Swaab: Bezoekcijfers zijn niet heilig

De vanmorgen presenteerde Cultuurnota is op een nieuwe leest geschoeid. Voorzitter Els Swaab: „Minder incidenten, meer samenhang.”

„De Raad voor cultuur kan zich niet voorstellen dat de minister het nieuwe systeem van cultuursubsidies met te weinig geld van start wil laten gaan.” Dat zei Els Swaab, voorzitter van de Raad voor Cultuur, vanochtend naar aanleiding van de presentatie vanmorgen van een nieuw subsidiestelsel, ‘Basisinfrastructuur 1.0’ genaamd. Iets waar de minister niet veel later toch anders over bleek te denken. Hij wil een nieuw advies op 15 juni.

Swaab reageert hier op met grote teleurstelling. Volgens haar is het extra geld wel degelijk te vinden. „Hiermee dreigt de invoering van het nieuwe stelsel te mislukken”, zegt Swaab. „Dan moet de minister als politiek verantwoordelijke kiezen welke ambities moeten worden uitgesteld.”

Om het nieuwe stelsel te laten slagen is volgens Swaab echt 26,6 miljoen euro nodig boven de beschikbare 244,5 miljoen. Dat geld is voor de instellingen die vierjaarlijkse subsidies krijgen (12,7 miljoen), de fondsen (10,8 miljoen) en de sectorinstituten (3 miljoen) en een apart fonds voor nieuwe media en e-cultuur.

De Raad wil de excellentie, de talentontwikkeling, de innovatie en de internationalisering stimuleren. „Dat laatste is een reden om festivals te ondersteunen. Een festival is vaak hét podium waar vakgenoten uit binnen- en buitenland bij elkaar komen. Maar die internationalisering moet wel wederkerig zijn, Nederland moet niet alleen maar cultuur exporteren. Het Holland Festival bijvoorbeeld willen we een half miljoen extra geven.” Het Amsterdamse Fonds voor de Kunst wilde het festival juist korten omdat het te ambitieus zou zijn.

Met het nieuwe bestel, dat in werking is gezet door de vorige staatssecretaris van Cultuur Medy van de Laan, streeft de Raad naar niets minder dan een omslag in het denken over en het verdelen van overheidssubsidie, zegt Swaab. „Het geld wordt minder incidenteel en meer structureel verdeeld. Er wordt ook minder naar de afzonderlijke instellingen gekeken en meer naar hun functie in het culturele bestel.”

De nieuwe verdeling lijdt nog onder kinderziektes: voor veertig instellingen was het onduidelijk of ze bij de Raad of fondsen als het nieuwe superfonds voor de Podiumkunsten moesten zijn. Vooral de manier waarop de muziek- en de archiefsector moeten worden behandeld, „behoeft nadere beschouwing” aldus de Raad. „Over vier jaar zal Basisinfrastructuur 2.0 een helderder, eenvoudiger structuur bieden met minder incidenten en meer samenhang.”

Bij het stimuleren van het experiment hoort het aanvaarden van lagere bezoekersaantallen. „Productiehuizen en presentatie-instellingen zijn vrijhavens van vernieuwing en experiment. Je kunt niet verwachten dat ze een kwart van hun inkomsten genereren. Dit stelsel is een breuk met de heiligheid van de bezoekersaantallen.”

De commissie Cultuurprofijt had voorgesteld kunstinstellingen aan te sporen meer eigen inkomsten te genereren. De Raad wil daar pas in 2010 mee beginnen. „Veel instellingen zijn daar in hun aanvragen al mee bezig, maar er is op dit moment te weinig tijd en ruimte voor. De economie zit tegen en de sponsorgelden komen onder druk. Gun ze de tijd.” De 10 miljoen die de commissie Cultuurprofijt in verbeterd cultureel ondernemerschap wil stoppen, moeten vooral niet in een apart fonds komen, vindt Swaab: de Raad voor Cultuur wil adviseren over de verdeling.