Revolutie in de opera

cd klassiek

Württemberg Philharmonic Orchestra:

Simon Mayr: L’amor coniugale ****

De fundamentele maatschappelijke veranderingen rond de Franse Revolutie van 1789 kregen ook hun weerspiegeling op het operapodium. Mozart schreef met Le nozze di Figaro (1786) en Don Giovanni (1787) stukken waarin de macho-wellust van de heersende adel werd veroordeeld. De graaf in Le nozze naar het in Frankrijk verboden werk van Beaumarchais, komt er nog redelijk vanaf. De edelman Don Giovanni verdwijnt in het zwarte gat van de hel.

Opera-libretto’s moesten door de censuur, dus veel anti-autoritaire verhalen werden in symbolische vorm gegoten of naar andere landen verplaatst. Verdi moest nog in 1859 Un ballo in maschera over de historische moord op de Zweedse koning Gustav III in 1792 in Stockholm verplaatsen naar Boston. Daar muteerden de moordende graven Ribbing en Horn in de zwarten Tom en Sam.

En zo verlegde ook de Duits-Italiaanse componist Simon Mayr (1763-1845) de plaats delict van zijn opera L’ amor coniugale in 1805 naar Polen. De opera – op het oog een loflied op de echtelijke liefde – is gebaseerd op een Frans libretto dat despotische willekeur en de behandeling van politieke gevangenen aan de kaak stelt. Een als man vermomde vrouw bevrijdt haar echtgenoot uit een kerker.

Het libretto Léonore ou L’Amour conjugal van Bouilly was populair onder componisten: ook Gaveaux, Paër en Beethoven zetten het op muziek. De ‘bevrijdingsopera’ werd een genre. Beethoven kwam tussen 1803 en 1814 tot drie versies van zijn enige opera (eerst Leonore, daarna twee keer Fidelio) en vier verschillende ouvertures. Bij Beethoven speelt het verhaal in Spanje.

Simon Mayr, wiens oeuvre 1510 opusnummers telt, kwam met zijn L’ amor coniugale tot een veel beknoptere versie, die tijdens een festival in Duitsland werd opgenomen en nu op twee cd’s staat. Als het applaus eruit was geknipt, zou één cd zelfs voldoende zijn geweest.

Fidelio, dat uitmondt in een voorstudie van Alle Menschen werden Brüder, is typisch hooggestemd Beethoveniaans. Het telkens verrassende werk van de Duitse Mayr, die werkte in Bergamo, is vooral Italiaans, maar ook internationaal georiënteerd. Componeren op het kruispunt van twee eeuwen was een kwestie van citeren en stijlverwijzingen.

Men hoort wat Mozart (Don Giovanni) en Haydn (Die Schöpfung), maar ook Rossini en Donizetti. In 1805 was Rossini echter nog maar 13 en Donizetti slechts 8. Rossini citeerde de ballade van Zeliska in La cenerentola en Donizetti, een leerling van Mayr, bewees in zijn werk eer aan zijn leermeester. Het is geen wonder dat de tot voor kort onbekende Mayr nu wordt gezien als een grondlegger van de negentiende eeuwse Italiaanse opera.