Restaurant tegen de eenzaamheid

Van Harte Resto wil lekker koken voor weinig geld.

En mensen met diverse leeftijden, religies en culturen samenbrengen.

Een lekker en gezond menu van drie gangen vanaf twee euro vijftig. Kan dat? En is dat niet alleen voor werk- of daklozen? Ja, dat bestaat en sterker nog, iedereen kan er terecht. Wat ruim drie jaar geleden begon met één Van Harte Resto in de Haagse wijk Laak, is inmiddels uitgegroeid tot een keten met vijftien vestigingen in onder meer Amsterdam en Rotterdam, maar ook in Tilburg, Den Bosch en Leeuwarden.

Gisteren bracht prinses Máxima een werkbezoek aan de vestiging in Amsterdam-Noord. Eerst kreeg zij een korte rondleiding door de keuken van buurtcentrum De Meeuw, waar het menu van die avond werd voorbereid: gevulde paprika met rijst, een ovenschotel van spinazie, aardappelpuree en gehakt en als toetje yoghurt met perzik. En passant wisselde zij nog een Argentijns recept voor empanadas uit met keukenmedewerkster Jettie. Na de rondleiding kreeg de prinses tekst en uitleg over het concept van Van Harte Resto. Fred Beekers, de bedenker en algemeen directeur, vertelde enthousiast over de doelstelling van zijn keten. „Wij proberen meer te zijn dan een restaurant. Wij willen de betrokkenheid binnen een wijk stimuleren door mensen met diverse leeftijden, religies en culturen samen te brengen.”

Anders dan Voedselbanken richt Van Harte Resto zich met name op mensen die sociaal geïsoleerd zijn, benadrukt Beekers. Dat zijn vooral mensen die in de bijstand zitten of een AOW-uitkering krijgen.

Van Harte Resto werkt in de wijk actief samen met allerlei instanties zoals zorg- en welzijnsinstellingen, religieuze instellingen, reïntegratiebedrijven en onderwijsinstellingen. Maar ook de wijkagent, dominee en imam nemen regelmatig plaats aan de eettafel. Daardoor is het voor de klanten van Van Harte Resto makkelijker die personen of instanties te benaderen. Andersom werkt het ook zo; in sommige gevallen raadt een huisarts zijn patiënten aan eens bij Van Harte Resto te gaan kijken. Bijvoorbeeld als iemand net weduwe is geworden of door een andere oorzaak in een sociaal isolement dreigt te raken.

Marchien Timmerman is van de organisatie Kerk en Buurt in Amsterdam-Noord. Zij vertelt aan prinses Máxima waarom „de mensen die normaal schitteren in afwezigheid, bij ons wél komen”. Timmerman luistert aandachtig naar signalen van bewoners. „Als mensen die eerst altijd kwamen eten ineens thuisblijven, ga ik even bij ze langs om te vragen wat er aan de hand is. Dan kan ik kijken of ik iets voor ze kan doen.”

Funda Mujde, cabaretière en kunstenares, is sinds kort ambassadrice van Van Harte Resto. Haar verklaring voor het succes is simpel. „Klanten worden met veel respect behandeld en in hun waarde gelaten, ook al hebben zij een kleine portemonnee. Bovendien krijgen zij geen troep voorgeschoteld. De koks gebruiken verse ingrediënten, het is geen armoe-eten. Mensen hoeven niet bang te zijn dat zij zichzelf stigmatiseren door hier te komen eten.”

Toch zijn sommige mensen niet makkelijk te bereiken, geven de betrokkenen toe. „Vanaf dag één koken wij halal, juist omdat we voor iedereen toegankelijk willen zijn, maar allochtonen blijven moeilijk aan te trekken. Als we een Marokkaanse avond hebben staan ze rijen dik voor de deur, maar niet als we hutspot eten”, vertelt Pim Smulders, de huidige Resto-manager van Amsterdam-Noord. Ook arme gezinnen zijn wat lastiger omdat het dan al gauw te duur wordt, voegt hij daaraan toe. Een gemiddeld Van Harte Resto trekt zestig eters per avond.

Beekers wil zijn keten de komende jaren graag uitbreiden. „Maar we moeten niet te snel willen groeien. Ik denk dat we jaarlijks vijf nieuwe restaurants aankunnen.” Momenteel worden haalbaarheidsonderzoeken uitgevoerd voor nieuwe restaurants in Almere, Utrecht en Den Helder. Ook zijn er plannen om vestigingen te openen in Almelo, Venlo, Purmerend en Zaandam. Elk nieuw restaurant krijgt van de landelijke Van Harte stichting genoeg geld mee om de zaak drie jaar draaiende te houden (circa 150.000 euro voor twee dagen in de week). In die drie jaar moet het restaurant naamsbekendheid krijgen en zelf aan fondsenwerving doen, zodat het daarna op eigen krachten kan blijven bestaan.