Moeders en zonen klunzen samen nogal wat af

William Sutcliffe: Als jij maar gelukkig bent (Whatever Makes You Happy). Vertaald uit het Engels door Janet van der Lee. Prometheus, 327 blz. € 18,95

William Sutcliffe: Als jij maar gelukkig bent (Whatever Makes You Happy). Vertaald uit het Engels door Janet van der Lee. Prometheus, 327 blz. € 18,95

‘Ik ga je helpen’, zegt de moeder. ‘Helpen met wat?’ zegt de zoon. ‘Met jou er weer bovenop te krijgen.’ ‘Ik ben erbovenop. Ik ben nooit onderop geweest’ [...] ‘Ik heb een weekendtas bij me.’ In Als jij maar gelukkig bent, de nieuwe roman van William Sutcliffe, nadert het onheil in de vorm van een weekendtas. Drie moeders staan onaangekondigd op de stoep bij hun volwassen zonen, voor een logeerpartij van een week. De zonen, van het slag verwende voortmodderende oude jongens in de grote stad, doen open. Je laat je moeder nu eenmaal niet op de stoep staan – zelfs al heeft ze al direct na binnenkomst bezwaren tegen het feit dat je geen theepot hebt. En geen vrouw. En geen kinderen, ook al ben je al 34.

Als jij maar gelukkig bent is een hilarisch boek. Net als in zijn eerdere boeken zoals New Boy (1996), Are you experienced? (1999) en The Love Hexagon (2000) – op te vatten als een drieluik over het leven van West-Europese twintigers rond de eeuwwisseling – blinkt Sutcliffe ook in dit ‘dertigersboek’ uit in soepel geschreven dialogen. Het zijn gesprekken die nergens over lijken te gaan, maar die geladen zijn met nukkigheid, sarcasme, twijfel, goede wil en onzekerheid.

De moeders besluiten tot hun missie omdat ze beseffen eigenlijk niet te weten wie hun zonen zijn. De zonen op hun beurt begrijpen bar weinig van hun moeders, maar haken wel naar haar goedkeuring. Nog altijd. Slechts bij een paar misverstanden hebben zij zich neergelegd. Matts moeder bijvoorbeeld vindt zijn huis een aanfluiting: ‘Zij leek te denken dat hij belazerd was door een bedrieglijke vastgoedhype, beroofd van al zijn geld [...], levend als een voortvluchtige in een verlaten industrieel kraakpand’, terwijl hij woont op een gewilde locatie, in een gewild appartement, een oud pakhuis.

Andere misverstanden komen gedurende de logeerpartij pijnlijk uit zonder werkelijk opgelost te worden: moeder Helen vermoedt dat zoon Paul homo is, maar hij heeft het haar nooit gezegd. Zelf lijdt ze nog altijd onder de scheiding van Pauls vader, een zak genaamd Larry. Groot is haar ontgoocheling als blijkt dat Paul Larry al jaren geleden heeft ingelicht over zijn seksuele geaardheid. Het derde verhaal, van moeder Gillian en zoon Daniël, steekt hier enigszins nadelig bij af: dat wordt aan het einde van het boek wel erg keurig afgehecht.

Sutcliffes werk gaat voor ‘gemakkelijk’ door, hetgeen samenhangt met zijn onderwerpskeuze, maar ook met de toon van zijn boeken. Toch is de spontaniteit waarmee zijn personages spreken en handelen, schijn. Hij kleurt en doseert zorgvuldig. Als jij maar gelukkig bent is zelfs heel knap van constructie. Het perspectief verschuift steeds. Daardoor komen de zes personages, de moeders zo goed als de zonen, overtuigend tot leven. Allemaal bedoelen ze het goed; allemaal klunzen ze wat af, met als enig houvast hun eigen (voor)oordelen, het geloof in het eigen gelijk. Er spreekt deernis uit dit boek – al valt er nog zoveel te lachen.