Toekomst is aan de autocratie

De autocratische aanpak in Rusland en China is zeer succesvol. Dat was niet verwacht. Liberalisme en democratie blijken economisch dus niet superieur, betoogt Robert Kagan.

Ideologie doet er weer toe. De grote ontwikkeling van de afgelopen jaren is niet alleen de opkomst van de grote machten Rusland en China, maar ook van hun autocratische regeringssystemen. Echt realisme ten aanzien van het internationale speelveld begint met inzicht in de manier waarop deze onverwachte verschuiving onze wereld zal vormgeven.

Velen denken dat toen de Chinese en Russische leiders ophielden in het communisme te geloven, ze ophielden in wat dan ook te geloven. Ze waren pragmatici geworden, die louter hun eigen belangen en die van hun land voor ogen hadden. Maar de Chinese en Russische leiders bezitten – net als vroegere autocratische heersers – wel degelijk een ‘geloof,’ dat als richtlijn dient voor hun binnen- en buitenlandse beleid. Zij geloven in de verdiensten van een sterke centrale overheid en kijken met minachting neer op de zwakheden van het democratische systeem. Ze geloven dat een krachtig binnenlands bestuur noodzakelijk is als hun landen in de wereld gerespecteerd willen worden. De Chinese en Russische leiders zijn niet alleen maar autocraten, ze geloven ook werkelijk in de autocratie.

En waarom zouden ze ook niet? In Rusland en China hebben toenemende nationale rijkdom en autocratie bewezen verenigbaar te zijn, ondanks voorspellingen van het tegendeel in het liberale Westen. Moskou en Peking hebben uitgevonden hoe ze vrijelijke economische activiteiten kunnen toestaan en tegelijkertijd politieke activiteiten kunnen onderdrukken. Mensen die geld verdienen, zullen hun neus buiten de politiek houden, zeker als ze weten dat ze het lid op die neus zullen krijgen als ze dat niet doen. Nieuwe rijkdom verleent de autocratieën een groter vermogen om informatie te controleren, door televisiezenders te monopoliseren en toezicht te houden op het internetverkeer, dikwijls met behulp van buitenlandse ondernemingen die graag zaken met ze doen.

Op de langere termijn kan de stijgende welvaart voor politiek liberalisme zorgen, maar hoe lang is lang? Het zou wel eens te lang kunnen duren om strategisch of geopolitiek gewicht in de schaal te leggen.

Intussen zullen de macht en de duurzaamheid van deze autocratieën het internationale systeem vormgeven. De wereld staat niet op de drempel van een nieuwe ideologische strijd van het type dat de Koude Oorlog domineerde. Maar het nieuwe tijdperk zal er eerder een zijn van toenemende spanningen en incidentele confrontaties tussen de krachten van de democratie en die van de autocratie, dan een tijd van gezamenlijke waarden en gedeelde belangen.

Als autocratieën er een eigen ‘geloof’ op nahouden, hebben ze ook zo hun eigen belangen. De heersers van China en Rusland zijn voornamelijk pragmatisch in de zin dat ze het voortduren van hun bewind willen bewerkstelligen. Hun belang bij zelfbehoud geeft vorm aan hun benadering van het buitenlands beleid.

Rusland is een goed voorbeeld van hoe de regeringsvorm van een land van invloed is op zijn betrekkingen met de buitenwereld. Het democratiserende Rusland en zelfs de democratiserende Sovjet-Unie onder Michail Gorbatsjov hielden er een redelijk welwillende kijk op de NAVO op na en hadden over het algemeen goede relaties met buurlanden die hetzelfde pad naar de democratie bewandelden. Maar Vladimir Poetin ziet de NAVO als een vijandige instelling, noemt de uitbreiding ervan „een ernstige provocatie” en vraagt zich af „tegen wie die uitbreiding is gericht.” Toch stelt de NAVO zich nu minder provocerend en bedreigend op jegens Moskou dan in de tijd van Gorbatsjov.

Waar is Poetin dan bang voor? Niet voor de militaire macht van de NAVO, nee – voor de democratie.

De wereld van na de Koude Oorlog biedt vanuit het autocratische Peking en Moskou een andere aanblik dan vanuit het democratische Washington, Londen, Parijs, Berlijn of Brussel. De ‘kleurenrevoluties’ in Georgië en Oekraïne, die in het Westen zo bezongen werden, baarden Poetin zorgen, omdat ze zijn regionale ambities dwarsboomden en omdat hij bang was dat het voorbeeld in Rusland zou kunnen worden nagevolgd. Zelfs vandaag de dag waarschuwt hij nog tegen de „jakhalzen” in eigen land, die „een stoomcursus hebben gekregen van buitenlandse experts, in naburige republieken zijn getraind en hun geluk nu hier willen beproeven.”

Amerikaanse en Europese beleidsmakers zeggen dat ze willen dat Rusland en China in de internationale liberale orde integreren, maar het is geen verrassing dat de Russische en Chinese leiders niet bepaald enthousiast zijn. Kunnen autocratische regimes wel deelnemen aan de internationale liberale orde zonder ten prooi te vallen aan de krachten van het liberalisme?

Bang voor het antwoord geven de autocratieën begrijpelijkerwijs tegengas, en niet zonder resultaat. De autocratie kan zich verheugen in een comeback. De moderne liberale geest aan „het einde van de geschiedenis” heeft in deze gemondialiseerde wereld moeite de aanhoudende aantrekkingskracht van de autocratische regeringsvorm te doorgronden. Maar veranderingen in de ideologische kleur van de meest invloedrijke wereldmachten hebben altijd wel enig effect gehad op de keuzen die leiders van kleinere naties hebben gemaakt. Het fascisme was in de jaren 30 en 40 in Latijns-Amerika in de mode, deels omdat het succes leek te hebben in Italië, Duitsland en Spanje. De groeiende macht van de democratieën in de laatste jaren van de Koude Oorlog, culminerend in de ineenstorting van het communisme na 1989, heeft bijgedragen aan de mondiale democratiseringsgolf. De opkomst van twee machtige autocratieën kan de balans weer doen omslaan. De Russische minister van Buitenlandse Zaken, Sergei Lavrov, verwelkomt de terugkeer van de ideologische concurrentiestrijd. „Voor het eerst sinds vele jaren”, snoeft hij, „is op de ideeënmarkt een echte concurrentieslag ontstaan” tussen verschillende „waardesystemen en ontwikkelingsmodellen”. En het goede nieuws, vanuit het perspectief van het Kremlin althans, is dat „het Westen zijn monopolie op het globaliseringsproces aan het verliezen is.”

Dit alles is een onwelkome verrassing voor een democratische wereld, die dacht dat die concurrentiestrijd was beslecht met de val van de Berlijnse Muur. Het is tijd om wakker te worden.

Robert Kagan is verbonden aan de Carnegie Endowment for International Peace. Zijn jongste boek is ‘The Return of History and the End of Dreams’.© The Washington Post 2008