‘Monniken Birma moeten kamp in’

De Birmese junta dwingt overlevenden van cycloon Nargis hun intrek te nemen in door de staat opgezette opvangkampen voor slachtoffers. Dat melden ooggetuigen, aldus verscheidene internationale kranten en persbureaus.

De Financial Times meldt vandaag dat Birmese monniken in de zwaar getroffen Irrawaddy-delta gedwongen worden de kloosters te verlaten waar zij toevlucht hebben gezocht, en naar de kampen te gaan die de junta heeft opgezet. In totaal zijn er naar schatting 230 opvangkampen. Waarom de monniken, van wie velen hulp verlenen aan Birmezen, in kampen gedwongen zouden worden is niet bekend. Mogelijk vreest de junta politieke instabiliteit, zoals eind vorig jaar toen zij hard optrad tegen demonstrerende monniken.

Het officiële dodental van Nargis, tien dagen geleden, is door de junta verhoogd tot ruim 43.000. De Verenigde Naties vrezen voor meer dan 100.000 slachtoffers.

De VN kondigden gisteren aan dat ze op korte termijn een conferentie willen beleggen over Birma. Er is een debat ontstaan over de vraag of de volgens schattingen van de VN, 2,5 miljoen hulpbehoevenden geholpen moeten worden tegen de zin van de junta in.

Voor buitenlandse hulpverleners blijft Birma nog altijd gesloten. De VN-chef voor Humanitaire Zaken, John Holmes heeft een visum aangevraagd voor Birma.

Intussen komen berichten binnen over militairen die voedselpakketten en andere noodhulp stelen. Verscheidene landen waaronder de VS brengen voedsel naar Birma waar zij echter niet mogen toezien op de verdere distributie.