Wie zomaar een scan wil, moet de grens over

Bedrijven die preventief medisch onderzoek doen, werken vaak zonder vergunning. Ten onrechte, zegt de Inspectie voor de Gezondheidszorg. Maar moet de wet niet anders?

Petra Reulings

Er zijn de afgelopen jaren veel bedrijven en bedrijfjes opgericht die gezonde mensen oproepen zich medisch te laten onderzoeken. Ze bieden bijvoorbeeld bloedonderzoek aan, echo’s, röntgenfoto’s of MRI-scans. Maar dat kan niet zomaar. Een bedrijf dat klanten zonder klachten ‘screent’ op kanker, onbehandelbare ziektes, of met ioniserende straling (met name röntgenfoto’s of CT-scans) heeft een vergunning nodig. Dat is geregeld in de Wet op het bevolkingsonderzoek (WBO).

De wet wil mensen beschermen tegen de risico’s van zulk medisch onderzoek. Juist bij mensen zonder klachten is de kans groot op een vondst die bij nader onderzoek toch onschuldig blijkt; en ook het onderzoek zelf kan risico’s opleveren. Mensen worden aan straling blootgesteld, of er moet voor vervolgonderzoek weefsel worden weggehaald. Zulk vervolgonderzoek kan voor hoge kosten zorgen als veel mensen zich preventief laten testen.

De Inspectie voor de Gezondheidszorg heeft 22 van zulke ondernemingen onderzocht. Twintig zijn strafbaar, rapporteerde de Inspectie eerder deze week. Ze werken onterecht zonder vergunning, zo vertelt onderzoeksleider dr. Petra Reulings. Ze bieden bijvoorbeeld bloedtests op prostaatkanker aan, en testbedrijven maken röntgenfoto’s van de borstkas. Dat mag niet zonder vergunning.

Wat zijn dat voor bedrijven?

„Het zijn vaak privéklinieken. Soms zijn die verbonden aan een ziekenhuis, maar er zijn ook zelfstandige klinieken. Vaak doen ze ook bedrijfskeuringen en hebben ze de health checks erbij genomen. De meeste bestaan pas een paar jaar, of ze bieden de check-ups pas recentelijk aan.”

Waarom geeft het problemen wat deze bedrijven doen?

„Health checks op zich zijn geen probleem. Maar er zijn onderdelen van dat onderzoek die vergunningplichtig zijn. Het gaat erom of het onderzoek evidence based is: of wetenschappelijk onderbouwd is dat het zinvol is voor de klant. Geen van die bedrijven heeft zo’n vergunning van het ministerie van VWS.”

U schrijft dat de bedrijven vaak helemaal niet wisten dat zij een vergunning nodig zouden hebben.

„Nee, dat vond ik ook verrassend. Ze denken bij bevolkingsonderzoek aan het uitstrijkje, of aan de borstkankerscreening. Daarvoor krijgt een vrouw een kaartje in de bus met een oproep. Maar als een bedrijf een website heeft of een advertentie zet in de Telegraaf, dan biedt het ook bevolkingsonderzoek aan. Dat hebben ze nog niet tussen de oren.”

Maar die wet bestaat al twaalf jaar.

„Inderdaad. Onze aanbeveling is daarom dat artsenorganisaties hun leden moeten informeren.”

Er is ook een groot grijs gebied tussen onderzoek waarvoor wel en niet een vergunning nodig is, schrijft u.

„Op zich zijn die drie categorieën – kanker, ioniserende straling, ernstige ziektes – heel duidelijk. Maar het bleek in de praktijk helemaal niet zo duidelijk. Bedrijven bieden bijvoorbeeld ook „lichamelijk onderzoek” aan. Maar wat doet de arts dan precies? Hij voelt aan de lymfeklieren, hij kijkt sproeten na. Maar wat betekent dat? Zoekt hij dan naar kanker? Dat is niet duidelijk voor de Inspectie, en niet duidelijk voor de klant. Die moet weten waar hij aan toe is.”

Is het wel mogelijk om meer duidelijkheid te scheppen?

„Ja. De minister kan de Gezondheidsraad laten uitzoeken wat die tests, zoals een lichamelijk onderzoek of een MRI-scan, precies inhouden. Het wordt heel lastig, maar het kan. Je moet als klant toch weten: weet ik nu of ik kanker heb? Galstenen? Iets aan mijn longen?

„Daarvoor stellen we ook voor: laat artsen nu een multidisciplinaire richtlijn opstellen om vast te stellen of een bepaalde test zinvol is of niet – los van de vergunningplicht dus. Sommige bedrijven onderzoeken het bloed op twintig, vijfentwintig dingen. Dan vraag ik me af: wat wil je nu opsporen?”

Is die indeling van de WBO voor vergunningplichtig onderzoek nog zinvol?

„Dat vragen wij nu aan de minister. De wet is lastig te handhaven. Bedrijven die onderzoek alleen maar aanbieden, maar het in Duitsland laten uitvoeren, zijn niet te vervolgen. Dan zijn er de grijze gebieden, zoals gezegd. En er is een kwestie rond doe-het-zelftests. Zo’n zelftest, voor darmkanker bijvoorbeeld, kan een arts of apotheker gewoon verkopen. Maar zodra een arts hem doet als onderdeel van een health check, heeft hij een vergunning nodig.

„De minister wil met de wet mensen beschermen tegen risico’s van de health checks, en je kunt je afvragen of dat nog past in deze tijd. Dat is niet aan ons. Maar daarnaast: wat heb je aan een wet die niet te handhaven is? Daarom bevelen we aan om de Kwaliteitswet voor Zorginstellingen ook toe te passen op aanbieders van preventief medisch onderzoek. Daar vallen zij nu niet altijd onder. Dan kun je als Inspectie hardere maatregelen nemen.”

Er zijn nu drie instanties die vraagtekens zetten bij de Wet op het bevolkingsonderzoek. De Gezondheidsraad, de Raad voor de Volksgezondheid en Zorg, en de Inspectie.

„Ja. De wet is toe aan herziening. Dat vindt de minister ook, dus dat scheelt. Wij zeggen: er zijn handhavingsproblemen, bezie dit nu. Dan kan je of versoepelen, of streng blijven maar dan zó dat het te handhaven is.”