Dwarsligger, geboeid door de macht

J.A.A. van Doorn, invloedrijk socioloog, is overleden. Een overtuigd conservatief, maar ook een non-conformist.

J.A.A. van Doorn, de invloedrijkste socioloog van naoorlogs Nederland is, naar gisteren bekend werd, woensdag overleden in zijn woonplaats St. Geertruid. Hij was 83 jaar oud. Zijn leven en loopbaan vallen samen met tachtig jaar Nederlandse geschiedenis. Hij heeft daarin een heel eigen rol gespeeld: als dienstplichtig soldaat met notitieboek in Nederlands-Indië, als onderzoeker aan verschillende wetenschappelijke instellingen, als rapporteur aan overheden, als opleider van hoge ambtenaren en officieren, en, in het laatste kwart eeuw van zijn leven, als waarnemer en commentator. Hij schreef columns voor NRC Handelsblad, HP/De Tijd en Trouw.

De band tussen NRC Handelsblad en Van Doorn werd in 1990 verbroken, nadat de hoofdredactie van de krant afstand had genomen van een stuk van de columnist over zelfcensuur onder joodse journalisten. Van Doorn voelde zich in zijn vrijheid als auteur beknot en vertrok. In 2005 keerde hij, na een spijtbetuiging van de hoofdredactie, terug bij de krant.

Van Doorn was één van de grondleggers van de Nederlandse sociologie. Hij was hoogleraar aan de Nederlandse Economische Hogeschool, later de Erasmus Universiteit, in Rotterdam en buitengewoon hoogleraar aan de Koninklijke Militaire Academie in Breda. Zijn standaardwerk Moderne sociologie, dat hij samen schreef met C.J. Lammers, was het boek waarmee een hele generatie Nederlandse sociologen is opgeleid.

J.A.A. (Jacques) is geboren en getogen in Maastricht. Hij deed eindexamen tijdens de Duitse bezetting en kon pas na de bevrijding gaan studeren. Hij koos voor sociografie, de beschrijvende voorloper van de Nederlandse sociologie. Zijn diensttijd bracht hij door in Nederlands-Indië, waar hij vriendschap voor het leven sloot met de Amsterdamse anarchist Wim Hendrix. Met hem schreef hij Ontsporing van geweld, een standaardwerk over de ‘politionele acties’.

Van Doorn was een groot doek met veel contrast. Hij was een overtuigd conservatief, maar ook een non-conformist. Hij was geboeid door macht, maar gaf er niet aan toe, want hij was een dwarsligger. Hij stichtte een sociale faculteit die beleidsadviseurs afleverde, maar zag steeds duidelijker de grenzen van overheidsbemoeienis. Hij legde in Nederland de grondslag voor een methodische en theoretische sociologie, maar ging daar op den duur aan twijfelen.

Van Doorn was de bouwer van een discipline, met een leerboek, een faculteit, een curriculum. Van Doorn bouwde aan beleidssociologie. En die draait om de vraag: hoe organiseer je de samenleving? Hij was er tot in de jaren zestig van overtuigd dat die samenleving ‘maakbaar’ was.

Zijn eerste politieke stuk, van 1974, ging over de oliecrisis. Hij had kritiek op Joop den Uyl, destijds premier, en op Nieuw Links. Halverwege zijn leven overdacht Van Doorn de zijns inziens doorgeschoten democratisering, de verzorging van de wieg tot het graf en het conformisme van de beleidswetenschappen. En hij maakte een draai van plan-denken naar conservatisme.

Na zijn vervroegde pensionering in 1987 werd Van Doorn commentator aan de zijlijn. In die rol was hij zowel betrokken als afstandelijk. Zijn conservatisme verhinderde niet dat hij het pluralisme van de Nederlandse samenleving zeer was toegedaan. Dat bleek nog eens toen hij de islamitische minderheid in bescherming nam tegen Ayaan Hirsi Ali, Geert Wilders en Rita Verdonk.

Zaterdag in de bijlage Wetenschap en Onderwijs een uitgebreide terugblik op leven en werk van J.A.A. van Doorn.