Vrienden tot op het hoogste niveau

Hebben vrienden op hoge posten in Rusland een obscuur bedrijf tot de derde oliehandelaar ter wereld gemaakt? En wat heeft Vladimir Poetin ermee te maken? Een reportage.

President Poetin zomer 2002 tijdens een judotraining. Met zijn vriend en medeoprichter Timtsjenko (niet op de foto) van oliehandelaar Gunvor richtte Poetin destijds een judoclub op. Foto Reuters Russian President Putin (Top) a judo black belt performs a throw during training June 16, 2002. Putin turns 50 next Monday, October 7, which he is due to spend in the capital of former Soviet republic of Moldova the city of Chisinau at the Commonwealth of Independent States meeting. Picture taken June 16, 2002. REUTERS/ITAR-TASS/KREMLIN PRESS SERVICE AS REUTERS

In een fraai kantoorpand met uitzicht op het meer, aan de rand van het bankdistrict van Genève, verkopen zo’n veertig mannen en vrouwen stilletjes Russische olie voor een van ’s werelds snelst groeiende oliehandelfirma’s. „Ik denk dat we een beetje vooruitziend zijn geweest”, zegt Torbjorn Tornqvist, de Zweedse president-commissaris en oprichter van de Gunvor Group. In 2003 was het bedrijf nog een nichespeler, maar nu is het uitgegroeid tot ’s werelds derde oliehandelsfirma, met een verwachte omzet voor dit jaar van 45 miljard euro. „In 2003 hebben we besloten ervoor te gaan”, zegt hij. „We zagen dat de markt openging.”

Velen vragen zich af of achter Gunvors snelle groei – terwijl het Kremlin zich intensief met de Russische olieproductie is gaan bemoeien – niet meer steekt dan louter visie. Het bedrijf heeft „een hele goede vriend”, zegt een ex-partner. „Hij zit op het allerhoogste niveau”, zegt een ander.

Sommigen hebben geopperd dat er banden zijn tussen de tweede medeoprichter van Gunvor, Gennadi Timtsjenko, en Vladimir Poetin, de president van Rusland van 2000 tot vorige week.

Een geheimzinnige groep zakenmensen, waarvan de leden dichtbij Poetin staan, hebben tijdens zijn presidentschap enorme vermogens vergaard, maar zijn tot nu toe ver buiten de schijnwerpers gebleven. Dit jaar is Timtsjenko voor het eerst doorgedrongen tot de Forbes-lijst van de rijkste mensen ter wereld, met een geschat vermogen van 2,5 miljard dollar (1,6 miljard euro).

De handelsfirma van Timtsjenko heeft geprofiteerd van grote exportquota tijdens een met schandalen omgeven olie-voor-voedselprogramma, dat door Poetin werd georganiseerd toen hij in 1991 aan het hoofd stond van de commissie voor buitenlandse economische betrekkingen van St. Petersburg. De handelsfirma knoopte tevens nauwe betrekkingen aan met Surgutneftegaz, een oliemaatschappij die loyaal was aan het Kremlin.

Toen het Russische olieconcern Yukos te maken kreeg met achterstallige belastingaanslagen ter hoogte van 33 miljard dollar, en uiteindelijk werd overgenomen door de staat, begon het aandeel van Gunvor in de Russische oliehandel sterk toe te nemen. „Zij namen al onze vaten over”, zegt een voormalige handelaar van Yukos.

Van „veel minder” dan 10 procent van de Russische olie-exportmarkt in 2003 is Gunvor nu uitgekomen op 30 procent, zegt Tornqvist. Alle Russische oliemaatschappijen, met uitzondering van Lukoil, hebben contracten gesloten met Gunvor, zegt hij.

„Ze hadden nooit zo ver kunnen komen zonder sterke politieke connecties”, zegt Chris Weafer, hoofd strategie van de zakenbank Uralsib in Moskou.

Er zijn vraagtekens als het gaat om degenen die hebben geprofiteerd van Gunvors overname van de oliehandel. Ook is onduidelijk hoe groot de winst van de firma precies is. Er wordt geopperd dat Poetin zelf een van de eigenaren van het bedrijf zou zijn. Tornqvist wimpelt die aantijging weg als „ongefundeerd en onzinnig”, ook al bevestigt hij dat het bedrijf een derde aandeelhouder heeft wiens naam hij niet mag onthullen. „Vanwaar deze speculaties over Poetin?” zegt Tornqvist. „Wij kunnen hem missen als kiespijn. Tien tot twaalf van de grootste banken ter wereld financieren onze activiteiten en controleren onze betalingsafschriften.”

De firma is in handen van een houdstermaatschappij in Nederland, Gunvor International BV, die op haar beurt weer in handen is van één op Cyprus, die weer eigendom is van een postbusmaatschappij op de Maagdeneilanden, die volgens het handelsregister van Cyprus vorig jaar april de leiding nam. „Het is een volkomen gesloten boek”, zegt Paul Millar van het maritieme onderzoeksbureau Lloyd’s MIU.

