Kinderen hebben al heel snel door wie betrouwbaarder is

rotterdam. Kinderen van drie en vier jaar oud zijn al in staat om bij te houden wie in hun omgeving het vaak bij het rechte eind hebben. Van die mensen zullen ze vaker een nieuw woord of de functie van een onbekend voorwerp leren. Dit blijkt uit experimenten met tachtig kinderen, waarover psychologen publiceren in het juni-nummer van Cognition. Voor de ogen van de kinderen verschilden twee poppen duidelijk van mening over de naam van vreemde objecten, zoals een gele knoflookpers of bijvoorbeeld buitenissig visaas. Die kwamen telkens twee aan twee ter sprake. De kinderen namen vrij consequent de fantasienamen als `turly` of `ferby` over van de pop die daarvoor gewone voorwerpen goed had benoemd. Een ingenieuze wending in een tweede experiment is dat de poppen dezelfde naam aan twee vreemde voorwerpen gaven, bijvoorbeeld `koba`. Als de leider dan het kind vroeg om de `modi`, dan gaf het vaak het voorwerp dat door de minst accurate pop de `koba` was genoemd. Dan zal die het dus wel zijn, denkt het kind. Daarmee wordt aangetoond dat het kind die woorden leerde door afweging van de betrouwbaarheid van de poppen. Zo`n toetsing kan zijn aangeboren, omdat dat het leerproces enorm kan versnellen.