Tut tut, ho ho, het is alleen maar paniek

We leven in een risicomaatschappij, lezen we vaak. Maar is dat zo? De wereld is veiliger geworden en het is vooral de overheid die een essentiële rol speelt in het scheppen van collectieve angstaanvallen.

'Kamikaze', een tekening van H.C. Westermann (1976) Collectie Over Holland Westermann, H.C.;Collectie Over Holland

Simon Briscoe and Hugh Aldersey-Williams: Panicology. Penguin, 304 blz. € 31,–

Dan Gardner: Risk. Virgin Books, 368 blz, € 21,–

Christopher Booker and Richard North: Scared to Death. From BSE to Global Warming. How Scares are Costing Us the Earth. Continuum, 512 blz. € 26,–

De modale westerse mens leeft steeds langer, gezonder en aangenamer. Zijn intelligentiequotiënt neemt gestaag toe. De hoeveelheid gewelddadige conflicten in de wereld neemt af en het aantal democratische regimes neemt toe. Desondanks raken de westerse welvaartsgenieters met grote regelmaat in de greep van zonderlinge collectieve angsten. De ene collectieve hysterie is nog niet weggeëbd, of er kondigt zich al weer een nieuwe aan. Objectieve analyse, jammer genoeg vaak pas achteraf, maakt steeds weer duidelijk dat de collectieve angstaanvallen het gevolg zijn van een volkomen onjuiste risicoperceptie. We leven vooral in vrees wegens risico’s die haast onmeetbaar klein zijn, terwijl we de relatief grote risico’s van het normale dagelijkse leven welgemoed aanvaarden.

Drie recente boeken, die hier worden besproken, onderzoeken een reeks van recente collectieve paniekaanvallen en proberen daar een verklaring voor te geven. Gezamenlijk geven ze een aardig beeld van dit fenomeen, zonder overigens een steekhoudende verklaring te bieden, maar individueel vertonen ze nogal wat tekortkomingen. Risk van Dan Gardner is zonder twijfel de leesbaarste verhandeling, al heeft de auteur de ongelukkige neiging om uitgebreide beschrijvingen te geven van zaken die niets met zijn onderwerp te maken hebben. Panicology geeft tal van vermakelijke feiten, maar wát de auteurs nu precies willen betogen, wordt niet duidelijk. Scared to Death is zeer gedetailleerd en al te zeer toegesneden op de Engelse samenleving. Wie twijfelt aan de hypothese dat de zondige mens verantwoordelijk is voor de opwarming van de aarde, kan echter aan dit boek veel genoegen beleven.

Collectieve angstaanvallen hebben zich natuurlijk ook in het verleden voorgedaan. Daarbij hoeven we maar te denken aan de heksenvervolgingen in de 16de en 17de eeuw. De mens is een kuddedier en kuddedieren zijn met regelmaat onderhevig aan plotselinge, vaak onverklaarbare paniek. Toch bestaat de indruk dat de intensiteit en de frequentie van collectieve angsten de laatste vier decennia zijn toegenomen. Oorzaak moet dan wel zijn de intensivering van het mediagebruik in die periode. Er bestaat allerlei onderzoek dat dit vermoeden zijdelings lijkt te bevestigen. Sedert de late jaren zestig is in alle westerse landen het vertrouwen in de overheid en het politieke systeem gestaag afgenomen. Van de laatste tientallen jaren dateert ook het opmerkelijke fenomeen dat de burgers terecht zeer tevreden zijn over hun eigen leven en werk, maar zich wanhopige zorgen maken over de wereld buiten hun eigen gezichtskring waar het wel steeds slechter mee schijnt te gaan.

Voor de media, en dat geldt natuurlijk in het bijzonder voor de televisie, is goed nieuws nu eenmaal geen nieuws. Dat betekent dat in zeer stabiele en welvarende samenlevingen door de televisie onvermijdelijk een sterk vertekend beeld van de werkelijkheid wordt gegeven. Het nieuws bericht onophoudelijk over moord en doodslag, over vliegtuigongelukken, onbegrijpelijke misstanden, vreselijke branden en ontploffingen, de gruwelijke gevaren van het terrorisme, het wereldwijd oprukken van het niets ontziende islamofascisme en natuurlijk over het spoedige einde van de wereld door de klimaatverandering. Zonderlinge incidenten, zoals de ontvoering van een Engelse peuter in Portugal, domineren maandenlang het wereldnieuws, waarbij onveranderlijk de indruk wordt gewekt dat de ontvoering van schattige peuters in onze decadente samenleving aan de orde van de dag is, terwijl dat in het geheel niet het geval is. Het zou flauw zijn alleen de media de schuld te geven van de apocalyptische berichtgeving. Het nieuws is immers een coproductie van de kijkers, die dol zijn op opwinding en aangrijpend drama en de makers die graag aan de kijkerswensen voldoen.

