Twintig buigingen voor de goden

In enkele dagen is de toon van de berichtgeving uit China gekanteld. De aardbeving in Sichuan confronteert de westerse televisiekijker vooral met slachtoffers en hulpverleners, en die zijn per definitie sympathieker dan beveiligingsbeambten die olympische fakkeldragers beschermen of leden van de oproerpolitie in Tibet.

De Chinese overheid leert ook snel hoe je met buitenlandse media om moet gaan. Als je ze het werken belemmert om onwelgevallige verhalen tegen te gaan, worden ze alleen maar venijniger. Zo zien we nu voor het eerst reportages uit een rampgebied, waarin gewone burgers ook kritische geluiden uiten. Maar in grote lijnen wekt de hulpverlening de indruk goed te zijn georganiseerd, heel anders dan in het door een orkaan getroffen Birma, waar de dictatuur zich cynischer opstelt. Daar houdt men de grenzen dicht voor buitenlandse hulporganisaties, de Chinezen laten zelfs helpers toe uit aartsvijandige landen als Japan en Taiwan.

Garrie van Pinxteren, radiocorrespondent van de NOS, legde eergisteren in Nova uit dat de Chinese regering zich gedraagt als een strenge vader. Het volk moet met vaste hand geleid worden en niet te veel vrijheid krijgen, maar als er problemen zijn laat vadertje staat zijn mensen niet in de steek.

Goede correspondenten zijn van belang om de ruimte die in het olympische jaar geboden wordt optimaal te benutten. Misschien wel de beste die het NOS Journaal op dit moment heeft is de energieke Wouter Zwart, standplaats Shanghai. Gisteren opende het journaal terecht alle edities met zijn impressies uit het hart van het getroffen gebied. Zwart deed een stand-up voor een ingestorte brug en liet een oude boer plastisch met zijn handen zwaaiend voordoen hoe de aarde had bewogen: „Ik zei tegen de goden: ‘Dat kunnen jullie niet maken!’ en toen maakte ik twintig diepe buigingen.” Alleen al die religieuze openhartigheid hadden we zonder de Olympische Spelen in Peking nooit te zien gekregen, laat staan een Chinese premier die moeite moet doen om zijn tranen te verbergen en dus bijna zijn gezicht verliest. De goden hebben tienduizenden mensenlevens geëist maar het Chinese imago de helpende hand toegestoken.

Vanavond zijn de laatste afleveringen van dit seizoen van De wereld draait door (VARA) en Pauw en Witteman (VARA/NPS). Beide programma’s waren dit jaar verre van onomstreden, vooral door de soms wat incestueuze gastenselectie en in het geval van de talkshow op de late avond wegens een zekere geborneerdheid van de gastheren. Maar de laatste weken raakten ze op dreef en vervulden hun functie van dagelijks agendabepalend actualiteitenprogramma naar behoren. Het voelt raar dat ze de komende weken al weg zijn, terwijl het debat over de spelen in Peking of het afzeggen van Clarence Seedorf voor het EK voetbal nog lang niet is uitgewoed.

Knevel & Van den Brink (EO) nemen maandag het stokje weer over. Het is goed dat het niet-Randstedelijke, conservatieve Nederland ook eens aan de beurt komt, maar op de een of andere manier zie ik daar toch geen discussie ontstaan over het nakende rookverbod in de horeca en te verwachten heisa rond het Eurovisie songfestival.

Peacock and Whiteman, zoals gast Hans Teeuwen ze gisteren gekscherend noemde, namen daar wel vast een voorschot op. Zanger Ben Cramer werd geconfronteerd met zijn songfestivalfiasco De oude muzikant, in 1973 goed voor de voorlaatste plaats. Na een fragment van het meest zouteloze liedje uit de historie te hebben vertoond naast bijna-winnaar Cliff Richard (Power to All Our Friends) werd Cramer gevraagd waarom die het wel goed had gedaan. Teeuwen brak in met een briljant staaltje van zijn favoriete stijlfiguur, de omdraaiing: „Daar moet corruptie in het spel zijn geweest! Als ik die twee liedjes vergelijk, dan kunnen we alleen door steekpenningen verloren hebben.”

We zullen zulke geluiden komende week wel vaker horen, maar dan serieus, als in Belgrado de West-Europese ongein het opnieuw af gaat leggen tegen de Oost-Europese wil om te winnen.