Taiwan biedt noodhulp aan aartsvijand China

Taiwan heeft aartsrivaal China 42 miljoen euro aan hulp toegezegd. Het land gaat bovendien per charter noodgoederen invliegen. In de provincie Sichuan zijn bij een aardbeving 50.000 mensen overleden, zo vreest de Chinese regering.

De Taiwanese ambtenaren leveren een dag salaris in en betalen 10 procent van de door Taiwan toegezegde hulp. Een bedrag van 14,6 miljoen euro wordt betaald door de regering van het eiland, dat door Peking als een afvallige provincie wordt beschouwd. Volgens de website van de Taipei Times wordt een deel van de hulp gegeven in de vorm van 20 ton rijst, ter waarde van 2 miljoen euro. De Taiwanese regering rekent voor de rest van het bedrag, ruim 20 miljoen euro, op donaties van Taiwanese burgers. Saoedi-Arabië, na Taiwan de grootste donateur, heeft ruim 30 miljoen euro toegezegd.

De nieuwe Taiwanese president Ma Ying-jeou, die volgende week officieel wordt geïnstalleerd, heeft uit eigen zak meer dan vierduizend euro gedoneerd voor de hulp aan de slachtoffers in Sichuan. Zijn tegenstander bij de laatste verkiezingen, Frank Hsieh van de Democratische Progressieve Partij (DPP), schenkt een vergelijkbaar bedrag en wil ruim 15.000 euro ophalen om een reddingsteam naar het getroffen gebied te sturen.

Particuliere donaties komen ook van rijke Hongkongers. Zo heeft miljardair Li Ka Shing, die via zijn investeringsmaatschappij Hutchison Whampoa eigenaar is van Rotterdams grootste containerterminal, bijna 28 miljoen euro ter beschikking gesteld. Hij sluit zich daarmee aan bij Chinese multinationals als Cosco en Wanda Group die ook forse bedragen hebben toegezegd. In China komt geld niet alleen uit het bedrijfsleven, ook steden doneren. Zo heeft Tangshan, waar in 1976 na een aardbeving 240.000 mensen omkwamen, 1 miljoen euro gedoneerd. Het totale bedrag van binnenlandse donaties is nu 81 miljoen euro. (Reuters, AP)

Lees ook over de economische gevolgen van de ramp voor China, op pagina 12 en 13