Misschien was het wel moord

Geen letter veranderde V.S. Naipaul aan de biografie die Patrick French over hem schreef. Dat is bijna onvoorstelbaar, gezien de onthutsende inhoud van het boek.

V.S. Naipaul Foto Ullstein Bild Sir Vidiadhar Surajprasad Naipaul, Schriftsteller, Literaturnobelpreistraeger - 19.09.2006 ullstein bild - CARO/Ponizak

Patrick French: The World Is What It Is. The Authorized Biography of V.S. Naipaul. Picador, 555 blz. € 17,95

Een officiële biografie van V.S. Naipaul – ik moet bekennen dat ik het boek van Patrick French, een niet erg bekende Engelse auteur, meer uit plichtsgevoel dan met gretigheid opensloeg. Zoveel uit het leven van Naipaul is al in zijn eigen werk terechtgekomen; als lezer ben je inmiddels meer dan vertrouwd met zijn jeugd op het veelkleurige Trinidad, de wanhopige literaire ambities van zijn vader Seepersad, de lange strijd van zijn zoon in Engeland om een eigen visie op zijn versnipperde wereld te veroveren, de voorzichtige doorbraak met A House for Mr Biswas, de nietsontziende boeken over India, Afrika en het Caribisch gebied, heel die lange, moeizame weg naar een groot schrijverschap. Naipaul heeft het allemaal zelf onder de loep gelegd, meer dan eens. Wat heeft een buitenstaander daar nog aan toe te voegen, behalve een handvol anekdotes over de publieke Naipaul, de onmogelijke, lichtgeraakte en arrogante Naipaul, die er plezier in schept onwetendheid af te straffen en mensen te bruuskeren (gevraagd naar de betekenis van de rode stip op het voorhoofd van Indiase vrouwen: ‘The dot means: my head is empty’).

Dat deze biografie ook nog eens geautoriseerd is, doet het ergste vermoeden; waarom zou een schrijver als Naipaul, die geobsedeerd is door zijn persoonlijke geschiedenis, de waarheid over zijn leven willen uitbesteden aan een andere schrijver?

Dat blijkt een misvatting. In zijn voorwoord verklaart French dat Naipaul vooraf alle gelegenheid heeft gekregen zijn biografie te lezen, maar dat hij er geen komma in heeft veranderd. Wanneer je het boek uit hebt, is dat ineens een verbijsterende mededeling geworden.

Want French schrijft even genadeloos over Naipaul als Naipaul over de wereld schrijft. Wanneer Naipaul zichzelf tot onderwerp neemt, wat hij vooral in zijn latere boeken vaak heeft gedaan, gaat het altijd over zijn moeizaam veroverde schrijverschap, de manier waarop hij, afkomstig uit een onvolkomen, koloniale cultuur zich de blik van een buitenstaander eigen maakte, die in staat was vanuit een weids perspectief naar de wereld te kijken. De blik van veel andere schrijvers blijft ook wanneer zij zich ver van hun land van oorsprong verwijderd hebben, gericht op de beperkte wereld waaruit ze afkomstig zijn.

Wat de beste boeken van Naipaul groots maakt, is juist zijn vermogen om van buitenaf naar samenlevingen en culturen te kijken; dat onderscheidt hem van de andere naoorlogse auteurs uit het Caribisch gebied, die juist de eigenheid van hun cultuur wilden huldigen in een postkoloniale wereld. Veel van de verontwaardigde kritiek die Naipaul zijn leven lang te verduren heeft gekregen, kun je op dat verschil in ambitie terugvoeren; vrijwel niemand vindt het prettig om van buitenaf kritisch bekeken te worden. Voor Naipaul was die blik van de onthechte buitenstaander juist de voorwaarde voor zijn schrijverschap. Dat die blik vaak genoeg als onaangedaan en arrogant werd afgedaan, en bovendien als wel degelijk beïnvloed door zeer persoonlijke emoties en vooroordelen, leek Naipaul niet te deren. Op kritiek van anderen is hij nooit ingegaan. Wel stelde hij, zoals in zijn opeenvolgende boeken over India, regelmatig zijn blik bij.