[Vervolg GUNVOR: pagina 14]

GUNVOR

‘Poetin heeft helemaal geen geld nodig’

De medeoprichter van de oliehandelaar staat nu op de Forbes-lijst van rijkste mensen ter wereld

[Vervolg van pagina 13] ‘Natuurlijk zijn ze vrienden”, zegt een bankier die zowel Poetin als Timtsjenko kent en anoniem wil blijven. „Ze houden allebei van judo en spreken Duits. Het zijn twee competente technocraten. Ze passen gewoon bij elkaar.” Deze bankier denkt dat het niet nodig is dat Poetin aandelen in Gunvor bezit. „Zulke mensen hebben geen behoefte aan geld”, zegt hij. „Ze kunnen naar het vliegveld gaan en de Gulf-jet staat al voor ze klaar. ”

Maar volgens Gunvor is zelfs „de suggestie dat ze vrienden zijn niet helemaal juist”. Het bedrijf zegt: „Ze komen elkaar slechts zo nu en dan bij bepaalde gelegenheden tegen.”

Tornqvist zelf zegt dat de firma niet heeft geprofiteerd van politieke gunsten, maar zijn opkomst te danken heeft aan goede zakelijke connecties. „Ik zou u zo de namen van tien mensen kunnen geven die Poetin hebben gekend omdat hij werkzaam was in de handel, uit St. Petersburg kwam en daar deel uitmaakte van het establishment. Maar om daar nu meteen de conclusie uit te trekken dat ze samen in zaken zitten, is pure speculatie.”

De opkomst van Timtsjenko begon toen de Sovjet-Unie in chaos uiteenviel en de eerste handelsfirma’s die onafhankelijk opereerden van het exportmonopolie Soyuznefte de kop opstaken. Een van de allereersten was Urals Trading, dat in 1991 een licentie als olie-exporteur verwierf en werd opgericht door de voormalige KGB-officier Andrei Pannikov, die in de jaren tachtig uit Zweden was gezet wegens spionage.

Pannikov zegt desgevraagd dat hij Urals in contact heeft gebracht met de olieraffinaderij Kirish, toen hij zaken deed met vier mannen die de handelsafdeling runden, waaronder Timtsjenko. De handelstak kreeg een belangrijk exportcontract toebedeeld toen Poetin destijds het bedrijf toestond om 100.000 ton dieselolie te verkopen in ruil voor voedselinvoer voor de stad, toen de voedselvoorraden in de laatste dagen van de Sovjet-Unie opraakten. Maar het plan leidde tot oproepen om Poetin uit zijn functie te zetten, in het enige publieke schandaal waarbij de latere president betrokken was, nadat het stadsparlement in een officieel onderzoek zei dat hij voor tientallen miljoenen dollars aan quota’s had gegund aan duistere tussenpersonen – en bevriende bedrijven – terwijl de voedselimport nooit arriveerde.

In januari 1992 registreerde Poetin als stadsbestuurder de Golden Gates-firma. Het is het enige bedrijf waarvan bekend is dat Timtsjenko en Poetin er samen in deelnamen. Gunvor zegt dat het werd opgericht om een olieraffinaderij nieuw leven in de blazen, maar dat dat niet is gelukt. Volgens een bankier werd het opgericht om een olieterminal te bouwen in de haven van St. Petersburg.

De plannen gingen niet door toen Poetin en het stadsbestuur in botsing kwamen met de georganiseerde misdaad, aldus de bankier. Het conflict escaleerde tot het punt waarop Poetin persoonlijk werd bedreigd en hij zich genoodzaakt zag zijn dochters in Duitsland in veiligheid te brengen.

Intussen fungeerde Timtsjenko als een belangrijke levensader voor een andere grote speler, Surgutneftegaz. Dit bedrijf wist, anders dan de meeste Russische oliemaatschappijen, begin jaren negentig overname te voorkomen door hongerige oligarchen die nauwe banden onderhielden met de regering van Boris Jeltsin. Het ging de firma voor de wind, dankzij de betrekkingen met de Kirishi-raffinaderij en Timtsjenko, die de eindproducten exporteerde. De latere overname van de raffinaderij door Surgut heeft tot speculaties geleid, dat belangrijke spelers bij de raffinaderij en zijn handelstak in ruil daarvoor aandelen in Surgut hebben gekregen.

Tornqvist ontkent dat hij of Timtsjenko grote belangen hebben in het beursgenoteerde Surgut, afgezien van wat ze op de open markt hebben gekocht.

Niettemin is de exacte eigendomsstructuur van Surgut een mysterie. In 2000 en 2001 besloten de meeste beursgenoteerde Russische olieconcerns onder leiding van Yukos dat het tijd was voor meer transparantie. Maar dat gold niet voor Surgut, dat zijn aandeelhouders verborgen houdt in een ingewikkelde structuur van kruisbelangen en in 2003 is opgehouden met het publiceren van financiële gegevens. „Ze wilden niet dat bekend zou worden welke namen in hun aandeelhoudersregister voorkomen”, zegt de bankier.

