Twee vrouwen klagen de machoschrijver aan

Gezien: twee schrijversfoto’s. Hugo Borst houdt op het omslag van zijn boek Schieten op Volkert van der G. een bruine leren voetbal vast. Op zichzelf is het niet raar dat de auteur van een boek met voetbalverhalen met een bal in zijn handen poseert, maar de plek is opvallend: hij houdt de bal voor zijn geslachtsdeel. De bal is aan de voorkant opengereten en dichtgenaaid. De tweede foto is al even bizar: een vriendelijk glimlachende Kristien Hemmerechts staat op het omslag van Vrij Nederland met voor haar naakte, gefotoshopte lichaam een pamflet dat De man, zijn penis en het mes heet, een aanklacht tegen machoschrijvers.

Borst houdt een bal voor zijn penis, en Hemmerechts het woord penis voor haar borsten. Je zou er je schouders over op kunnen halen. Een schrijver moet iets doen om de aandacht op zich te vestigen en wat werkt er nu beter dan de suggestie van seks, ware het niet dat Hemmerechts nu juist een manifest in haar handen klemt dat stuitende voorstellingen van seks in woord en beeld aan de kaak wil stellen. Ze bespreekt in haar pamflet sekspassages uit het bejubelde werk van Nabokov, Kerouac, Updike, Roth en Coetzee, waarin mannen op leeftijd meisjes penetreren en openrijten en wonden achterlaten. Hemmerechts geeft een voorbeeld uit de ongecensureerde editie van Kerouacs On the Road. De hoofdpersoon bedrijft daarin de liefde met een Mexicaans meisje met een ‘tiny body’. Hij bijt in haar buik waar een keizersnee te zien is. Haar lippen zijn zo smal dat ze nauwelijks een kind zou kunnen baren zonder opengereten te worden. Toch spreidt ze haar ‘little legs’.

Hemmerechts merkt terecht op dat seks hier wordt voorgesteld als een slagveld: dit kindmeisje neukt niet voor haar plezier, maar omdat het van haar verwacht wordt. Hemmerechts citeert de Belgische Kerouac-biograaf Frank Albers, die meent dat On the Road voor feministische literatuurkritiek een ‘te makkelijk doelwit’ is. Hij beschouwt de ongelijkwaardige scène als een detail en vraagt zich bovendien af waarom er ‘verpreutsingen’ nodig waren in de gekuiste versie.

Eigenlijk wil Hemmerechts hardop roepen dat ‘seksisme godverdomme geen detail is’. Maar ze denkt het, en ze zegt het niet. ‘Ik wil niet hysterisch worden genoemd,’ schrijft ze in De man, zijn penis en het mes (Querido, € 6,95). ‘Of een zeur. Een trut. Ik doe wat ik zo vaak doe: ik word twee vrouwen. De literair geschoolde heeft oog voor de literaire en cultuurhistorische betekenis van On the Road. De feministische heeft oog voor de representatie van mannelijkheid en vrouwelijkheid’.

Dat ‘twee vrouwen worden’ vind ik mooi en herkenbaar. De eerste vrouw heeft esthetisch leren waarderen, maar de tweede (feministische) vrouw stelt de ethische inhoud ter discussie. Ik herken haar reactie bij het lezen van seksscènes van schrijvers als Roth en Mailer waarbij je je vaak verplaatst in de lustgevoelens van (oudere) mannen die met (jongere) hoertjes, leerlingen of andere kindachtigen seks hebben. Vrouw 1 ziet natuurlijk ‘heus wel’ hoe briljant, mooi en ontroerend Roth het verval van een oude professor beschrijft die door de 71-jarige pik in de 34-jarige schoonmaakster Faunia te steken, zijn seksuele honger stilt en weer tot leven komt. Natuurlijk zal de geschoolde vrouw 1 ook opmerken dat het niet de auteur, maar zijn personage is die zo seksistisch is. En natuurlijk is het verband tussen fictie en realiteit dat Hemmerechts legt door van dit soort seksistische passages in één adem over te gaan op de bespreking van seksueel geweld in de werkelijkheid problematisch. Maar intussen worstelt vrouw 2 wel degelijk met de inhoud van de scène die in de receptie een voetnoot wordt bij het ‘esthetische meesterschap’ van de schrijver.

Terecht pleit Hemmerechts in het laatste gedeelte van haar manifest voor meer lustgevoelens vanuit vrouwelijk perspectief in de literatuur. Darmee zijn we echter niet verlost van het seksismeprobleem. Want twee vrouwen worden: dat ervaar ik net zo vaak bij het lezen van ‘vrouwenboeken’. De opsplitsing tussen esthetiek en ethiek werkt bij ‘emancipatoire vrouwenboeken’ net zo als bij ‘machoboeken’, maar dan omgekeerd. Bij ‘vrouwenboeken’ leer je dat ze ‘esthetisch’ niks voorstellen, maar ‘ethisch’ erg deugen.

Een voorbeeld. Anja Meulenbelts De schaamte voorbij, waarin vrouwelijke lust een belangrijk thema is, las ik ooit met veel waardering. Bas Heijne waardeerde het minder en schreef er een stuk over, dat als volgt eindigde: ‘Of die waarheid inmiddels tot Anja Meulenbelt zelf is doorgedrongen, weet ik niet. Ze woonde jarenlang bij mij in de buurt en ik zag haar regelmatig in de supermarkt, onhandig manoeuvrerend met haar karretje tussen de schappen. Ik heb haar bemoedigend toegelachen.’ Als vrouw 1 kan ik uit de voeten met Heijnes argumenten als het gaat om zijn oordeel over de literaire kwaliteit van De schaamte voorbij – maar vrouw 2 komt in opstand bij het lezen van dit badinerende slot. Vrouw 2 treurt ook omdat ze vervreemd is geraakt van haar aanvankelijke gevoelens van esthetische en ethische waardering voor De schaamte voorbij.

Als ik de foto’s van Hugo Borst en Kristien Hemmerechts zie, dan word ik twee vrouwen. De eerste vrouw heeft ‘als man’ leren grinniken: staat hij nu echt tegen een bruine besneden bal op te rijen? Wat stoer! En staat Hemmerechts daar nu echt naakt het seksisme aan te klagen? Hilarisch! Vrouw 1 en 2 roepen in koor bravo voor het ijzersterke, goed geschreven manifest van Hemmerechts. Maar om de schrijversfoto’s lacht vrouw 2 niet: de beeldtaal van Borst is niet grappig, maar stuitend. En het is pijnlijk dat Hemmerechts met deze foto haar punt duidelijk meende te moeten maken.