Ten gevolge van de weinig representatieve nieuwsvoorziening zijn de burgers bang dat ook zij vermoord zullen worden door criminelen of terroristen, een ellendige dood zullen sterven door het vogelgriepvirus of bij een vliegtuigongeluk om het leven zullen komen. De kans om vermoord te worden is in Nederland echter onwaarschijnlijk klein en de laatste jaren nog weer beduidend kleiner geworden. Zelfs in de Verenigde Staten, waar moord en doodslag aanzienlijk frequenter zijn, is de kans dat de gemiddelde burger vermoord wordt buitengewoon klein. De gemiddelde crimineel is geen seriemoordenaar, maar een zeventienjarige winkeldief. Dat de misdaad in vrijwel alle westerse landen de laatste vijftien jaar sterk is afgenomen wordt door de media zelden vermeld. Door de obsessie van de media voor de misdaad denkt bijna iedereen dat de misdaad nog steeds toeneemt.

Overal is het verkeer een heel wat effectiever moordenaar dan de criminaliteit. Verkeersdoden spelen echter in het nieuws geen rol, zij horen tot de maatschappelijke achtergrondruis. Zou echter in Nederland vijf procent van de verkeersdoden bij een enkel ongeluk om het leven komen, dan zouden die veertig doden de nieuwsgebeurtenis van het jaar zijn. Er zou weken over doorgezeurd worden, er zouden politieke gevolgen zijn en het mega-ongeluk zou een jaar later huilerig herdacht worden. Wellicht is dat de reden dat vliegtuigongelukken wel onveranderlijk nieuws zijn.

Is voor de gemiddelde burger de kans om vermoord te worden al haast onmeetbaar klein, de kans dat hij door terroristisch geweld om het leven komt, is nog weer aanzienlijk kleiner. De kans dat hij in zijn eigen badkuip verdrinkt, is zelfs beduidend groter. Toch is meer dan de helft van de Amerikanen bang door terroristische aanslagen het leven te laten. Onmiddellijk na het trauma van 9/11 viel dat nog wel te begrijpen, hoewel die angst ook toen geheel ten onrechte was. Na de aanslagen van 11 september deed zich een zonderling fenomeen voor dat karakteristiek is voor de gebrekkige risicoperceptie van de meeste burgers. Te bang om te vliegen namen veel Amerikanen in de nasleep van 9/11 liever de auto. Omdat de auto echter veel gevaarlijker is dan het vliegtuig, vielen daardoor ruim 1500 doden extra!

In de nasleep van de aanslagen deden deskundigen de meest gruwelijke voorspellingen over het terroristisch geweld dat ons te wachten zou staan. Er zijn inderdaad aanslagen gepleegd, maar ondertussen is toch duidelijk geworden dat het terrorisme niet veel meer is dan een marginaal verschijnsel. Van een wezenlijke bedreiging van de westerse samenleving is geen sprake. De terroristen zijn meestal klunzen en anders dan aanvankelijk werd beweerd, is het helemaal niet makkelijk om aan zogenoemde massavernietigingswapens te komen.

Als dat allemaal het geval is, is de vraag waarom de burgers nog steeds in vrees leven voor terroristisch geweld. Dat is evident het gevolg van de wijze waarop de overheden in de westerse landen, de Amerikaanse overheid voorop, het terroristische gevaar hebben gedefinieerd. In plaats van duidelijk te maken dat het terroristische gevaar niet moest worden overschat, werd het zo groot mogelijk gemaakt: Het voortbestaan van de westerse beschaving zou in het geding zijn, de Derde Wereldoorlog zou zijn begonnen en meer van dergelijke hyperbolische formuleringen. Booker en North maken overtuigend duidelijk dat de overheid een essentiële rol speelt in de creatie van collectieve angstaanvallen. Blokkeert de overheid de eerste paniekverhalen in de media, dan ontstaat zelden een complete collectieve waan. Gaat de overheid mee in de paniek en stimuleert zij die door overdreven maatregelen, dan ontstaat binnen de kortste keren een angstpsychose die maanden of –zoals in het geval van het terrorisme—jaren aan kan houden. Nog erger wordt het als de overheid aanvankelijk de gevaren ontkent en dan in een later stadium haar volledige steun geeft aan de paniek.

