Goede wil Rusland is geruststellend

Dmitri Medvedev is president en Vladimir Poetin is zijn premier. Of: Poetin is premier en Medvedev is zijn president.

Het klinkt als een futiel verschil, maar westerse waarnemers breken zich het hoofd over de vraag in hoeverre de formeel nieuwe machtsverhoudingen in het Kremlin ook in werkelijkheid nieuw zullen blijken te zijn. Deze twijfel verhult dat zich in het nieuwe Rusland wel degelijk een belangrijke ontwikkeling heeft voltrokken: de vreedzame en geordende machtswisseling. Het laatste Sovjetpresidentschap, dat van Gorbatsjov, ging nog ten onder in een staatsgreep. Weliswaar waren het niet de coupplegers, maar was het de van de zijlijn opererende Jeltsin die er met de buit van door ging. De wereld leefde toch maar ruim een etmaal lang in angst voor een terugval in de donkerste dagen van de Koude Oorlog.

Wie nu voorspelt dat het tegenwoordige Kremlin een terugkeer naar een Koude Oorlogssituatie overweegt, heeft iets uit te leggen. Na de tijd van het ‘Wilde Oosten’, de openlegging van Rusland voor avontuurlijke ideologen uit het Westen, de opkomst van ondernemers met een privélegertje en middelpuntvliedende krachten in de grensgebieden, was er behoefte ontstaan aan interne stabiliteit. Bovendien was er reden te over om de verzwakte internationale positie van Rusland, denk aan de roebelcrisis, een krachtige impuls te geven.

Daarvoor zorgde Poetin, daarbij geholpen door prijsstijgingen op de energiemarkt. In korte tijd ontwikkelde het land zich van internationale paria tot een mogendheid waarmee anderen (weer) rekening hadden te houden.

We kunnen dus tevreden zijn met de continuïteit die het tegenwoordige Rusland laat zien, ook al voldoet die continuïteit niet aan alle eisen die democratische landen gewoon zijn geworden aan de rest van de wereld te stellen. De bereidheid van de machthebbers in het Kremlin hun goede wil te blijven tonen, stemt eveneens gerust. De aanwezigheid van Poetin bij de afronding van de recente NAVO-top in Boekarest was zo een teken van goede wil waarvan het belang niet kan worden overschat. Er zijn meningsverschillen en belangentegenstellingen, maar Russische leiders staan open voor een voortzetting van het gesprek.

Voor de nabije toekomst is van belang wat de democratieën daartegenover stellen. De slotverklaring van de top in Boekarest is op dat punt allerminst bevredigend. Op een aantal cruciale onderdelen valt de hardheid op van de gekozen formuleringen. In de media is de aandacht vooral uitgegaan naar verklaringen rondom een toekomstig NAVO-lidmaatschap van de voormalige Sovjetrepublieken Oekraïne en Georgië. Terecht, want met de toetreding van deze twee landen zou de omsingeling van Rusland nagenoeg zijn voltooid. Maar de verkeerde conclusie is getrokken dat het te volgen traject naar dat lidmaatschap, ook om reden van interne onenigheid, min of meer open is gelaten en dat zodoende de spanning is opgeheven. De uiteindelijke tekst laat echter geen twijfel bestaan wat volgens de NAVO-landen het uiteindelijke doel moet zijn. Voor het Kremlin is de bezorgdheid niet weggenomen.

Rechtuit agressief is de paragraaf over het verdrag terzake van de conventionele strijdkrachten in Europa (CFE): „Dat de Russische Federatie haar eenzijdige ‘opschorting’ voortzet van haar wettelijke verplichtingen onder het CFE-verdrag vervult ons met grote zorg. Deze actie draagt niet bij aan ons gezamenlijke doel de levensvatbaarheid van het CFE-regime op de lange termijn te behouden en wij dringen er bij de Russische Federatie op aan de uitvoering ervan te hervatten. De huidige situatie waarbij NAVO CFE- bondgenoten het verdrag uitvoeren terwijl Rusland dat niet doet, kan niet tot in het oneindige voortduren.” ‘Russische autoriteiten’ worden vervolgens ‘aangemoedigd’ om samen te werken.

De NAVO zet de toon, Rusland heeft zich daarbij neer te leggen. Dat is de geest die het slotdocument van Boekarest ademt. Men kan het ook anders zeggen: Rusland wordt de maat genomen. Is het land te goeder trouw wanneer het gaat om de energievoorziening van Europa? Houdt het land zich aan de afgesproken regels? Voldoet het aan de standaard die democratieën zeggen hoog te houden? En ten slotte: is Medvedev een verbetering ten opzichte van zijn voorganger of mogen we meer van hetzelfde verwachten?

Op die manier wordt voorbijgegaan aan het westerse aandeel in het opvoeren van de spanning. Om te beginnen was er de opzegging door de tegenwoordige Amerikaanse regering van het verdrag tegen de bouw van een anti-raketschild. Een zuil onder het wapenbeheersingsregime dat tijdens de Koude Oorlog ondanks alles was ontwikkeld, werd weggeslagen. Vervolgens kwam het Amerikaanse initiatief om zo een schild op de drempel van Rusland op te richten, zogezegd om ‘schurkenstaten’ te weren, maar in Russische ogen een schakel in het Amerikaanse streven de wereldhegemonie te behouden. In Boekarest is dit initiatief door de NAVO, i.c. de Europese lidstaten, overgenomen. Daaraan toegevoegd de voorgenomen uitbreidingen van het NAVO-gebied en het ultimatum over het CFE-verdrag blijkt niets van ook maar de geringste tegemoetkoming jegens Rusland.

Het gaat in de tegenwoordige constellatie van de Atlantisch-Europese machtsverhouding minder om de persoon van de belangrijkste Russische leider, maar vooral om de houding die de NAVO-staten tegenover hem willen aannemen. Wat in Boekarest is genoteerd stemt allesbehalve gerust. Volgend jaar viert de organisatie haar zestigste verjaardag. Een goede aanleiding om nog eens scherp naar zichzelf te kijken.

J.H. Sampiemon is medewerker van NRC Handelsblad.

Reageren kan op nrc.nl/sampiemon (reacties worden openbaar na goedkeuring door de redactie).