Met een ambassadeur op de motorkap in Harare

Leoni Cuelenaere bezocht samen met andere diplomaten slachtoffers in Zimbabwe.

Ze werden tegengewerkt, maar dat was niks vergeleken bij het geweld dat ze zagen.

Vermoedelijk hebben niet veel Nederlandse diplomaten ooit gezien hoe een Amerikaanse ambassadeur in Harare op de motorkap van een politiewagen klimt, met zijn telefoon foto’s maakt van de dreigende agent en zo een veilige doortocht afdwingt voor hemzelf en zijn collega’s.

Leoni Cuelenaere wel. Cuelenaere is tijdelijk zaakgelastigde van Nederland in Zimbabwe – de ambassadeur zelf is met vakantie. Cuelenaere bezocht eergisteren met de ambassadeurs van Groot-Brittannië, Japan, de VS en de Europese Commissie en met de tweede man van Tanzania een hospitaal ten noorden van Harare. De diplomaten wilden zich een beeld vormen van de plattelandsbewoners die zijn verminkt door militieleden van regeringspartij ZANU PF. Op de weg terug naar de hoofdstad werd het diplomatenkonvooi aangehouden, vertelt Cuelenaere telefonisch vanuit Harare.

„De politie vroeg om onze ‘papieren’, je moet officieel toestemming hebben om je meer dan 40 kilometer buiten Harare te begeven”, vertelt Cuelenaere. „Ze parkeerden een auto dwars op de weg voor ons, ze hielden ons op met allerlei vragen. Natuurlijk deden ze het om ons dwars te zitten, ze willen niet dat we praten met slachtoffers. Bij een bezoek ergens anders deden ze ook al moeilijk.”

Het wegincident dreigde even te ontsporen, toen een agent een medewerker van de Amerikaanse ambassadeur John McGee bedreigde, in zijn dienstauto stapte en vervaarlijk op McGee inreed. De ambassadeur klauterde op de motorkap terwijl zijn medewerker de autosleutels uit het contact rukte. Daarna schoten de diplomaten met hun mobieltjes foto’s van de agent. Cuelenaere: „Het blijft een Amerikaan, hè.” Na een oponthoud van een uur konden de diplomaten hun weg vervolgen.

Cuelenaere onderstreept dat „het niet draait om ons diplomaten. Wat mij meemaakten valt in het niet bij wat die mensen in het ziekenhuis hebben doorgemaakt.” Zij vertelt dat ze tien tot twaalf mannen sprak die allemaal vertelden hoe zij zeven tot acht uur lang op hun billen waren geslagen. Onafgebroken. Het slaan gebeurde in ploegendienst, door oorlogsveteranen en jongeren van ZANU PF. Cuelenaere: „Zie je het voor je? Hele happen vlees uit die billen, ontstoken weefsel. Afschuwelijk, echt heel, heel erg. Van de mensen in het ziekenhuis zijn er twee overleden.”

De verhalen ondersteunen de vele recente berichten over georganiseerd geweld tegen de plattelandsbewoners en oppositieaanhangers in Zimbabwe – en daarom is het nuttig dat de diplomaten zelf poolshoogte zijn gaan nemen, vindt Cuelenaere. „Berichten over het geweld staan al weken in de krant, maar als je het zo duidelijk zelf ziet kun je het beter uitdrukken. Onze aanwezigheid is bovendien een steunbetuiging aan de slachtoffers. En ik geef dit door aan Den Haag, zodat de Nederlandse overheid betrouwbare informatie heeft en stelling kan nemen. Eigenlijk doe ik gewoon mijn werk.”

De Zimbabweaanse autoriteiten hebben het incident met de Amerikaanse ambassadeur aangegrepen voor een ouderwets staaltje anti-Westerse retoriek. McGee voert „een vurige campagne om de regering te demoniseren”, schreef gisteren staatskrant The Herald. Werkt zo’n demonstratief ziekenhuisbezoek door ‘westerse agressors’ niet averechts?

Cuelenaere zegt dat ambassadeurs van Afrikaanse landen gevraagd zijn mee te doen. Algemeen wordt ervan uitgegaan dat diplomatieke druk uit de regio meer indruk maakt op de voormalige onafhankelijkheidsstrijder Mugabe dan druk van voormalige kolonisatoren. De afgelopen weken bleef deze druk goeddeels uit. Veel machthebbers weigeren openlijk kritiek te leveren op Mugabe omdat hun eigen democratische gehalte te wensen overlaat. Uiteindelijk gaf alleen Tanzania deze week gehoor aan het Amerikaanse initiatief om slachtoffers op te zoeken. „Teleurstellend”, vindt Cuelenaere.