Fraaie voorbeelden van paniekaanvallen die volledig door de overheid werden gesteund, of zelfs geheel door de overheid werden veroorzaakt waren de Millennium Bug, de gekke koeienziekte en de vogelgriep. De Millennium Bug hield in dat computers die de jaren bijhielden met een tweecijferig getal bij het aanbreken van het jaar 2000 vanwege de dubbele nul op tilt zouden gaan. Vliegtuigen zouden neerstorten, atoomraketten per abuis worden gelanceerd en elektriciteitcentrales zouden stoppen. Volgens een adviseur van Tony Blair was het een probleem van de afmetingen van een wereldoorlog. In Australië gaf een buskaartautomaat de geest, verder gebeurde er niet veel. Engelse deskundigen gaven enige tijd de indruk dat de consumptie van het vlees van BSE-koeien honderdduizenden slachtoffers zou kunnen veroorzaken. In de volgende paniek werden miljoenen kerngezonde koeien zonder goede reden vernietigd. Vanwege de dreigende vogelgriep, die wel eens meer slachtoffers zou kunnen maken dan de vreselijke griep na de Eerste Wereldoorlog moest ons pluimvee regelmatig langdurig ‘opgehokt’ worden. De risico’s bleken zeer beperkt.

Aan de wortel van de meeste maatschappelijke angstaanvallen ligt een reëel probleem dat door wetenschappelijk onderzoekers wordt gesignaleerd. Vervolgens maken die onderzoekers om redenen die van geval tot geval verschillen een onjuiste risicoanalyse waarmee zij angstig of verontwaardigd naar de media stappen. Die zijn immer bereid in grote verontwaardiging te ontsteken als een misstand onaangename gevolgen zou kunnen hebben. Raakt ook de overheid overtuigd dan is het, zoals gezegd, goed mis. De televisie kijkende burger is geestelijk te lui om op eigen houtje te komen tot een kritische analyse van de gesignaleerde gevaren. Als de wetenschap en de gezagsdragers het zeggen zal het wel waar zijn.

Over de grootste collectieve angst van dit moment, de snelle opwarming van de atmosfeer van de aarde, zijn de auteurs van de hier besproken boeken het niet eens. Allen erkennen de opwarming van de laatste decennia en de toename van de CO2 in de atmosfeer. In Risk en Panicology wordt aangenomen dat de door de mens veroorzaakte CO2-uitstoot de oorzaak is van de opwarming en dat we die uitstoot dus moeten beperken. Booker en North twijfelen aan dit hele scenario. Zij menen dat de oorzaken en de gevolgen van de opwarming voorshands duister zijn en dat vele tegenmaatregelen of ineffectief zijn of aanzienlijk meer ellende veroorzaken dan zij voorkomen. Hun scepsis is op zijn minst instructief. Hun betoog tegen windmolens leek mij lastig te ontzenuwen. Alle auteurs delen de opvatting dat de kortetermijneffecten van de opwarming schromelijk worden overdreven. Zo is de kans dat het westen van Nederland over dertig jaar onder water staat, zoals Nova een paar jaar geleden nog eens vrolijk suggereerde, gelukkig nihil.

Dan resteert de angstige vraag of er iets te doen valt aan die periodieke angstaanvallen. Het is even goedkoop als zinloos om alle participanten in een nieuwe waan aan te bevelen eerst eens goed na te denken voor zij het welbekende mechaniek van de mediapaniek in werking stellen. Misschien moeten we bescheiden beginnen. Panicology bevat een handig instrumentarium voor de sceptische televisiekijker: vraag je af of de brenger van de onheilsboodschap er zelf belang bij heeft, wordt het gevaar vaag en onheilspellend of juist scherp en beperkt geformuleerd, wat is er voor onderzoek gedaan en levert dat betrouwbaar cijfermateriaal op, is er sprake van comparatief onderzoek, let op de cijfers, zestien doden is veel, maar op een bevolking van zestien miljoen levert dat een kans op van een op de miljoen en dat is niet veel. Overigens ben ik bang dat het allemaal tevergeefs zal zijn. Netwerk stelde twee weken geleden nog dat er een redelijke kans is dat de aarde spoedig in een door het CERN veroorzaakt zwart gat zal verdwijnen. Hoort u een een ver verwijderd maar zwaar slurpend geluid, dan weet u: het einde is nabij!