Deze timmerlieden leidden identieke levens

José Luís Peixoto: Het Pianokerkhof. (Cemitério de Pianos) Vert. Piet Janssen. Meulenhoff, 304 blz., € 22,90

Op de Olympische Spelen van 1912 in een bloedheet Stockholm zakte de Portugese marathonloper Francisco Lázaro na dertig kilometer in elkaar en overleed. Rond dat gegeven heeft de Portugese schrijver José Luis Peixoto een roman geschreven waarin we nauwelijks iets horen over sport en ook de historische figuur van Lázaro verdwenen is achter de fantasie van de schrijver. Het resultaat is een roman over een timmermansfamilie in het Lissabon van rond de eeuwwisseling, met alle sores en klein geluk die daar bij horen.

Peixoto vertelt deze geschiedenis afwisselend vanuit twee personen: de 21-jarige Francisco zelf en diens vader, die ook Francisco heet en op het moment van de Spelen al enkele jaren dood is. De laatste vertelt zijn herinneringen in afgeronde fragmenten, die kriskras door de tijd heen springen. De jonge Francisco vertelt met horten en stoten, in vlagen van soms maar één regel die dan wat meer tijd krijgen om zich te ontvouwen.

Zo moeten de gedachten opkomen bij een langeafstandsloper die af en toe buiten adem raakt: dat is het effect dat Peixoto in deze stukken probeert te bereiken. In tussenkopjes wordt de gelopen afstand nauwkeurig bijgehouden. Bij kilometer 29 worden ze steeds korter, bij kilometer 30 breken ze plotseling af.

Wat opvalt in de beide verhalen, is de gelijkvormigheid waarin de levens van vader en zoon Lázaro lijken te zijn verlopen. Alleen de details zijn verschillend. Eén voorbeeld: de oude Francisco is geboren op de dag dat zijn vader stierf. Als hijzelf overlijdt, wordt tegelijkertijd een kleinzoon geboren. En als de jonge Francisco in Stockholm ineenzakt, komt in Lissabon op hetzelfde moment zijn zoon ter wereld, die ook Francisco zal heten.

Van dergelijke magische trekjes stond ook Peixoto’s roman De blik, vijf jaar geleden vertaald, al vol. Daarin schilderde hij een tijdloos dorp vol rauwe primitiviteit, waarin weinig woorden werden gezegd en blikken alles betekenden. En ook daarin herhaalde het leven zich van generatie op generatie vrijwel identiek.

In Het pianokerkhof heeft Peixoto die rauwe betovering aanzienlijk teruggeschroefd. Minder schatplichtig aan het magisch realisme, probeert hij nu vooral een sociaal-realistisch verhaal te vertellen, in een vorm die duidelijk de modernistische of zelfs postmoderne school doorlopen heeft. Maar werkelijk overtuigend is ook deze nieuwe roman nog niet. Peixoto weet de aandacht wel vast te houden, maar lijkt nog op zoek naar zijn eigen stem.