Een onverwoestbare broedplaats op de Keizersgracht

Loes Gompes en Merel Ligtelijn: Spiegel van Amsterdam. Geschiedenis van Felix Meritis. Rozenberg Publishers, 352 blz. €35,–

Loes Gompes en Merel Ligtelijn: Spiegel van Amsterdam. Geschiedenis van Felix Meritis. Rozenberg Publishers, 352 blz. €35,–

Een gebouw krijgt pas karakter, wordt wel eens gezegd, als het aan zijn tweede of derde bestemming toe is. Als dat klopt, heeft het gebouw Felix Meritis aan de Keizersgracht in Amsterdam buitengewoon veel karakter. Het werd 220 jaar geleden geopend als een tempel voor kunsten en wetenschappen – toen die beide gebieden nog als één werden gezien – en het moest 119 jaar geleden worden verkocht aan een drukkerij die de grote, smerige drukpers in de eens zo elegante concertzaal plaatste.

Maar dat was nog lang niet alles: 62 jaar geleden volgde de transformatie tot hoofdkwartier van de Communistische Partij Nederland, 39 jaar geleden opende het Shaffy Theater als broedplaats voor de toenmalige theater-avantgarde en nu is het als ‘Europees centrum voor kunst en wetenschappen’ onderdak voor cursussen, debatten en manifestaties. En hoe vaak men ook in al die jaren het interieur heeft aangepast aan het nieuwe gebruik, het zandgele pand met de neoclassicistische gevel bleef een trotse blikvanger, met guirlandes boven de ingang en de naam Felix Meritis in goud boven de vier symmetrisch geplaatste zuilen.

Wie over zo’n gebouw een boek schrijft, schrijft al gauw een verhaal dat verder reikt dan het adres Keizersgracht 324. Spiegel van Amsterdam heet dan ook het boek waarin Loes Gompes en Merel Ligtelijn de sterk uiteenlopende geschiedenissen van het pand en al zijn zeer verschillende bewoners vertellen. Doorwrocht, studieus en soms wat opsommerig, maar toch leesbaar doordat de schrijfsters gelukkig ook oog hebben voor de petit histoire achter de grote gebeurtenissen.

Beeldend beschrijven ze het milieu van de 18de-eeuwse Felix Meritis-oprichters, bij wie de leergierigheid van de Verlichting hand in hand ging met het eigenbelang van de gegoede burgerij. ‘Een beschavingsoffensief dus, ten faveure van henzelf,’ zoals Gompes en Ligtelijn het samenvatten. Van lezingen tot tekenlessen, van concerten en voordrachten tot sterrenkundig onderzoek in het observatorium op het dak – het groeide en bloeide zodanig dat de hedendaagse lezer er zelfs een beetje jaloers van wordt. Tot veel van die activiteiten eind 19de eeuw een eigen behuizing kregen: de concerten naar het nieuwe Concertgebouw, de tekenlessen naar de nieuwe Rijksacademie en het netwerken naar de nieuwe Groote Club.

Zo hebben de schrijfsters elk van de achtereenvolgende Felix Meritis-functies in de context van hun tijd gezet. Eén strafpunt: in een boek dat wemelt van de namen, had een index niet mogen ontbreken.