In Libanon is de opmars van Iran zichtbaar

De VS en hun Arabische bondgenoten maken zich zorgen over de opmars van Hezbollah in Libanon, die Iran meer invloed geeft. Maar er is op dit moment weinig aan te doen.

Vrijheid en democratie zijn in opmars, zei de Amerikaanse president Bush in maart 2005 na een gigantische betoging in Beiroet tegen de Syrische militaire bezetting van Libanon. Maar als er drie jaar later iets in opmars is in het Midden-Oosten, is het Amerika’s tegenspeler Iran.

Niet letterlijk, zoals de Israëlische ambassadeur bij de Verenigde Naties, Danny Gillerman, suggereerde na het recente machtsvertoon in Beiroet van het door Iran gesteunde Hezbollah. „Iran staat aan onze noordelijke grens, en, tot op zekere hoogte, eveneens aan onze zuidelijke grens”, zei Gillerman in een verwijzing naar respectievelijk Hezbollah en de Hamasmachthebbers in de Gazastrook. Maar de Iraanse invloed marcheert ontegenzeggelijk op.

Eerst elimineerde Washington in 2001 Teherans Talibaanvijanden in Kabul en twee jaar later zijn erfvijand Saddam in Bagdad. Vervolgens kwamen in Irak Irans shi’itische vrienden aan de macht. De hoge olieprijzen, 125 dollar per vat, geven het regime van de Iraanse Opperste Leider Khamenei en de radicaal-populistische president Ahmadinejad volop ruimte te handelen. Veel sunnitische Arabische regimes – Bahrein, Saoedi-Arabië, Jemen – kijken bezorgd naar hun shi’itische meerder- en minderheden. De internationale perceptie dat Iran aan een atoomwapen werkt (het regime ontkent het consequent), geeft Teheran nog extra gewicht. Iran voelt dat ook. Ahmadinejad zei vorige week dat er een beweging op gang is die Iran „de spil van de wereldleiding” zal maken.

Hezbollah is weliswaar door Iran opgericht, maar het is nu een Libanese volksbeweging die stem geeft aan de shi’itische minderheid, niet een marionet van Iran. Maar door zijn wapenleveranties en financiële steun heeft Teheran, evenals het geallieerde Syrië, een belangrijke stem in het kapittel. Nog steeds is formeel in Beiroet de door het Westen gesteunde regering van sunnieten, druzen en christenen aan de macht, die is gebaseerd op een kleine meerderheid in het parlement. Met zijn kortstondige bezetting van sunnitisch West-Beiroet, zonder dat de regering van premier Siniora er iets tegenin te brengen had, heeft Hezbollah echter duidelijk gemaakt wie feitelijk de sterkste is. Dat betekent een verdere verschuiving van het machtsevenwicht in het Midden-Oosten.

De sunnitische voorman Saad Hariri, leider van de Libanese parlementaire meerderheid, zwoer dinsdag dat een politieke overgave uitgesloten was. Twee dagen later illustreerde zijn regering haar zwakte door twee anti-Hezbollahmaatregelen van vorige week terug te draaien – het verbod van het communicatienetwerk van de shi’itische groep en het ontslag van de commandant van de veiligheidsdienst van de luchthaven.

De tweede eis van Hezbollah, de herstart van een politieke dialoog die moet leiden tot een grotere stem in de macht, is eveneens ingewilligd. Met een de facto veto op regeringsbeslissingen wil Hezbollah garanderen dat het niet wordt ontwapend, zoals de VN-Veiligheidsraad eist.

President Bush veroordeelde vorige week het offensief van Hezbollah „en zijn buitenlandse sponsors in Teheran en Damascus” en beloofde steun aan de regering en het Libanese leger. Het eerste bleef tot dusverre beperkt tot een informele zitting van de VN-Veiligheidsraad die volgens een diplomaat besloot de huidige bemiddelingsmissie van de Arabische Liga te volgen en spoedig nog eens bijeen te komen. Wat betreft het Libanese leger heeft Washington het Congres opgeroepen om al afgesproken wapenleveranties te versnellen. Het gaat volgens een zegsman vooral om helmen, kogelvrije vesten en munitie.

Het is moeilijk te zien hoe de Verenigde Staten en hun Europese en (sunnitische) Arabische bondgenoten de Libanese ontwikkeling kunnen terugdraaien. Gewapende interventies hebben in Libanon nooit het beoogde effect gehad – zie de Israëlische militaire operatie van de zomer van 2006 om Hezbollah als gewapende macht te elimineren. Het Libanese regeringsleger heeft vorige week door zijn afzijdigheid de indruk gewekt eerder op de hand van Hezbollah dan van de regering te zijn.

Saoedi-Arabië, dat de afgelopen jaren met Egypte en Jordanië het voortouw nam tegen Iran, waarschuwde Teheran deze week dat de Iraanse relaties met de Arabische en islamitische wereld zullen lijden onder de gebeurtenissen in Libanon. Voorlopig is ook dat een loos dreigement. De Arabische wereld is verdeeld: niet alleen Syrië staat aan de kant van Iran, sommige Golfstaten denken eerst aan hun warme handelsrelaties met Teheran. Qatar tekende deze week juist een sociaal-economisch samenwerkingsakkoord met de islamitische republiek. De Arabische machteloosheid kwam tot uiting in de suggestie in de Saoedische krant Asharq al-Awsat dat sunnitische extremisten in Libanon nu de wapens zullen opnemen tegen de „Iraanse coup”.

President Bush haalde gisteren op bezoek in Israël scherp uit naar Hezbollah en Hamas, die hij in één adem met het terreurnetwerk Al-Qaeda noemde. Iran veroordeelde hij als „de voornaamste sponsor van terrorisme in de wereld” en hij voegde daaraan toe dat de wereld het land niet mag toestaan een kernwapen te bezitten. Maar zijn minister van Defensie Gates riep juist op tot meer onofficiële contacten met Iran. Die zouden, zei hij, mogelijk de weg openen naar een meer inhoudelijke dialoog tussen de beide regeringen.