Met het nihil obstat van Benedictus zelf

Zou onzelieveheer werkelijk de hand hebben gehad in de schepping van al die hybride wezens die met hoofden als bloemkoolstronken en ogen als schoteltjes net zo populair schijnen te zijn als Popeye in mijn tijd? Maar Popeye leek nog ergens op – vader, vrouw, kind, Brutus, pijp, spinazie: dat waren referenties waar je wat aan had. De aliens lijken nergens naar.

En alsof de duivel er mee speelt schrijft een jezuïet, genaamd José Gabriel Funes (in z’n vrije tijd trouwens directeur van de Vaticaanse sterrenwacht), in L’Osservatore Romano een artikel waarvan de essentie gisteren in NRC Handelsblad geciteerd werd:

‘Zoals er een veelheid van levende schepselen op aarde is, zo kunnen er ook andere intelligente wezens door God zijn gecreëerd’.

Door God? Volgens mij waren het productiejongens uit Hollywood, José Gabriel. Die zaten twintig jaar geleden met het probleem dat de Koude Oorlog voorbij was, dat ze dus geen Russen of Chinezen meer konden gebruiken als bad guys, terwijl moslims nog geen erkende rotzakken waren – dus van wie moest de wereld in godsnaam nu nog op het nippertje gered worden als alle haaien en dino’s intussen ook al waren geweest?

En volgens pater Funes zou God, nooit te beroerd in die dingen, ze toen hebben ingefluisterd: ‘Neem aliens. Maar geeft mij de credits’.

Altijd gappen, die papen. Bijna alles wat ze later kerstenen noemden, hebben ze eerst gegapt: het paasfeest van de joden, de kersttak van de druïden en het midwinterblazen van de Saksen. Toen het de bezoekcijfers ten goede leek te komen hebben ze nog overwogen het Gregoriaans helemaal in te ruilen voor de beatmis, en nu dus aliens voor parochianen. Dat heeft de pater misschien als in een visioen gezien toen hij bovenop de Sint Pieter de hemel afkeek: hoe alle lege kerken op aarde volliepen met Invasion of the Saucer Men.

Ik heb nooit langer dan vijf minuten naar zulke films kunnen kijken. Ik dacht er aan toen ik gisteren Frank de Grave geïntroduceerd zag worden als de nieuwe bestuursvoorzitter van Artis (wat bedenken ze toch altijd leuke bijbaantjes voor mensen die het na hun vijftigste nét niet helemaal gehaald hebben), waarbij Pauw en Witteman Midas Dekkers als surprise hadden uitgenodigd, want die mag voor het Boekenweekthema van volgend jaar het essay schrijven.

Wat is het thema van de Boekenweek 2009? Dieren. De aliens van de altijd lollige Haagse politiek. De hype wordt aangevoerd door twee actiegroepen: het zevendedagsadventisme en de biologie. Midas is van de tweede categorie. Hij hield de nieuwe dierenpresident voor dat er er wel duizenden boeken per dag verschijnen die nooit ergens anders over gaan dan over mensen die met elkaar naar bed gaan (hij gebruikte, popi, een schuttingwoord), kinderen krijgen, van elkaar scheiden, en nog een paar van die dingen – maar hoe vaak lees je een roman over een van de tientallen miljoenen soorten zoogdieren, vissen, reptielen, insecten en vogels? Nooit, meneer De Grave.

Ik sloot de ogen en wachtte tot hij over de romans van Anton Koolhaas zou beginnen. Toen hij daar inderdaad lyrisch over ging uitweiden (en één boek alvast krakkemikkig probeerde na te vertellen), herinnerde ik me weer een zin van W.F. Hermans. De zin luidde:

‘’t Is begrijpelijk, ja misschien zelfs een lotsbestemming, als een man die Koolhaas heet, zich op het standpunt stelt dat de andere hazen ook een woordje mogen meespreken.’

Ze hebben literair geen wortel geschoten, de boeken van Koolhaas, en ik zie gelukkig geen schrijvers komen die Julien Sorels overwegen, maar dan als brilslang.

Dan altijd liever met aliens. Zeker nu die het keurmerk van de paus hebben gekregen.

Lees alle columns van Blokker op nrcnext.nl/blokker