Welke stad klinkt het mooist?

Architecten denken niet na of een plein aangenaam klinkt, zegt sounddesigner Kees Went. Hij lanceerde onlangs een site met geluiden uit o.a. Amsterdam, Rotterdam en Utrecht.

Reisgidsen staan vol plaatjes. Ook in architectuurboeken is het beeld allesoverheersend: driedimensionale animaties, modellen, schetsen en natuurlijk heel veel foto’s. Alleen de ogen worden bediend, de andere zintuigen waarmee we steden ervaren komen er bekaaid af. Alsof de haven van Marseille zonder haar zilte geur zou kunnen, alsof de straten van Lissabon hetzelfde zouden zijn zonder de handgehakte keitjes waar je leren schoenzolen overheen glijden. Om maar te zwijgen van het geluid van de stad: wat zou Amsterdam zijn zonder trams „die de hoek om gillen of ze katten staan te villen” (Tol Hansse).

Volgens Kees Went, sounddesigner en docent aan de Utrechtse Hogeschool voor de Kunsten, verdiepen architecten en stedenbouwers zich ten onrechte niet in geluid: „Elke filmmaker weet hoe belangrijk geluid is voor de beleving, maar architecten kijken alleen naar het mooie plaatje. Ze denken niet na of een plein bijvoorbeeld ook aangenaam klinkt.”

Rotterdam is volgens Went, die er geboren en getogen is, een voorbeeld van een stad die beroerd klinkt. Dat komt door de hoge gebouwen, het gebrek aan functies op de begane grond, de brede autowegen dwars door de stad en de vele gebroken ruimtes. Went borduurt voort op het werk van de Canadese musicoloog R. Murray Schafer, die in de jaren zestig van de vorige eeuw het begrip soundscape muntte. Elke omgeving heeft volgens Schafer een keynote, voor steden wordt deze grondtoon gevormd door het verkeer. Daarnaast zijn er karakteristieke geluiden, de soundmarks, een soort auditieve landmarks. Bij Rotterdam denk ik meteen aan heimachines, bij Amsterdam schieten me behalve de trams van Tol Hansse draaiorgels te binnen.

De proef op de som biedt de site met audiomaps die Kees Went deze week lanceerde. Hierop staan wandelingen van een uur die je niet alleen kunt beluisteren, maar op Virtual Earth ook precies kunt volgen. De wandeling van Rotterdam-Noord naar -Zuid begint op het Hofplein hoopvol met een klaterende fontein en een bellende tram. Even verder op het Coolsingel hoor je zelfs een draaiorgel, maar al snel wordt het geluid lelijker: het suizen en razen van auto’s, het knetteren van brommers, het dreunen van de wind die vrij spel heeft. Maar geen heimachines. De soundmark van Rotterdam blijkt afkomstig van de rateltikkers die blinden bij verkeerslichten waarschuwen dat ze kunnen oversteken. Een typisch geluid van een autostad dus.

De Amsterdamse wandeling voert van het Vondelpark naar het IJ, dwars door het centrum. Ook hier trams – alhoewel ze niet gillen – en auto’s, maar opvallend is dat je veel meer mensen hoort praten en vogels hoort fluiten. Het geluid is kleinschaliger en gearticuleerder, je kunt verschillende frequenties onderscheiden en er is een verschil tussen voorgrond en achtergrond. Als de wandeling door de Oudemanhuispoort voert, hoor je zelfs een fraaie echo van voetstappen: dit komt in de buurt van wat Schafer een hifi soundscape noemt. Het draaiorgel blijkt ondertussen ingeruild voor een valse klarinet en de nieuwe soundmark van Amsterdam is de rinkelende ketting waarmee fietsen aan palen of bruggen worden vastgezet, je hoort het op de hele route.

De kans is groot dat zulke specifieke stadsgeluiden ten onder gaan in een steeds sterkere orkaan van geluid. Elk jaar stijgt het geluidsniveau in de stad met 1 decibel, dat betekent een verdubbeling van de geluidsbelasting in tien jaar. Een van de oorzaken is de toenemende mechanisering, zelfs bladeren opruimen kan niet meer zonder apparaat. De black-and-decker-isation noemt Kees Went dit.

Hij pleit voor de inzet van bomen om geluid te dempen en de inzet van fonteinen om mooie, gevarieerde geluiden toe te voegen. Ook kerkklokken dragen volgens Went bij aan een positieve beleving van de stad: ze verruimen de horizon en benadrukken gemeenschapszin. Maar dat geldt voor de gebedsoproep vanaf een minaret natuurlijk net zo goed, alhoewel Wildersstemmers daar wellicht anders over denken.

Geluid blijft een persoonlijke aangelegenheid, maar een objectief vereiste is dat je de geluiden van elkaar moet kunnen onderscheiden, anders wordt de stad een monotoon loeiende stofzuiger. Leve de bezem.

Kijk en luister vooral: www.adaptivemusicandsound.org