Hermitage Capital Management, het fonds dat ooit Ruslands grootste belegger in buitenlandse aandelen was, diende een juridische klacht in om Surgut te dwingen zijn aandeelhoudersstructuur te openbaren. Korte tijd later werd topman William Browder de toegang tot Rusland ontzegd – zijn inspanningen om het ondernemingsbestuur bij een hele reeks Russische bedrijven te verbeteren had al eerder allerlei mensen tegen de haren in gestreken.

Hermitage meldde in 2004 ook dat uit financiële verslagen is gebleken dat Surgut tussen 1999 en 2003 een miljard dollar aan potentiële winsten had verspeeld door olie onder de marktprijs te verkopen aan Kinex, de opvolger van Kirishineftekhim, dat eveneens eigendom was van Timtsjenko. Sindsdien is Gunvor de spil van Timtsjenko’s activiteiten geworden.

Tornqvist ontkent dat Kinex of enig ander aan Gunvor gerelateerd bedrijf olie kan hebben verworven tegen afbraakprijzen. Hij zegt dat Gunvor en aanverwante handelsfirma’s louter transacties hebben gesloten voor de verkoop van ruwe olie en olieproducten via open tenders. Volgens hem heeft Gunvor juist geholpen de prijs voor Russische olie te laten stijgen, nadat het bedrijf zich in 2003 grootscheeps op de markt had gemanifesteerd. „Wij hebben ons zeer serieus jegens Rusland opgesteld”, zegt hij. „Russische bedrijven zijn er wellicht achtergekomen dat zij olie verkochten tegen een te lage prijs, [en] daar duikt opeens iemand op die de prijs laat oplopen.” Door met steeds grotere volumes te werken, heeft Gunvor „schaalvoordeel geboekt”, legt hij uit.

Tornqvist verklaart de opkomst van Gunvor in termen van zijn vermogen om tenders in de wacht te slepen door hogere prijzen te bieden voor Russische olie en olieproducten, en door zijn logistieke knowhow en traditionele connecties in havens.

Velen brengen de opkomst van de firma echter rechtstreeks in verband met de overname door de staat van de oliesector, die is begonnen met Yukos. Zij wijzen op het grote aantal contracten dat nu naar Gunvor toevloeit, terwijl het grote volume aan transacties betekent dat de firma betere voorwaarden kan bedingen bij scheepvaartbedrijven en havens. „Vóór 2003 stonden ze niet eens op de kaart”, zegt Weafer van Uralsib.

De verschuiving begon toen Rosneft, het door de staat gecontroleerde olieconcern – dat wordt geleid door een nauwe bondgenoot van Poetin uit St. Petersburg, Igor Sechin, tot voor kort plaatsvervangend chef-staf van het Kremlin – in december 2004 de productie-eenheden van Yukos overnam. Nu gunt Rosneft het grootste deel van zijn handelstransacties aan Gunvor. Ook de oliedivisie van aardgasgigant Gazprom ging grote contracten uitbesteden aan Gunvor. Andere bedrijven hebben eveneens deze draai gemaakt.

Voor mannen als Pannikov lijkt de opkomst van Gunvor nauw samen te hangen met Poetins streven om strategische sectoren van de economie te controleren.

Meer georganiseerde handel in vriendelijke handen betekent grotere economische zekerheid, in vergelijking met de situatie van vóór 2003, toen onafhankelijke handelsfirma’s zoals die van Yukos een zo groot mogelijk deel van het volume in het buitenland hielden en de miljarden dollars aan inkomsten konden gebruiken voor wat ze maar wilden.

„Je kunt zeggen dat al het geld van Poetin is”, zegt Pannikov over Gunvor. „Maar het ligt veel gecompliceerder als de vrije markt zich in loyale handen bevindt, betekent dat controle over de prijzen. Het betekent ook dat de winsten niet kunnen worden ingezet voor de financiering van terrorisme.”

Anderen zeggen dat Gunvor het prijsverschil heeft helpen verkleinen tussen de Russische en de westerse olie. „Timtsjenko is een mechanisme om de prijs omhoog te krijgen”, zegt een voormalige vicepresident van Yukos. „Poetin had twee opties. Hij kon opnieuw een staatsmonopolie in het leven roepen, of de omstandigheden scheppen voor de groei van een handelsfirma onder leiding van iemand die dichtbij hem staat.”

Pannikov betreurt nu de tumultueuze opkomst in de jaren negentig van tientallen onafhankelijke handelsfirma’s. „Als je het me eerlijk vraagt, zou ik het monopolie nooit hebben beëindigd”, zegt hij. „Ik zou alle exporthandel in handen van de staat hebben gehouden.”

© Financial Times. Vertaling Menno Grootveld