan, de overige 7.500 plaatsen werden gereserveerd voor vips, sponsors en vrije verkoop. Samper trok de portemonnee en kocht de jonge, talentvolle Zweed Henok Goitom voor drie miljoen euro, een recordbedrag. Het team werd verder versterkt met ‘afdankertjes’ van de grote clubs en kende dit seizoen een goede start. Na een paar maanden bleek trainer Lucas Alcaraz echter niet in staat zijn elftal op de rails te houden. Zijn verdedigende tactiek werkte in de tweede divisie, maar in la Liga moet je ook aanvallend kunnen voetballen.

Hielden de Murcianen Real Madrid thuis nog op 1-1, tegen mindere tegenstanders gingen ze onderuit. Zelfs Goitom kon het tij niet keren. Te vaak zwierf hij eenzaam in de spits, te vaak ook stond zijn vizier niet op scherp.

Samper nam zijn coach eerst in bescherming, maar na de zoveelste nederlaag waren pers en publiek het zat. Was dít de manier om Real Murcia’s honderdjarige bestaan te vieren? Begin maart werd Alcaraz alsnog vervangen door Javier Clemente. Maar de ervaren Bask kon het degradatiespook ondanks overwinningen op Espanyol en Valencia ook niet verjagen.

Wél kweekte hij de nodige goodwill, door de gedreven Uruguayaanse spits Iván Alonso weer een basisplaats te geven en het pas 17-jarige talent Dani Aquino aan het grote werk te laten proeven. Het leverde beide spelers al een plaats op in het ‘elftal van de week’ van sportkrant Marca.

Begin deze maand was de degradatie van Real Murcia al een feit; de thuiswedstrijd van morgen tegen FC Barcelona kan omschreven worden als het duel der verliezers. Murcia moet het voor de zomer geplande eeuwfeest als tweededivisieclub vieren. Dat er dan een Europese topploeg (wellicht Ajax) op bezoek komt, is een schrale troost voor het voetbalverliefde Murciaanse publiek.

Voor kapper Mariano komt dat feest sowieso te laat. Hij overleed onlangs, net zo plots als Dick ‘Bandi’ elf jaar geleden. Maar zijn retorische vraag snijdt nog steeds hout: „Als een stadje als Villarreal een topteam heeft, moeten wij toch op z’n minst een middenmoter in la Liga hebben?”