Groeistuipen

Eenduidig zijn ze niet, de gegevens over de Europese economie die gisteren werden vrijgegeven. Er zijn veel redenen om aan te nemen dat de economische groei verzwakt. De koers van de euro is torenhoog, en dat moet ten koste gaan van de export. De prijzen van olie, andere grondstoffen en voedingsmiddelen bevinden zich op recordhoogte, en dat zou de koopkracht uit moeten hollen. De kredietcrisis kan niet anders dan haar sporen nalaten in de economie, en de conjunctuur was na een zeer voorspoedig 2007 wellicht toch al aan een adempauze toe. De indicatoren die een hint geven voor de toekomst, met name het vertrouwen van consumenten en bedrijven, wijzen dan ook al een tijd omlaag.

Toch blijkt de economische groei in de eurozone over het eerste kwartaal zeer gunstig te zijn geweest. Dat komt met name door Duitsland, dat met een groei van 1,5 procent ten opzichte van het vorige kwartaal een buitengewone spurt trok. De Duitse prestaties trekken daarmee het Europese gemiddelde op. De EU groeide in het eerste kwartaal met 0,7 procent op kwartaalbasis, en dat is boven wat Europa op de lange termijn presteert.

Toch valt er het nodige af te dingen op dit cijfer. Duitsland profiteerde van een ongekend warm eerste kwartaal, waardoor de bouwproductie zeer hoog uitviel. Dat de Duitse exportmachinerie, die de stijgende euro tot nu toe goed doorstond, begint te haperen, werd daardoor naar de achtergrond gedrongen.

Bovendien verhult het Europese cijfer dat de groei in de verschillende EU-landen sterk uiteenloopt. Nederland rapporteerde gisteren een economische groei van nog maar 0,2 procent ten opzichte van het vierde kwartaal van 2007, en is daarmee een van de langzaamste groeiers. Dat heeft veel te maken met de gunstige omstandigheden van vorig jaar, zoals de opgelopen productie van aardgas, waarna een stap terug vrijwel onvermijdelijk was. Maar het handelsoverschot is aan het afnemen, hetgeen ten koste gaat van de economische groei. Dat is een teken dat de dure euro – in verhouding tot bijvoorbeeld de dollar – er wel degelijk inhakt.

Het valt nog steeds te verwachten dat de economische omstandigheden in Europa dit jaar zullen tegenvallen, en wellicht betekent het nog gunstige cijfer over het eerste kwartaal enkel uitstel van executie.

De Europese landen hebben intussen nog een ander probleem, en dat is de inflatie. Die staat inmiddels op 3,3 procent en dat is te hoog. Ook in Nederland, waar de inflatie met 1,7 procent erg laag is, kan worden verwacht dat deze op loopt. Dat komt niet in de laatste plaats door belastingverhogingen en een opwaartse bijstelling van de energieprijzen in juli. Het rentebeleid voor de eurolanden kan, bij een zo hoge inflatie, weinig steun bieden. Van de Europese Centrale Bank in Frankfurt mag niet worden verwacht dat de rente ver wordt verlaagd – als dat al gebeurt.

Ook Nederland zal de dreigende laagconjunctuur de komende tijd moeten uitzitten.