Rotterdam gaat de onderklasse verheffen

Voor het investeren in het kwetsbare Rotterdam-Zuid moeten we de oude idealen van verheffen en binden afstoffen, en eigentijds invullen, zegt Dominic Schrijer.

Rotterdam is de stad van de tegenstellingen. Je vindt er de hoogste gebouwen, een indrukwekkende skyline en de grootste haven. Tegelijk is Rotterdam kwetsbaar met een grote onderklasse, een kleine middenklasse en een kleine elite. Klassen die ook nog eens op grote afstand van elkaar staan en wonen. Verder geldt dat Rotterdam economisch gezien zich in het verleden te sterk heeft gericht op de traditionele economische sectoren zoals de haven en de industrie, waardoor nieuwe sectoren, die elders snel groeiden, zijn achtergebleven.

Het bestuur van Rotterdam heeft zich door de jaren heen altijd gekenmerkt door een daadkrachtige aanpak van de problemen die voortvloeien uit de kwetsbaarheden van de stad. Denk aan de stadsvernieuwing in de jaren 70 en 80, de sociale en economische vernieuwing in de jaren 80 en 90 en de leefbaarheids- en veiligheidsaanpak van de laatste jaren.

Een meer recent voorbeeld van een Rotterdamse aanpak is het omvangrijke investeringsprogramma Pact op Zuid. Dit betreft een publiek-privaat partnerschap van gemeente, corporaties, deelgemeenten, tal van bedrijven, onderwijsinstellingen en bewonersgroepen om Rotterdam-Zuid in 10 jaar tijd op het niveau te krijgen van het omliggende gebied. Leidraad van de gezamenlijke aanpak is het verheffen van de onderklasse en het binden van de middenklasse.

Deze noties zijn op zich niet nieuw. Rotterdam heeft in het verleden te maken gehad met de vestiging van boeren uit Zeeland, Brabant en Friesland in de eerste helft van de 19e eeuw. Zij kwamen af op het werk in de haven (Zuid dankt er zijn bijnaam ‘de Boerenzij’ aan). Zij leerden een vak, ze leerden hun kinderen op te voeden en hun kinderen klommen op de maatschappelijke ladder. Vervolgens kwamen in de jaren 60 en 70 de boeren uit de arme landen rond de Middellandse Zee.

Eind jaren 70 veranderde er echter wel wat: laaggeschoolde arbeid verdween en de werkloosheid nam toe. In de jaren daarna zette de afbraak van de verzorgingsstaat zich in, waardoor de onderklasse steeds meer aan haar lot werd overgelaten. Tegelijk steeg de kwaliteit van de woningen en de wijkvoorzieningen onvoldoende snel mee met het nieuwe welvaartspeil van de ontwikkelde middenklasse, die verhuisde naar de aantrekkelijke buurgemeenten.

De historie laat zien dat verheffen en binden altijd met elkaar in balans moeten zijn. Grootste uitdaging is nu om deze noties in de huidige tijd opnieuw invulling te geven. Wat betekenen verheffen en binden in deze tijd? Verheffen houdt in: 1) het leren van de Nederlandse taal 2) kinderen opvoeden en onderwijs geven 3) een vak leren en werken en 4) je houden aan de sociale normen in de buurt. Het binden betreft vooral het investeren in goede kwaliteit van woningen (vooral eengezinswoningen) en woonomgeving, winkels, sport en recreatie, culturele voorzieningen en bedrijvigheid.

Is dit maakbaar en realistisch? Jazeker, maar dat vraagt wel het nodige van de overheid. Deze moet in ieder geval haar klassieke rol serieus nemen, dat wil zeggen strikt optreden tegen allerlei vormen van onacceptabel gedrag en aantasting van veiligheid en leefbaarheid. Daarnaast is het zaak aan te sluiten bij de kracht van de mensen en de potenties van het gebied. Daartoe moet de overheid instituten zoals corporaties, scholen, welzijnsinstellingen, bewoners- en ondernemersverenigingen verleiden en aansporen om vernieuwde werkwijzen te ontwikkelen en nieuwe paden te bewandelen.

Het concept Vakmanstad van de Rotterdamse filosoof Henk Oosterling is een mooi voorbeeld van een vernieuwende visie op verheffing. De filosoof meent dat het onderwijs zich niet alleen moet richten op cognitieve ontwikkeling, maar ook op de persoonlijke ontwikkeling in brede zin (Bildung) van kinderen en jongeren. Oosterling helpt scholen met een aantal praktijkprojecten, die gericht zijn op gezonde voeding, koken en het ontwikkelen van fysieke integriteit bij kinderen (het leren respecteren van lichamelijke grenzen van anderen door middel van judolessen).

Een mooi voorbeeld van binden is de Creative Factory die vandaag geopend wordt. Een 80 jaar oude graansilo, gelegen in het hart van Zuid, waarvan de eerste verdieping al eerder is omgebouwd tot danstempel en waar nu ook werkruimtes zijn gemaakt voor 60 (door)startende bedrijfjes in de creatieve sector.

Tenslotte kunnen deze projecten alleen lukken als er nieuwe relaties tot stand komen om middelen te verwerven. De overheid kan het niet alleen. Gelukkig kan de aanpak van Zuid zich verheugen in een groot enthousiasme van mensen, bedrijven, instellingen, ideeën en projecten. Samen belichamen ze de nieuwe invulling van de twee oude idealen – verheffen en binden.

Dominic Schrijer is wethouder Werk, Sociale Zaken en Grotestedenbeleid (PvdA) van Rotterdam

Op woensdag 21 mei is het derde debat in de serie Vadertje Stad. Schrijer discussieert met filosoof Henk Oosterling over verheffen en binden door vakmanschap. Posthumalaan 90, Rotterdam, 20.00 uur..