Wat zien de kijkers toch in dat slome misdaadgepuzzel?

Wat me totaal niet boeit, zijn Britse politieseries. Al zijn Nederlandse en Belgische vaak nog erger. Zo’n godheid als inspecteur Morse, die langdradig en met veel sfeer een zaakje oplost, nooit begrepen waarom mensen daar twee uur lang naar kijken. En niet één keer, maar zelfs als de KRO de twintigste herhaling uitzendt, sabbelen ze Morse weer af alsof het een geniale toverbal is. Gek word je van de slome dialogen op fraaie locaties, terwijl er helemaal niets gebeurt.

Het gepronk met Morse’s culturele bagage en zijn assistent Lewis, die daar zo lekker dom naast staat, boeit nog altijd tallozen. Kuddes trekken door Oxford langs de locaties van de serie. Maar zelfs Morse-kijkers willen wel eens iets nieuws en daarom is Lewis zeven jaar na de dood van zijn baas bevorderd tot inspecteur in zijn eigen vervolgserie. De KRO zond van Lewis de afgelopen weken met veel succes het tweede seizoen uit.

Rond de detectiveseries is een cult ontstaan die op 31 mei zijn jaarlijkse hoogmis viert in de Detective-nacht. Op de site van de KRO mag het publiek nu al kiezen welke prachtseries die nacht worden vertoond.

Morse is de aanstichter en zijn volgelingen zijn talrijk: Inspector Lynley, A Touch of Frost, Silent witness, Prime suspect, Dalgliesh, enzovoort. Tot uit Australië haalt de KRO series om de liefhebbers van misdaadgepuzzel bezig te houden. Black Jack debuteerde twee weken geleden in dat kader. Het blijkt een goedkope clichéserie, die met de Britse collega’s gemeen heeft dat afleveringen ten minste anderhalf keer te lang duren. Amerikaanse series hebben ook passages waarbij je verstand mag rusten, maar die blijven visueel en muzikaal altijd aantrekkelijk. CSI Miami is daarvan het beste voorbeeld: televisie als kleurrijk en abstract totaalkunstwerk.

Black Jack is redelijk inventief met techniek en locatie, maar te melodramatisch en overladen met verhalen. De persoonlijkheid van de politiemannen is te belangrijk, iets wat je CSI zelden kunt verwijten. Black Jack kent mooie situaties, zoals een politieman die een collega bij het oversteken net voor een auto wegsleurt en daarbij diens overhemd scheurt. Daardoor wordt het microfoontje zichtbaar waarmee hij afluisterde hoe zijn redder in beslaggenomen drugs verkocht.

Over het fantasieloze Flikken, het eindeloos herhaalde Ernstige Delicten en het gelukkig beëindigde Baantjer kunnen we zwijgen. Het Zweedse Wallander en zeker Van Veeteren zijn wel eens een half uurtje leuk.

Van de Britse policiers is Waking the dead (seizoen 7 nu op BBC1) bijna een uitzondering op de regel. Een aflevering duurt gewoon een uurtje, het is kundig verfilmd en visueel aantrekkelijk verteld met karakteracteurs. Toch besteedt ook Waking the dead, net als CSI over forensisch onderzoek, veel aandacht aan details en bijzaken. De makers verliezen zich in sociale en andere bespiegelingen die het verhaal verbrokkelen. En ook hier krijgt de persoon achter de politiemannen een te grote rol, zoals in de uitweidingen over de drugsverslaafde zoon van inspecteur Peter Boyd, overigens uitstekend gespeeld door Trevor Eve.