Laat de homo’s varen

Grotere zichtbaarheid van homoseksualiteit lijkt homofobie te vergroten.

Toch moet de emancipatie van homo’s zichtbaar blijven, op Gay Prides en elders.

De afgelopen jaren is homofoob geweld in Amsterdam fors toegenomen. Terwijl de homobeweging de emancipatiestrijd na een windstilte weer oppakte, berichtten de media over een toenemend aantal incidenten waarbij homofobie een rol speelde.

Het toenemen van zichtbaarheid, in welke vorm dan ook, lijkt bij homo-emancipatie altijd gepaard te gaan met geweld of politieke moeilijkheden. Vaak krijg ik dan ook de vraag waarom we zonodig zo zichtbaar willen zijn: is de Amsterdam Gay Pride niet een pure vorm van provocatie?

Nee. Onzichtbaar emanciperen bestaat namelijk niet. Zichtbaarheid is nodig om succesvol te kunnen emanciperen. Onbekend maakt onbemind, een beetje minder onbekend is een beetje minder onbemind.

Morgen is het de Internationale dag tegen homofobie (IDAHO). Jaarlijks staan 17 mei wereldwijd mensen stil bij allerlei vormen van homofobie. Of het nu gaat om de doodstraf voor homoseksuelen in Iran (en zeven andere landen wereldwijd), het pesten van homojongeren op school, of om de tegenwerking die een Turkse homo-organisatie ondervindt wanneer zij zich wil laten registeren, morgen gaan overal ter wereld duizenden mensen de straat op om de aandacht te vestigen op alle vormen van onrecht waarmee lesbo’s, homo’s, biseksuelen en transseksuelen nog elke dag te maken hebben.

In Amsterdam organiseert Puck Verdoes na drie jaar opnieuw een Kiss-in. Iedereen wordt opgeroepen bij het homomonument op een liefdevolle manier stil te staan bij IDAHO. Om kwart voor zes mag er onder het motto Make love not war! gezoend worden.

Terug naar de nijpende vraag. Waarom moeten we nu altijd op zo’n vreemde manier de aandacht trekken?

Helaas zijn de fotografen, en veel particuliere toeschouwers met hen, niet in staat verder te kijken dan de twee tangaslips die jaarlijks in de Amsterdam Gay Pride meevaren. Zij zien niet in dat een Kiss-in of Gay Pride helemaal zo gek niet is. Zonder Gay Pride zouden veel Oost-Europese regeringen onze zusterorganisaties in die landen volledig doodzwijgen. Zichtbaarheid geeft aanleiding tot dialoog. Het is wel wel degelijk noodzakelijk een plekje ‘publieke ruimte’ op te nemen, om zodoende de emancipatie van homoseksuelen zichtbaar te maken.

Er is een bijkomende noodzaak voor de openlijke manifestaties van het homo-zijn. Lesbiennes en homo’s worden meestal niet geboren te midden van andere lesbiennes en homo’s. Daarmee genieten zij niet per definitie de natuurlijke steun van gelijken om zich heen, in tegenstelling tot andere minderheden. Coming-out is de eerste fase van zichtbaarheid die homo’s en lesbiennes doormaken.

De noodzaak tot zichtbaarheid blijft echter niet beperkt tot het persoonlijke. Om gerechtelijke gelijkheid te realiseren dien je als beweging ook zichtbaar te worden. Vormen van discriminatie en ander onrecht moeten boven tafel komen. Zelf heb ik een aantal Gay Prides in Oost-Europa mogen meemaken. Terwijl wij de straat opgingen om bestaande rechten verwezenlijkt te krijgen voor lesbiennes en homoseksuelen, protesteerden extremistische groepen tegen onze aanwezigheid, met kwetsende woorden en soms met fysiek geweld. Afgelopen week nog maakte een grote groep neofascisten het houden van een Gay Pride in de Moldavische hoofdstand Chisinau onmogelijk. Terwijl dappere activisten in een bus wachtten om de straat op te kunnen, werden zij bedreigd door honderden tegenstanders. De politie keek toe en deed helemaal niks.

Om gelijkheid te bereiken is zichtbaarheid in het publieke domein dus een bittere noodzaak. Het feit dat we in Nederland deze zichtbaarheid inmiddels tot iets feestelijks hebben weten om te bouwen is een verworven luxe, waarop we met zijn allen trots moeten zijn.

Maar zoals in alle andere jaren maak ik van IDAHO en de Pride niet alleen maar een leuk feestje. Ik sta stil bij alle andere lesbiennes en homo’s die wereldwijd nog een lange weg te gaan hebben. Maar ik blik vooral met trots en plezier vooruit op het nieuwe Pride-seizoen.

Björn van Roozendaal (26) is international beleidsmedewerker bij COC Nederland. Van 2004 tot en met 2006 was hij bestuurslid van en in 2007 werd hij voorzitter van het Europees homojongerennetwerk IGLYO.