De oliebubbel die niet is

Afgelopen maandag ageerde The New York Times-columnist Paul Krugman tegen deskundigen die de hoge olieprijs afdoen als een speculatieve bubbel. De invloedrijke columnist, die hoogleraar economie is aan de Universiteit van Princeton, wees er op dat de prijs van een vat ruwe olie in vijf jaar tijd (nominaal) is vervijfvoudigd.

Al jarenlang beweren deskundigen dat de olieprijs niet kan worden verklaard aan de hand van de ‘fundamentals’, de onderliggende waarden. De CFO van Shell, Peter Voser, zei eind april hetzelfde, toen hij een toelichting gaf op de eerstekwartaalcijfers. Behalve de koersdaling van de Amerikaanse dollar zou vooral speculatie op de energiemarkt reden zijn voor de stijging van de olieprijs.

Maar volgens Krugman is de wens de vader van de gedachte. Als de stijging van de olieprijzen louter het gevolg is van speculatie op de financiële markten, dan zou er een onbalans ontstaan tussen vraag en aanbod van olie. Door de gestegen olieprijs zouden mensen immers zuiniger met energie omspringen, waardoor de vraag daalt. Bovendien zouden bedrijven als Shell nieuwe, voorheen onrendabele, oliebronnen aanboren, waardoor het aanbod stijgt.

Alleen als iemand bereid is om het overschot aan olie op te kopen, kan de prijs van olie in dat geval blijven stijgen. Maar dan hadden er ergens grote olievoorraden moeten ontstaan, zoals in de jaren 70 gebeurde toen men tijdens de tweede oliecrisis massaal olie ging hamsteren. Daar is nu geen sprake van. De olievoorraden zijn de afgelopen jaren op normaal peil gebleven.

Waarom blijven ‘deskundigen’ dan beweren dat de stijging van de olieprijs puur speculatief is?

In de eerste plaats is een aantal van hen erbij gebaat om de illusie in stand te houden dat de prijsstijging speculatief is en derhalve van korte duur zal zijn. Shell bijvoorbeeld wil zijn klanten graag een hoge prijs laten betalen aan de pomp zonder dat die klant gaat investeren in een zuiniger auto of een treinabonnement. Dan zou immers de vraag naar benzine dalen.

In de tweede plaats spelen er politieke motieven. Traditiegetrouw zijn diegenen die ter linkerzijde van het politieke spectrum staan – de progressieven – het meest bedacht op speculanten. Maar in het geval van de stijgende olieprijzen zijn het juist degenen ter rechterzijde van het politieke spectrum – de conservatieven – die om het hardst roepen dat het om een speculatieve bubbel gaat. Conservatieven houden nu eenmaal niet (of althans minder) van energiebesparing.

Wie met een beetje realiteitszin de afgelopen periode overziet, kan alleen maar concluderen dat er een tijdperk is aangebroken van toenemende schaarste en dure olie (Goldman Sachs voorspelde vorige week zelfs dat olie op afzienbare termijn 200 dollar per vat zou kunnen doen). De eurolanden zullen de prijs van een liter benzine zien stijgen indien de dollar aan kracht wint, zoals veel geldhandelaren voorspellen.

Volgens Krugman zijn de gevolgen van de olieschaarste op zich best te overzien. Hij wijst op Frankrijk, dat jaarlijks slechts half zo veel olie per hoofd van de bevolking verbruikt als de Verenigde Staten en desondanks nog steeds als een beschaafd land oogt. Probleem is alleen dat Frankrijk per hoofd van de bevolking bijna drie keer zoveel kernenergie gebruikt als Amerika (alleen Zweden verbruikt nog meer kernenergie).

In mijn column ‘Groene vrede’ (19-10-2007) wees ik op het feit dat als gevolg van de stijgende olieprijs de geopolitieke verhoudingen steeds instabieler worden. Ik liet me niet uit over kernenergie, terwijl die een matigend effect zou kunnen hebben op de olieprijs (hoewel het effect op de geopolitieke verhoudingen twijfelachtig is wegens het risico dat nucleair materiaal in handen van terroristische organisaties belandt).

Afgelopen april adviseerde de Sociaal Economische Raad het kabinet om de mogelijkheid van een toekomst mét kernenergie open te houden. De optie van kernenergie mag echter niet leiden tot luiheid bij de energiebesparing. Er is nog zoveel dat op dat gebied kan worden gedaan. In de luchtvaart zou het bijvoorbeeld al een stuk schelen als we iets langzamer gingen vliegen en als er een gezamenlijke Europese luchtverkeersleiding zou komen, zegt Greenpeace-directeur Liesbeth van Tongeren. Nu wordt vaak zigzag boven Europa gevlogen.

Volgens mij zou ook iets moeten worden gedaan aan de perverse prijsstelling van tickets. KLM biedt in de verschillende Europese landen verschillende tarieven aan om (allemaal via Amsterdam) naar New York te vliegen. Zo kostte een retourtje New York (21 mei heen en 28 mei terug) afgelopen dinsdagavond op de KLM-website vanuit Londen 341 euro, vanuit Madrid 430 euro, vanuit Frankfurt 507 euro, vanuit Rome 517 euro en vanuit Amsterdam 589 euro. In alle gevallen ging het om het allervoordeligste ticket dat KLM op de desbetreffende route aanbood.

Wie vanuit Amsterdam naar New York wil vliegen, kan op zijn beurt weer enkele tientjes tot soms ruim honderd euro aan vliegkosten besparen door met US Airways, United Airlines, Lufthansa of British Airways via Philadelphia, Washington DC, München of Londen naar New York te vliegen. Ik vlieg zelf altijd rechtstreeks, maar hele hordes toeristen vliegen vele honderden kilometers om teneinde een paar tientjes te besparen.

Op een gemiddelde KLM-vlucht van Amsterdam naar New York is ruim tweederde van de passagiers afkomstig uit een nabijgelegen Europees land. Dit commercieel geïndiceerde omvliegen leidt tot substantieel meer vluchten binnen Europa (en de Verenigde Staten) en dus ook tot substantieel meer kerosineverbruik. Moet er straks een nieuwe kerncentrale worden gebouwd om deze perfide praktijk in stand te houden?

Het omvliegen is goeddeels te verhelpen door op Europees niveau af te spreken dat elke luchtvaartmaatschappij voor omvliegen minimaal moet rekenen wat zij voor een rechtstreekse vlucht rekent. Meer in het algemeen zouden progressieven een wensenlijstje met energiebesparende maatregelen bij de hand moeten houden voor het geval conservatieven over nut en noodzaak van nieuwe kerncentrales beginnen. Ik wil het lijstje wel opstellen. Wie heeft suggesties?

Reageren kan op nrc.nl/mees (Reacties worden openbaar na goedkeuring door de redactie).