Asregen in eindtijdfantasie op Brussels Kunstenfestival

Theater Kunstenfestival des arts. Gezien 11 mei Brussel. Aldaar t/m 31 mei. Info www.kfda.be of 0032-70-222199

In de voorstelling End leest een man in een rijdend kassahokje berichten voor over catastrofes: bombardementen, Hiroshima, een verdwenen dorp. Allerlei andere wezens en dingen komen rechts op en gaan links meteen weer af, langs vaste lijnen, steeds weer opnieuw. Een vrouw, hangend aan dunne kabels, beweegt zich op bizarre wijze voort, als een mutant. Een andere vrouw sleept een lijkenzak mee. Een man fladdert wanhopig aan kabels in de lucht. Ook twee machines komen op: een luidruchtige automotor opgehangen aan lijnen, en een primitieve luidsprekerinstallatie die vervormde koormuziek laat horen. Het regent as.

Het Belgische Kunstenfestival des Arts is een mooi, beperkt festival dat veel voorstellingen speciaal laat maken, al dan niet in samenwerking met gelijkgestemde kleine Europese festivals. Gedurende enkele jaren begeleidt het festival opkomende theatermakers uit België en buitenland. De nadruk ligt op experimentele regisseurs en choreografen die werken op het snijvlak van theater, dans en beeldende kunst, vooral performance en installaties. De overlap met de reeks De Internationale Keuze van de Rotterdamse Schouwburg is dit jaar vrij groot. Vijf Brusselse voorstellingen zijn in september ook in Rotterdam te zien. Verder komen twee voorstellingen – het Iraanse Quartet en Heiner Goebbels’ Stifter Dinge –volgende maand naar het Holland Festival in Amsterdam.

End, van de Vlaming Kris Verdonck is ook in Rotterdam te zien. Een andere voorstelling van hem, I/II/III/IIII, opent volgende week het Festival aan de Werf in Utrecht. Verdonck is een beeldend kunstenaar die in het theater werkt, en graag mensen en voorwerpen ophangt aan kabels. Dit jaar maakt hij voor het eerst een voorstelling in de grote zaal. Hij brengt geen verhaal met een dramatische spanningsboog, maar presenteert beelden zonder duidelijk begin en einde, in een repetitief ritme, met kleine verschuivingen: minimal performance.

End is een eindtijdfantasie. Op een breed achterdoek worden wolken geprojecteerd. Een man komt op en sjouwt als een trekschuitsleper een touw aan een tuig mee. Iedere keer als hij aan het touw trekt, verschuift het videobeeld een beetje. Achterin links valt steeds een man uit de lucht, hij staat weer op en gaat rechts af; de enige die tegen de stroom ingaat. Verdonck levert prachtige beelden in een mooie cadans, die tezamen een apocalyptisch gevoel oproepen. Toch zou je wat meer betekenis willen krijgen, een meer uitgewekte voorstelling; dit lijkt nog teveel op een voorstudie.

De Turkse choreografe Aydin Teker (1952), ook later in Rotterdam te zien, maakte eerder indruk met Akabi, waarin de dansers in hun beweging werden gehinderd door plateauzolen van veertig centimeter. Nu laat zij de danseres Ayse Orhon een duet aangaan met een harp. Hoewel Orhon vroeger harpiste was (en trouwens ook schoonzwemster), bespeelt zij het even sierlijke als massieve instrument niet. Ze gaat er wel op liggen, ze zet de harp op zijn kop, ze kronkelt haar lichaam eromheen, ze sleept hem voort, wat een interessant geluid voortbrengt, ze slaat met de vlakke handen op de snaren. Alles wat je kan doen met een harp, behalve bespelen. Teker en Orhon zorgen ervoor dat het nooit bij esthetische plaatjes blijft, het duet blijft robuust en ongemakkelijk. Hars is meer iets voor een studie, vooral interessant voor de danseres zelf. Voor een volwaardige choreografie van vijftig minuten is het idee veel te mager. Wel mooi zijn de momenten dat Orhon en harp samen lijken te smelten, bijvoorbeeld als zij haar benen in de klankkast steekt en verandert in een meerminachtige mensharp.