Is het Israëlisch-Palestijns conflict nog op te lossen?

Nog altijd koesteren velen de hoop op een einde aan het conflict tussen Israël en de Palestijnen.

Maar de realiteit is dat vrede steeds onwaarschijnlijker is.

Illustraties Ruben L. Oppenheimer Oppenheimer, Ruben L.

Veel beleidsmakers beschouwen het Palestijns-Israëlische probleem als oplosbaar. Het probleem geldt als ‘te belangrijk’ om onoplosbaar te zijn. In de afgelopen twaalf jaar zijn vier plannen gepresenteerd, elk met een vergelijkbare opzet uitgaande van de vestiging van twee staten.

Als er een rationele oplossing is, waarom is de kans dan zo klein dat deze er komt? Omdat zwaarwegende factoren het sluiten van vrede bemoeilijken, zoals de bevolkingsopbouw, de intensiteit van het geweld, en de economie.

Neem de bevolkingsopbouw: de mediane leeftijd van de Palestijnen is 17 jaar. Vergeleken met een mediane leeftijd van circa 37 jaar in de VS, en 30 jaar in Israël, zijn de Palestijnen een zeer jong volk. Maar liefst 85 procent van de Palestijnse bevolking is onder de 40 jaar en is dus geboren onder de Israëlische bezetting, die dateert van juni 1967. De meerderheid van de Palestijnen heeft Israël dus uitsluitend als bezettingsmacht meegemaakt, in steeds gewelddadiger omstandigheden. Alleen al in de afgelopen tien jaar zijn er meer dan 4.300 Palestijnen gedood. Het aantal gewonde Palestijnen loopt in de tienduizenden. Aangezien het moeilijk is om afstand te nemen van het wereldbeeld dat je in je kinderjaren hebt opgedaan, is de kans dat de Palestijnen de Israëliërs ooit gunstig gezind zullen worden, feitelijk nihil.

Steven Erlanger tekende vorig jaar in het New York Times Magazine uit de mond van een activist van Hamas op: „Deze generatie wordt volgens mij de generatie van de bevrijding. Terwijl in het verleden één procent van de mensen bij het verzet ging, zal vanaf deze generatie twintig procent of meer dat doen. [...] Deze generatie wordt ons bevrijdingsleger.’’

Deze belemmeringen voor de vrede worden door krachtige feedbackmechanismen versterkt. Sinds 1999 is de Palestijnse economie met ongeveer een derde per hoofd van de bevolking geslonken. Het werkloosheidscijfer is in de periode 2000-2005 gestegen van 14 tot 22 procent. Het aandeel van de bevolking dat onder de armoedegrens leeft, is gestegen van 20 procent in 1995 tot meer dan 40 procent, waarbij naar schatting 15 procent in diepe armoede leeft. Deze situatie biedt een vruchtbare voedingsbodem voor wie invloed wil verwerven door middel van economische hulp. Daartoe behoort Hamas, waarvan het succes berust op liefdadigheid. Ook Iran en Al-Qaeda vallen in deze categorie.

Een tweede feedbackmechanisme betreft de radicale islam. Islamitische groepen bieden zowel materiële als geestelijke bijstand. Hoe strenger de leer, des te meer soelaas hij biedt voor de psychologische problemen van het leven in een uitzichtloze situatie. Daar komt bij dat voor de islamitische bewegingen nog andere overwegingen meespelen. Zij hebben er geen belang bij dat het Palestijns-Israëlische conflict wordt opgelost, want dat zou hun rol overbodig maken.

Het Israëlische beleid heeft ook het nodige bijgedragen. Op de Westoever liggen meer dan 160 Israëlische nederzettingen. In de afgelopen tien jaar is het aantal kolonisten toegenomen van circa 150.000 tot meer dan 250.000.

Kortom, de Palestijnen groeien op onder een bezetting, ervaren in hun jonge jaren geweld als iets vanzelfsprekends, leven in armoedige omstandigheden, worden bijgestaan door radicale islamisten, en geconfronteerd met agressieve Israëlische invallen in hun territorium.

Wat de toekomst betreft menen de Palestijnen dat sommige ontwikkelingen voor hen voordelig zijn. Allereerst zien zij dat Israël grondgebied heeft afgestaan: in de Sinaï in de jaren ’80, in Libanon in mei 2000 en in Gaza toen Sharon zich daaruit in 2005 terugtrok. Velen beschouwen die terugtrekkingen als een voortvloeisel uit respectievelijk de oorlog van 1973, de aanvallen van Hezbollah in Libanon en de terroristische aanslagen van Hamas vanuit Gaza. In de tweede plaats heeft de oorlog in Libanon van 2006 kwetsbare kanten van Israël aan het licht gebracht. En ten derde zijn de Palestijnen goed geïnformeerd over de Israëlische samenleving en hebben zij oog voor de verdeeldheid ervan.

Ten slotte zullen, als de huidige demografische trends doorzetten, in het gebied tussen de Middellandse Zee en de Jordaan de Arabieren in de meerderheid zijn. Dan is de tweestatenoplossing niet meer haalbaar, doordat de aanwezigheid van Arabieren in Israël en van Joodse kolonisten op de Westoever het onmogelijk maakt om nog heldere grenzen te trekken.

Het is wenselijk dat er vrede komt, want er moet een einde komen aan het lijden van de velen die door dit conflict worden geterroriseerd en verdrukt. Maar diepgewortelde krachten belemmeren die vrede. En het is onwaarschijnlijk dat ze zullen verdwijnen.

Eran Yashiv doceert economie aan de Universiteit van Tel Aviv. © International Herald Tribune