Nu op internet: kliekjes uit restaurant Jelinek

Elfriede Jelinek: Neid. Circa 900 blz. Te lezen op de website: www.elfriedejelinek.com.

Elfriede Jelinek: Neid. Circa 900 blz. Te lezen op de website: www.elfriedejelinek.com.

Op 24 april van dit jaar zette Elfriede Jelinek een punt achter de roman Neid (Afgunst). Het boek kan worden beschouwd als het derde deel van haar ‘Doodzondencyclus’, waarin de romans Lust (1989) en Gier (Hebzucht, 2000) verschenen. Anders dan de voorgangers is Neid alleen via het internet te lezen en zal niet in de boekhandel worden aangeboden. Er is zelfs een gerede kans dat het boek binnen afzienbare tijd weer van de site verdwijnt. Dat zal zijn, zo liet Jelinek weten, wanneer de aanblik van de tekst voor haar onverdraaglijk wordt.

En die kans is groot, want de schrijfster heeft Neid doorspekt met kritiek die ze van officiële critici denkt te verwachten. Het herhalingskarakter dat dit proza kleurt geeft het een armoedig trekje. ‘Ik besta alleen maar uit restjes, dit hier is een grote kliekjesmaaltijd’, laat ze de vertelstem ‘E.J.’ noteren. Nog voor voltooiing van de roman verschenen de losse hoofdstukken al op de site en waren de fans in de gelegenheid om het werk in het tempo van het ontstaan te volgen.

Bizar was dat omdat het werkstuk van meet af aan de ondertitel ‘privé-roman’ droeg. Als privé-persoon treedt Jelinek zelden of nooit in de openbaarheid; een reis naar Stockholm om haar Nobelprijs op te halen durfde ze niet te maken. Het lijkt er nu op dat ook een reis naar de uitgever haar krachten overstijgt.

Helaas is er daardoor ook geen verrijkend contact met een kritische tekstbegeleider geweest. Geen andere redacteur dan Jelinek zelf heeft aan dit proza gesleuteld, en dat is te merken. In de worsteling met de materie is het voornaamste slachtoffer de roman zelf. Neid bezwijkt onder het gebrek aan balans tussen vorm en inhoud.

Aan het verhaal dat ze over de vioollerares Brigitte K. wil vertellen komt ‘E.J.’ niet toe. ‘Ik heb dit met mezelf afgesproken: geen moment pauze bij het schrijven, ofwel helemaal niet schrijven, ofwel met geen moment pauze, nee ook niet voor het leven, het leven heb ik niet nodig, ik zou niet weten wat dat is…’

Met haar bezetenheid voor muziek is K. zowel Jelineks ‘oude, afgelegde ego’, als de opvolgster van Erika Kohut, de gekwelde pianolerares uit De pianiste (1983), een boek dat een vergelijkbare woede kent als nu Neid, maar dat anders dan Neid een kop en staart heeft.

Ontluisterend zijn de passages waarin ‘E.J.’ toegeeft dat ze gewoon geen grip op Brigitte K. krijgt. ‘Kunst is geen cocktail, ze is veeleer ongenietbaar ‘, mijmert de vertelster ergens. In dit geval blijkt het de treurige waarheid te zijn.