Kabinet gaat over op CO2-belasting

Het kabinet gaat de aanschafbelasting op auto’s afhankelijker maken van de CO2-uitstoot. Daarmee geeft het gevolg aan een wens van de Tweede Kamer om de grondslag van de aanschafbelasting bpm te veranderen. Over de mate waarin de bpm wordt verlaagd – een besluit dat samenhangt met de kilometerheffing – is nog geen overeenstemming binnen het kabinet, zeggen betrokkenen bij de onderhandelingen.

Op dit moment betalen consumenten een eenmalig tarief van 42 procent van de cataloguswaarde bij de aanschaf van een nieuwe auto. De aanschafbelasting moet (gedeeltelijk) vervangen worden door de kilometerheffing. Op die manier wil minister Eurlings (Verkeer, CDA) automobilisten laten betalen voor het gebruik van hun auto in plaats van het bezit. Staatssecretaris De Jager (Financiën, CDA) zal nog deze maand met voorstellen komen hoe de huidige autobelastingen omgevormd moeten worden naar een kilometerheffing.

Minister Eurlings, en met hem de CDA- en VVD-fractie, wil de aanschafbelasting het liefst helemaal afschaffen, maar dat zorgt voor problemen op het ministerie van Financiën. Bij de kilometerheffing, die vanaf 2012 in stappen moet worden ingevoerd, is de afspraak dat alle inkomsten ten goede komen aan de (weg)infrastructuur. Doordat de motorrijtuigenbelasting en bpm meer geld opleveren dan er aan wegen wordt uitgegeven, zou Financiën na invoering van het rekeningrijden minder ontvangen. Daarnaast is de verwachting dat de kilometerheffing het autoverkeer terugdringt, waardoor de opbrengst uit brandstofaccijnzen tot 850 miljoen euro per jaar kan teruglopen, zo hebben drie gezamenlijke planbureaus berekend.

De bpm kan niet te snel worden afgeschaft, omdat dit grote verstoringen geeft op de automarkt.