De biografie van French doet waartoe Naipaul zelf nooit in staat is geweest: naar zichzelf kijken met de blik van een buitenstaander. Dat levert het beeld op van een man die verteerd wordt door gevoelens van angst en onzekerheid, maar daar geen uiting aan kan geven. Zijn streven naar zelfbehoud houdt in dat hij altijd tekort schiet tegenover anderen: tegenover zijn vader, die vanuit Trinidad zijn zoon in Londen tevergeefs vraagt om zijn literaire werk bij uitgevers aan te bevelen, maar vooral tegenover zijn vrouw Pat, die haar leven volledig in dienst stelt van het zijne en uiteindelijk door hem vernietigd wordt. Naipaul tegen zijn biograaf: ‘She suffered. It could be said that I had killed her. It could be said. I feel a little bit that way.’

Zijn naasten

Melodramatisch als die laatste woorden klinken, ze zijn wel waar. In zijn biografie plaatst French Naipaul met een vaste hand te midden van de mensen die hij zelf in zijn reisboeken en autobiografische geschriften altijd zorgvuldig heeft weggepoetst: zijn naasten. Zijn familie op Trinidad, de arme nakomelingen van Indiase contractarbeiders, werd gedomineerd door sterke vrouwen; de grootmoeder, die de touwtjes stevig in handen had, liet de mannen in de familie voor zich werken en behandelde hen eerder als personeel dan als familie. De jonge Vidia Naipaul zette, aangespoord door zijn geestelijk onevenwichtige vader, alles op alles om het eiland zo snel mogelijk te verlaten; op zijn zeventiende kreeg hij een beurs om in Oxford te gaan studeren.

In zijn boeken heeft Naipaul vaak beschreven hoe verloren hij zich in het naoorlogse Engeland voelde, maar vrijwel altijd in abstracte termen. French geeft deze episode reliëf: de straatarme Naipaul, die verscheurd werd door zijn brahmaanse gevoel voor eigenwaarde (French betwijfelt overigens of de familie van Naipaul wel echte brahmanen waren) en zijn schrijnende gebrek aan ervaring. Hij kreeg te maken met onverbloemd racisme. Seksueel was hij onervaren en hij trouwde zijn eerste liefde, Patricia, die hij in Oxford ontmoette. Zij was afkomstig uit de lage burgerij; de relatie met de Indiër Naipaul stuitte op weerstand bij haar ouders, terwijl die van Naipaul geen Engelse vrouw voor hun zoon wensten.

Het ongelukkige huwelijk met Pat, dat in de boeken van Naipaul zelf zo goed als onzichtbaar is gemaakt, vormt de kern van deze biografie. French heeft de dagboeken van deze intelligente, zichzelf wegcijferende vrouw tot zijn beschikking gehad; ze vormen het bewijs dat Naipaul te zeer in beslag genomen werd door zijn eigen pijn om nog oog te hebben voor de pijn van anderen. French laat de feiten voor zichzelf spreken, maar duidelijk is dat de emotionele nalatigheid van Naipaul veel verder gaat dan het bekende egocentrisme van de kunstenaar die de vrouwen in zijn leven verwaarloost.

Symbiose

Het huwelijk met Pat was een wrede symbiose; Naipaul steunde op haar, ook wat zijn werk betreft, maar tegelijkertijd deed hij er alles aan haar tot niets te reduceren. Zij liet zich dat welgevallen. In de geciteerde fragmenten uit haar dagboeken lijkt ze genoegen te putten uit haar gevoelens van nietswaardigheid. Begin jaren zeventig, tijdens de reis naar Argentinië die zou leiden tot The Return of Eva Perón, ontmoette Naipaul de vrouw die zijn minnares zou worden: Margaret, een nogal oppervlakkige vrouw uit de Engels-Argentijnse gemeenschap van Buenos Aires. Hun relatie was expliciet sadomasochistisch. Margaret vergezelde Naipaul tijdens de meeste van zijn reizen; meestal werd ze halverwege weggestuurd. De relatie duurde tot aan de dood van Pat aan kanker begin 1996. Terwijl Pat in hun huis in Wiltshire op sterven lag, ontmoette Naipaul in Pakistan de vrouw die zijn tweede echtgenote zou worden, Nadira, een vrijgevochten journaliste. Ze arriveerde de dag na Pats begrafenis in Wiltshire.

French vertelt het allemaal met de eerlijkheid die Naipaul van schrijvers verlangt. Zelf heeft hij dat nooit gekund. Op de laatste bladzijden van deze onthutsende biografie is hij zelfs niet bij machte de as van zijn vrouw te verstrooien; de nieuwe Lady Naipaul doet dat, terwijl hij bij de auto wacht en de tranen over zijn wangen stromen. Net zo laat hij het aan zijn zelfgekozen biograaf over om alsnog een literair monument voor zijn vrouw op te richten.