Sakkerloot!

Godslastering wordt een stuk lastiger’, las ik in de krant die ik bij mijn vertrek uit Nederland had meegenomen. Heel vroeger had ik een vriendje dat van zijn vader zijn mond moest gaan spoelen als hij erop betrapt was dat hij zich onze meest gevreesde vloek had laten ontvallen. Nu wil minister Hirsch Ballin van Justitie ‘het zich beledigend uitlaten ten aanzien van een bepaalde godsdienst of levensovertuiging’ verbieden en ‘heilige boeken en andere kernwaarden in bescherming nemen’. Hoe? Als iemand een creationist is, in de onbevlekte ontvangenis gelooft, of dat hij in de hemel door 72 maagden wordt opgewacht, moet hij dat zelf weten, zolang hij niet probeert me die overtuiging op te dringen. Als ik het voor het zeggen had, zou ik eerder geneigd zijn zending en missie en andere godsdienstige propaganda te beteugelen. En zou zo’n verbod van de minister helpen? Er wordt op het ogenblik in Nederland meer gescholden, beledigd, gelasterd dan ooit. Kijk er maar eens een paar blogs op na. Internet valt niet te regeren.

Het initiatief van de minister deed me denken aan de Vloekzang van Erich Wichman (1890-1929). In 1989 is dankzij Hans van Straten dit gedicht eindelijk uitgegeven. Wichman, een destijds beroemd en berucht kunstenaar, had het in 1926 ter publicatie naar De Gemeenschap, Maandblad voor Katholieke Reconstructie gestuurd. Volgens Van Straten is het toen wel gezet maar niet gedrukt. De tekst is gebaseerd op één woord: Godverdomme, dat dan in allerlei lettertypen en variaties verschijnt, met meer medeklinkers en tenslotte een GET GET GRRR. Het ziet eruit als een letterproef en het maakt een vrolijke, treiterige indruk.

Wichman is bijna vergeten, misschien doordat hij de reputatie had fascist te zijn. Ja, dat was hij, halverwege de jaren twintig toen Mussolini furore maakte en dat niet alleen in Italië. Ook in Nederland waren toen veel overigens keurige mensen diep onder de indruk van de Duce of ze hadden een broer die wel iets in de leider zag. De meesten hebben zich later bijtijds gereclasseerd. Wichman is in zijn politieke denken als anarchist begonnen en heeft geschiedenis geschreven door de oprichting van de Rapaillepartij, in 1921. Hij en zijn geestverwanten wilden aantonen dat de Nederlandse democratie beheerd werd door een conglomeraat van zeurpieten, kletsmeiers, eromheen praters. Ze sloten een verbond met een groep anarchistische bootwerkers, De Veelbelovers. Ook een modern aandoende naam. Bij de gemeenteraadsverkiezingen van 1921 stelden ze een Amsterdamse bedelaar kandidaat, Hadjememaar. Tot de programmapunten hoorden vrij jagen en vissen in het Vondelpark, alles gekookt in de jenever, en afbraak van de urinoirs. De Rapaillisten kregen 14.246 stemmen.

Wichman was uitgesproken rechts. Hij heeft ook een brochure geschreven, Lenin stinkt, en een kanon ontworpen waarmee een 1 mei optocht met klonten luizen kon worden beschoten. Uit de biografie van Frans van Burkom en Hans Mulder komt hij tevoorschijn als een energieke, inventieve en over het algemeen vrolijke man. En nu, terwijl het wantrouwen tegen onze vorm van democratie groeit, en de overheid ernaar streeft de oude krachttermen door potstausend, verdikkie en sakkerloot te willen vervangen, maakt hij ook weer een moderne indruk. Het wordt tijd voor een Wichman revival.