‘Dylan wilde mijn song naspelen!’

Dave Grohl staat bekend als de gentleman onder de rockers. Met zijn band Foo Fighters treedt hij eind deze maand op bij Pinkpop.

Kurt Cobain, dronken. Nirvana, dronken tijdens persconferentie. Dave Grohl, dronken in Holland. Filmpjes met liederlijk gedrag van Nirvana’s bandleden zijn niet moeilijk te vinden op YouTube. Eén fragment springt er uit. We zien een kortharige David Grohl in een kleedkamer, waarschijnlijk backstage bij een festival. Hij draagt een enorme zonnebril, model Pipo de Clown. Het is duidelijk post-Nirvana, ergens in de periode kort na Grohls eerste solo-album uit 1995 dat hij in zijn eentje maakte, maar uitbracht onder de naam Foo Fighters. Hij is dronken of doet overtuigend alsof. „Probeer mij niet te vertellen hoe ik een rockplaat moet maken”, schreeuwt hij quasi-verontwaardigd tegen een journalist. „Ik zat in de belangrijkste rockband van de jaren negentig, Nirvana! Wij hebben de loop van de pophistorie veranderd!”

Het is een atypisch beeld van een luidruchtige, onbescheiden Dave Grohl. Bijna iedereen die hem heeft ontmoet, geeft hoog op over zijn warme, intelligente, onnadrukkelijke persoonlijkheid. Sinds hij daadwerkelijk een groep oprichtte die Foo Fighters heet, staat Grohl bekend als de gentleman-hardrocker. Hij voelt zich thuis in de artistieke nabijheid van hardrockbands als Black Sabbath en Led Zeppelin, maar kan ook een zachtmoedige ballade zingen aan de piano of met een akoestische gitaar. Hij groeide op met de hardcorepunk van Bad Brains en Minor Threat, maar noemt The Beatles en Bob Dylan als grote voorbeelden. Hij staat bekend als de beste drummer van het grungetijdperk, maar prijst de superieure kwaliteiten van Foo Fighters-drummer Taylor Hawkins, die hem in staat stelt met een gerust hart de elektrische gitaar om te hangen en zanger te zijn. Hij heeft gevoel voor humor: zie de hilarische clip van Learning to fly waarin hij zowel de piloot als het bevallige meisje speelt. En Grohl is muzikaal, ontzettend muzikaal.

In juli vorig jaar kwamen de Foo Fighters naar Amsterdam om hun nieuwe album Echoes, Silence, Patience & Grace aan de pers te presenteren. Na een luistersessie waarbij het album één keer helemaal werd afgespeeld, bestond de mogelijkheid om informeel met de bandleden te praten. Dat pakte veel beter uit dan een opgeprikt vraaggesprek op een hotelkamer. Reclamepraatjes voor de nieuwe plaat had Grohl die dag al genoeg afgelegd. Bevrijd van die verplichtingen vertelde hij honderduit over zijn vinylverzameling, zijn ontmoeting met Bob Dylan en zijn bewondering voor gitarist Pat Smear, die als gastmuzikant zowel bij Nirvana als bij Foo Fighters speelde. Bassist Nate Mendel kreeg er van langs, toen hij moest bekennen dat hij het voorlaatste Foo Fighters-album In Your Honour nog nooit op vinyl had gehoord. „Man”, lachte Grohl, „je weet niet wat je mist. Als we thuis zijn, koop ik een draaitafel voor je.”

Alle popjournalisten zijn

gefrustreerde muzikanten die zelf liever op het podium hadden willen staan, luidt een veelgehoorde theorie. Die vlieger gaat voor mij niet op. Na veel vruchteloos geknoei in bandjes ontdekte ik twaalf jaar geleden de theremin, een elektronisch kastje waar muziek uit komt als je maar subtiel genoeg met losse handen beweegt in het elektromagnetisch veld tussen de antennes. Ik knutselde en soldeerde een bouwpakket in elkaar en hing mijn gitaar aan de wilgen. In 1997 mocht ik ondanks (of misschien wel dankzij) mijn gebrekkige talent als thereminspeler meedoen met punkgroep The Speakersluts, die zich backstage bij het Lowlandsfestival tussen het uitzendschema van de VPRO-radio had weten te wringen. In het publiek stonden de Foo Fighters, wachtend op hun Lowlands-optreden van die dag. Achteraf hoorde ik dat Dave Grohl ons rommelige en lawaaiige optreden way cool had gevonden.

