Een 7,8 op de schaal van Verdriet

Natuurrampen zouden een zegen zijn voor de economie.

Dat ligt eraan hoe je het berekent. Want wie durft een waarde te koppelen aan het menselijk verlies?

Economie kan een kil vak zijn. De aardbeving die de Chinese provincie Sichuan maandag trof, leidt tot onnoemelijk leed. Het officiële dodental ligt inmiddels op 15.000, terwijl volgens het Chinese staatspersbureau naar schatting nog 25.000 mensen onder het puin van ingestorte gebouwen liggen en ongeveer 60.000 mensen worden vermist.

Daar tegenover staat dat natuurrampen te boek staan als een zegen voor de economie. Oude infrastructuur wordt vervangen, en de bouw en het herstel leiden tot een flinke economische impuls. Dat is goed voor de productie. Een bekend voorbeeld is de aardbeving in de Japanse stad Kobe, waarvan het herstel er in 1996 toe bijdroeg dat Japan plots de snelste groei vertoonde van alle grote industrielanden.

Toch is het verband tussen natuurrampen en economische groei zeker niet eenduidig. Onderzoekers van het reuzenbeleggingsfonds Pimco legden onlangs alle Amerikaanse orkaanrampen naast elkaar en vonden uit dat deze per saldo geen aanwijsbaar effect hebben gehad op de ontwikkeling van de aandelenkoersen op Wall Street.

Als er al een effect is van natuurrampen, dan verschilt dat sterk van land tot land. Rijke landen, zo rekenden economen van de Universiteit van Wisconsin vier jaar geleden uit, dragen de gevolgen van een natuurramp veel gemakkelijker dan armere landen. En zelfs tussen ontwikkelingslanden zijn er verschillen. De Aziatische Ontwikkelingsbank becijferde dat als gevolg van de tsunami met name Sri Lanka grote schade ondervond, terwijl Indonesië weinig economische gevolgen ondervond van de onmetelijke schade in het getroffen Atjeh.

Hoe China zich in dit opzicht zal houden, is ongewis. Om het cynisme nog groter te maken: de Chinese autoriteiten proberen de razendsnelle economische groei van de afgelopen jaren juist in te dammen om te voorkomen dat de economie oververhit raakt. Aan het toch al hoge groeicijfer van 10,6 procent over het eerste kwartaal van 2008 wordt door veel buitenstaanders getwijfeld: het werkelijke getal zou nog veel hoger zijn, maar politiek niet goed uitkomen. Als een grote natuurramp, na een aanvankelijke schade, de economie verder opkrikt, dan komt dat op een onwenselijk moment.

Daarmee wordt nog steeds aangenomen dat er per saldo een positief effect is van natuurrampen. Maar zelfs als dat zo mocht zijn, dan ligt het er maar aan hoe dat wordt berekend. Investeringen, de productie van de bouwsector en tal van andere economische activiteiten kunnen worden geteld, en worden dus ook geteld. Maar wie durft ooit een waarde te koppelen aan het menselijk verlies?