Er behoorlijk zwaar Antillen

Sint-Maarten, het Caribische halfeiland van het Koninkrijk, is booming. Op het Franse deel van het eiland circuleert de euro, op het Nederlandse heerst de dollar. Aangewakkerd door de goedkope dollar stromen toeristen binnen, zwart en wit geld wordt in alle mogelijke zaken geïnvesteerd, er wordt in het wilde weg gebouwd, van andere Caribische eilanden stromen mensen toe om er te werken.

Maar Nederland heeft er een onderschat probleem bij. Aan het einde van het jaar moet de staatshervorming van de Antillen haar beslag krijgen. Sint-Maarten en Curaçao krijgen dan een eigen positie binnen het Koninkrijk; Bonaire, Sint-Eustatius en Saba worden een Caribische gemeente. In ruil voor kwijtschelding van de schuld van 2 miljard euro van de Antillen, krijgen de eilanden grotere politieke zelfstandigheid, maar ook directer Nederlandse betrokkenheid op het gebied van rechtshandhaving, financiën en financieel toezicht.

Voor de BES-eilanden (Bonaire, Sint-Eustatius en Saba) is begin dit jaar een College Financieel Toezicht (Cft) in werking getreden. Het Cft telt voorlopig vier leden: Hans Weitenberg, oud-directeur van het CPB en van werkgeversclub NCW , oud-staatssecretaris Margo Vliegenthart, de directeur van de Nederlands Antilliaanse centrale Bank Alberto Romero en Max Pandt, voormalig gezaghebber van de Bovenwindse eilanden en nu belastingadviseur op Sint-Maarten.

Het Cft is begonnen met toezicht op de begrotingen van de drie eilandjes. Het gaat om bedragen van niets: Bonaire 45 miljoen euro in 2008; Saba en Sint-Eustatius nog minder. Net als bij Nederlandse gemeenten moeten hun begrotingen dekkend zijn: de eilanden mogen niet meer uitgeven dan ze ontvangen. Voor het eerst moeten ze een serieus financieel beleid voeren, belastingen heffen en zich bij de uitgaven aan de begroting houden. Tot nu toe leefden de eilanden op kasbasis: als er geld was werd het uitgegeven.

Sint-Maarten en Curaçao moeten ook onder het toezicht van het Cft gaan vallen. Maar dat gaat minder voorspoedig. Administratief kunnen ze het niet aan, politiek is er weerstand, bestuurlijk zijn ze niet gewend aan sluitende begrotingen.

Het risico van een fraca, een mislukking, ligt op de loer. Toen het interim-kabinet-Balkenende III in 2006 de onderhandelingen afsloot over het nieuwe statuut met de Nederlandse Antillen, zijn de gevolgen op het gebied van het financieel toezicht zwaar onderschat. Onder de eindverantwoordelijkheid van Nederland dreigt er een verzelfstandigd financieel wild west in de Cariben te ontstaan.

Er is nog een half jaar te gaan.

Roel Janssen