Als theremin-enthousiast verzamelde ik drie verschillende exemplaren van dit prille prototype van de synthesizer. De kleinste lijkt op een transistorradio, telt maar één antenne en werkt op batterijen. Ik besloot het kastje mee te nemen naar de Foo Fighters-presentatie, omdat ik vermoedde dat Grohl geïnteresseerd zou zijn. Bij de deur werd mij door een onverzettelijke beveiligingsmedewerker te verstaan gegeven dat alle elektronische apparatuur moest worden ingeleverd. Het Foo Fighters-album zou pas enkele weken later verschijnen en de band kon het zich niet veroorloven dat opnamen op internet zouden uitlekken. Dat het hier een muziekinstrument betrof, deed de man aan de deur niets. Ik kreeg een nummertje en moest mijn geliefde speeltje bij de garderobe achterlaten.

Binnen bij een biertje raakte Dave Grohl omringd door een groepje aanwezigen in geanimeerd gesprek over de dingen die hem recentelijk hadden beziggehouden. Nog vers in het geheugen lag zijn ontmoeting met Bob Dylan, backstage op een festival waar ze allebei optraden. Dylan was te verlegen om hem zelf op te zoeken, maar had een assistent gestuurd om hem naar zijn kleedkamer te halen. Dave had zich eerst een beetje bezwaard gevoeld, onwaardig om in de nabijheid van de grootste songschrijver aller tijden te verkeren. Maar Dylan was vriendelijk en bescheiden, zijn gezicht grotendeels verborgen onder een donkere capuchon. Hij wilde per se iets van zijn collega-muzikant weten: „Wat is het akkoordenschema van dat nummer over die satellites?” Het ongeloof stond nog in Dave Grohls ogen toen hij het navertelde. „Kun je het je voorstellen: Bob Dylan wilde weten hoe hij mijn nummer Learning to fly moest spelen!”

Drie en een half jaar was

Dave Grohl de drummer van Nirvana, van 1990 tot 1994, een zucht vergeleken bij de veertien jaar waarin hij nu al successen boekt met de Foo Fighters. Hij speelde op de klassiek geworden albums Nevermind en In Utero, maar bleef zich altijd onzeker voelen in de nabijheid van de wispelturige Kurt Cobain. Slechts twee keer stak Cobain hem een hart onder de riem. In 1990, toen Grohl als voormalig drummer van de hardcore-punkband Scream door de auditie bij Nirvana was gekomen, zei Kurt hem in een onbewaakt moment dat hij blij was een jongen zonder kapsones te hebben gevonden. In 1994, luttele weken voor zijn zelfmoord, liet Kurt Cobain een boodschap op Grohls antwoordapparaat achter met de mededeling dat hij In Utero nog eens had teruggeluisterd en dat hij de drumpartijen ‘awesome’, geweldig, vond. Maar achter Dave Grohls rug werd gefluisterd dat Cobain helemaal niet tevreden was met zijn veel te virtuoze drumspel. Tussen al die wisselende signalen was gastgitarist Pat Smear uit punkgroep The Germs een rots in de branding, vertelde Grohl in Amsterdam. „Pat zei tenminste waar het op stond. Die drie en een half jaar bij Nirvana voelen alsof ik ze in het oog van een orkaan heb doorgebracht. Mijn eigen liedjes durfde ik nooit aan Kurt voor te leggen. Het was een verademing toen ik ze zelf kon gaan zingen.”

Echoes, Silence, Patience & Grace is niet de beste van de zes Foo Fighters-albums. Daarvoor gaat het stilistisch te veel verschillende kanten op, van harde rock tot introverte ballades en van het grimmige sentiment van Let it tot de zoete berusting van Statues. Na de luistersessie was Grohl er nog helemaal vol van, hoe hij bij de gratie van zijn ruimdenkende publiek nieuwe muzikale paden had kunnen inslaan. Toen het gesprek kwam op de bijzondere sonische kwaliteiten van de theremin, vertelde Grohl dat hij altijd al eens zo’n ding van dichtbij had willen zien. Ik wachtte hem buiten op en speelde het Wilhelmus voor hem, terwijl de auto die hem naar zijn hotel moest brengen al stond te ronken. Hij nam het apparaat van me over, vogelde uit hoe het werkte en speelde zonder blikken of blozen de Star Spangled Banner. De theremin is een van de moeilijkste instrumenten om een zuivere melodie aan te ontlokken. Dave Grohl bespeelde hem meteen feilloos; zó muzikaal is de gentleman-hardrocker.

Foo Fighters, 31 mei Pinkpop, Landgraaf.